Home Algemeen Algemeen Wijzigingen regeling optische & geluidssignalen, aanscherping eisen

Wijzigingen regeling optische & geluidssignalen, aanscherping eisen

3327
0

In de Staatscourant van 5 december 2013, nr. IENM/BSK-2013/264452 worden de wijzigingen in de regeling optische & geluidssignalen aangegeven.

De wijzigingsregeling bevat enkele kleine wijzigingen met het karakter van reparaties en overig klein onderhoud in de regeling optische en geluidssignalen 2009 (hierna aan te duiden als: de regeling) en de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens.

De in de regeling opgenomen eisen aan de instructie van personen die zullen kunnen gaan rijden met gebruikmaking van optische en geluidssignalen zijn in dit onderdeel enigszins aangescherpt.

Einde drie-toon, alleen de twee-toon na 1 maart nog rechtsgeldig

Er mag vanaf 1 maart 2014 alleen nog maar gebruik worden gemaakt van een twee-toon sirene die voldoen aan de in de 2009 vastgestelde criteria.

Binnen een groot aantal ambulancediensten rijden er echter nog steeds ambulances rond met een drie-toon, de vraag is of de sirenes op tijd zijn aangepast naar de wettelijke twee-toon of dat de voertuigen uit de dienst zijn gehaald of zijn vervangen.

Een jaarlijkse meting wordt door enkele diensten uitgevoerd, om door middel van een meetrapport / certificaat te kunnen aantonen dat de twee-toon aan de wettelijke gestelde eisen voldoet en deze op aanvraag overlegt kan worden.

Overgangsregeling 2009-2014

Bij brief van 3 februari 2011 heeft de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding aangegeven dat deze overgangsbepaling grote financiële gevolgen heeft, omdat dit betekent dat in 2013 een groot aantal voertuigen moet worden omgebouwd. Naar aanleiding van deze brief hebben het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en het Ministerie van Veiligheid en Justitie de Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding (LFR) om advies verzocht.

De LFR heeft geadviseerd de eisen voor optische en geluidssignalen aan te passen conform de nu uitgevoerde vervanging van het in de oude betekenis uitgewerkte artikel 7, tweede lid. Op deze manier wordt zowel invulling gegeven aan de intenties van de nieuwe regelgeving voor optische en geluids-signalen, als gerealiseerd dat de kosten voor de operationele diensten vele malen lager uitvallen dan wanneer het regime van artikel 5 van de regeling per 1 maart 2014 voor oudere motorvoertuigen zou gaan gelden.

Optische & geluidssignalen

Met ingang van 1 maart 2014 zijn de signalen op motorvoertuigen, bedoeld in het eerste lid, in afwijking van artikel 5, eerste, tweede en vijfde lid, als volgt uitgevoerd:

  • a. het blauw zwaai-, flits- of knipperlicht is rondom zichtbaar;
  • b. het oranje zwaai-, flits- of knipperlicht is rondom zichtbaar;
  • c. de hoorn is tweetonig en geeft achtereenvolgens de tonen b en e aan, waarbij de geluidssterkte van elke toon bij dag ten minste 110 db(A) is en ’s nachts ten minste 100 db(A), met een maximale geluidssterkte van 125 dB(A): de meting van de geluidssterkte van de hoorn vindt plaats overeenkomstig hoofdstuk 11 van de Regeling toelatingseisen, zoals die regeling luidde voor 1 mei 2009, waarbij de geluidssterkte vanaf het wegdek wordt gemeten.

Bestuurders voorrangsvoertuig

Personen die een voorrangsvoertuig besturen mogen worden aangewezen, nadat zij een speciale instructie hebben gekregen waardoor zij in staat zijn uiteen te zetten:

  • a. wat de strafrechtelijke en civielrechtelijke gevolgen van het direct of indirect veroorzaken van schade of letsel tijdens de rit zijn;
  • b. wat het gedrag en de reactie van weggebruikers kunnen zijn wanneer zij geconfronteerd worden met optische en geluidsignalen;
  • c. wat het gewenste rijgedrag is; en
  • d. wat de effecten van een hoge rijsnelheid zijn op de remweg, het reactievermogen, de letselernst en de responstijd.

bron: wetten.overheid.nl