Home Algemeen Algemeen Wat mijn vak zo mooi en bijzonder maakt…..

Wat mijn vak zo mooi en bijzonder maakt…..

3064
1

Sinds 1 september 2002 werk ik als ambulancechauffeur binnen onze dienst. Daarvoor werkte ik in de psychiatrie als verpleegkundige maar ik kon mij op dat moment geen mooiere baan voorstellen.

Een schitterende combinatie van zorgen voor het veilig vervoeren van mijn collega en mezelf, natuurlijk ook het veilig vervoeren van de patiënt en zijn/haar naaste, het spoed rijden, het medisch assisteren in alle gevallen, samenwerken met keten partners, de sociale en bijzondere gesprekken ter plaatse en in de voorcabine van de ambu, je collega’s en jezelf af en toe terugzien in “de media”, af en toe even in de belangstelling op een feestje of elders als mensen erachter kwamen wat mijn beroep is, kortom de sensatie.

Nu 16 jaar later en terugkijkend in de tijd een hele hoop ervaringen rijker. Veel mooie herinneringen maar ook een aantal vervelende herinneringen.
We komen gevraagd en ongevraagd in veel situaties terecht waar mensen onze hulp nodig hebben en daarmee komen we bij de mensen thuis, in een voor hun, mogelijk, kwetsbare omgeving met alle gevolgen van dien. Maar ook zien we veel op straat.
En over het op straat werken gaat mijn verhaal:

Het is begin 2004. Ik heb dienst op de ambulance.
Rond 11.00uur gaat onze pieper voor een melding over een ongeval. Een ongeval waarbij een vrachtwagen en een personenauto zijn betrokken. Dit was gebeurd op een toen nog N-weg, inmiddels is het een A-weg met gescheiden rijbanen. Een weg waar regelmatig, helaas, dodelijke slachtoffers te betreuren waren.
Bij aankomst op de plek van ongeval schrik ik even want ik denk de auto te herkennen die tegen de voorkant van de vrachtwagen “geparkeerd” staat. Maar al snel werd voor mij duidelijk dat ik het verkeerd had gezien en dat het “gelukkig” niet zo was.
Samen met mijn collega verpleegkundige stap ik uit om te kijken of we nog iets voor het slachtoffer kunnen betekenen, al kennen we eigenlijk het antwoord al.
De klap is enorm geweest en de auto is fors gedeformeerd. De bestuurder zit klem achter het stuur en is overduidelijk overleden. Zonder echt in detail te treden maar voor de familie zou het slachtoffer niet meer toonbaar zijn.
We hebben het slachtoffer afgedekt, voorzover mogelijk, om hem uit het zicht te onttrekken van omstanders maar vooral ook voor de vrachtwagenchauffeur.
Onze zorg ging nu uit naar hem. Lichamelijk mankeerde de man niets maar mentaal was hij geknakt en kon nog niet bevatten wat hij had meegemaakt. De man was op weg naar huis, was er bijna maar op dat moment toch nog even heel ver weg.
Nadat we met de man hadden gesproken, naar zijn verhaal hadden geluisterd, hem een schouder hadden aangeboden waar hij even dankbaar gebruik van maakte hebben wij zijn zorg overgedragen aan de collega’s van de politie die hem daarna opvingen en slachtofferhulp voor hem gingen regelen.
Zijn hulp was geregeld en wij verlieten plaats ongeval omdat wij daar niets meer konden betekenen en vervolgden onze weg om weer andere mensen te helpen. Het leven gaat door.

Voor mij gold op dat moment dat het vervelend was wat ik had gezien maar dat ik mijn best had gedaan, in ieder geval voor de vrachtwagenchauffeur en dat ik voor het dodelijk slachtoffer niets meer kon doen, spijtig maar zo gaat het en daarmee was ik best tevreden en kon het een plaats geven zonder er last van te hebben.

Een aantal maanden later 2004. Ik heb zojuist met een collega een patiënt naar het ziekenhuis gebracht en we staan in de ambulancehal om onze ambulance schoon te maken en op te ruimen. De roldeuren staan open.

Er komt een vrouw aangelopen met naast haar twee jongetjes van een jaar of tien en ik hoor 1 van de mannetjes aan moeder vragen: mogen wij even bij de ambulance kijken?
Op het moment dat ik dat hoor leg ik mijn werkzaamheden even neer en nodig hun uit om te komen kijken. Het is altijd leuk om aan kinderen zoiets “magisch” te laten zien.

Vol bewondering staan de mannetjes naar het interieur van de ambu te kijken en stellen heel veel vragen. En dan komt de vraag: meneer, wat is het ergste wat U heeft meegemaakt? En ja, wat vertel je aan deze kinderen? Ik zei: ja, erg, erg, nou als twee auto’s op elkaar botsen dan is dat wel erg. Voor mij was dat op dat moment een onschuldig antwoord en een antwoord waar kinderen wel een voorstelling bij kunnen hebben zonder dat dat kwalijk is.
En dan zegt één jongetje: mijn vader is met zijn auto tegen een vrachtauto gereden!
Ik kijk direct naar de moeder en vraag haar wanneer dit was waarop zij antwoordde in februari dit jaar op een N-weg, de bewuste N-weg.

De schrik slaat mij om het hart want ik besef mij dat ik betrokken was bij het ongeval waarbij hun vader overleden is. De man krijgt ineens voor mij “een gezicht en een verhaal”. En dat is wat je als hulpverlener liever niet hebt want dood is dood en daarmee is dat genoeg om overleden, voor ons onbekende, mensen “weg te zetten” en door te gaan.

Ik vraag mijn collega of hij de jongens verder de ambulance wil laten zien en ga in gesprek met de moeder.
Het ging inderdaad om hun vader. Vader en moeder waren op dat moment gescheiden maar door de band die zij nog hadden vanwege de kinderen (er was/is ook nog een dochter) had dit voor hun allen een flinke impact gehad op hun leven.
Moeder was blij om mij te spreken want ze had nog wel een voor haar belangrijke vraag. Zij vertelde mij dat zij de vader van de jongens niet meer mocht zien nadat hij was overleden en had dat als zeer vervelend ervaren. Zij vroeg zich af of hij echt niet meer toonbaar was en dat het goed was dat ze dat beeld niet op haar netvlies te zien had gekregen. Ik kon daar bevestigend op antwoorden en daarmee kreeg ze meer rust, voor haar zelf maar ook voor haar kinderen.
Na dit gesprek namen we afscheid, streek ik de beide mannetjes nog even door hun haar, gaf ik ze nog een ballon gemaakt van een handschoen mee met daarop getekend een gezicht van een lachend poppetje.
Ze namen achterom kijkend zwaaiend afscheid.
Ik moest dit even verwerken. Zelf ben ik vader van drie dochters en onze oudste had de leeftijd van de jongetjes. Ik was geraakt.

In de loop van de jaren heb ik dit verhaal vaak verteld op lezingen, voorlichtingen en bij het geven van BLS/AED trainingen aan leken als mij de vraag werd gesteld wat nu het moeilijkste is van ons vak.
Voor mij zijn dat alle levensloop verhalen van mensen waarin ziekte, de dood en het verlies van dierbaren een enorme impact hebben op het vervolg van hun leven. Dat went nooit en raakt (gelukkig) nog steeds.
En in het bijzonder deze geschiedenis omdat de man in kwestie, zoals eerder benoemd, ineens “een gezicht en een verhaal” had gekregen.

En dan is het begin juli 2018. We kregen een melding van een meneer met pijn op de borstklachten. Een hele aardige, vrolijke man die grappen en grollen maakt en nog gelukkig samenwoont met zijn vrouw. Gewoon twee hele lieve mensen die zich toch na een paar dagen een beetje zorgen gaan maken omdat de pijnklachten van meneer in de ochtend zijn verergerd. We besluiten hem naar het ziekenhuis te brengen. Mevrouw heeft ondertussen kleinzoon gebeld en korte tijd later komt hij samen met zijn vriendin bij opa en oma. Ik geef hem en haar een hand, stel me voor, evenals mijn collega dat doet, en ga verder met het regelen van het transport. Mevrouw zou met ons meegaan in de ambulance en kleinzoon en vriendin gingen met eigen auto naar het ziekenhuis.

Op weg naar het ziekenhuis raken we al snel voorin de ambulance in een bijzonder gesprek. Onze cabine voorin is een magische ruimte waarin veel levensverhalen worden verteld en door de “intieme” ruimte, het voor mij ook een ruimte is waarin ik het belangrijk vind dat naasten hun verhaal, angsten, onzekerheden en vragen kwijt kunnen. Wanneer mensen even kunnen huilen en hun hart kunnen luchten naast me dan ben ik best wel trots dat ik hun het vertrouwen en de warmte van de zorg kan geven die zij in mijn ogen verdienen.

Deze mevrouw verteld over haar kleinzoon, over haar andere kleinzoon die in het zuiden van het land woont en die tweelingbroertje is van de jongeman die we bij hun thuis zagen en nog over hun zus, haar kleindochter.
Ze verteld dat ze veel heeft meegemaakt en samen met haar man min of meer de kinderen heeft groot gebracht omdat dochter lange tijd uit beeld is geweest. Daardoor hadden zij in die jaren heel veel verdrietige momenten gekend. Maar ze waren er trots op dat het met de kinderen eigenlijk heel goed ging.
En dit alles kwam voort uit het feit dat hun vader namelijk jaren geleden verongelukt was in een auto die tegen een vrachtauto was aangereden op een N-weg………………….

Ik krijg kippenvel, rillingen lopen over en door mijn lijf en besef me dat ik kort daarvoor de jongeman een hand heb gegeven die ik jaren daarvoor over zijn bol en door zijn haren had gestreken.

Bij aankomst in het ziekenhuis en nadat we de zorg van meneer en mevrouw hadden overgedragen op de afdeling en wij afscheid van hun namen zocht ik de jongeman in kwestie op.

Het werd een bijzonder gesprek. Belangrijk om te vertellen is dat hij heel open stond voor dit gesprek, er achteraf heel blij mee was dat we elkaar hadden ontmoet en dat was geheel wederzijds.
We hebben gesproken over zijn vader, het moment van overlijden, zonder in detail te treden over wat ik daar had gezien, de dagen erna zoals hij die ervaren had, onze ontmoeting in de ambulancehal, dat ik nog regelmatig aan hun dacht door hun “casus” als voorbeeld te gebruiken en hij had nog een aantal vragen waarop ik antwoord kon geven.

Voor mij stond een sterke jongeman die een zware jeugd achter de rug heeft, die zijn opa en oma zeer dankbaar is voor alles wat ze voor hem, zijn broer en zus hadden gedaan en die een duidelijk doel voor ogen heeft. Hij wil namelijk piloot worden en hij gaat binnenkort aan zijn opleiding beginnen.

Hij heeft mij veel geleerd in deze relatief korte ontmoeting en daar ben ik hem weer dankbaar voor. Ondanks alle ellende die hij heeft gekend is hij niet bij de pakken neer gaan zitten maar gebruikt hij dit als kracht om zijn doel te bereiken.
Hij heeft het leven opgepakt, gaat zijn droom achterna en is vast besloten om gelukkig te zijn.
We hebben hartelijk afscheid van elkaar genomen en ik zal hem niet vergeten.
En wie weet vliegen we ooit samen door de lucht…………..

Wat is mijn vak toch mooi en bijzonder………..

Een trotseambulancechauffeur

Wat mijn vak zo mooi en bijzonder maakt…..
4.4 (88.18%) 22 beoordeling(en)

DELEN
Vorig artikelFocus op ambulancezorg houden……
Volgend artikelAanrijtijden de norm of ingezette zorg?
Redactie
Het algemene redactie account van Ambulanceblog. De redactie van Ambulanceblog streeft een open communicatieplatform na die significant bijdraagt aan kwalitatief uitstekende ambulancezorg. Ambulanceblog heeft contacten binnen Ambulancezorg Nederland (AZN), V&VN en vrijwel bij alle RAV’en van Nederland. Toch opereert Ambulanceblog geheel zelfstandig en bewaken wij de transparantie van berichtgeving zonder daarin gehinderd te worden door belangen van derden. Ambulanceblog is een openbaar podium voor alle ambulancemedewerkers en -werkgevers.

1 REACTIE

  1. Mooi verhaal zo, meestal horen we niets meer van onze patiënten, maar die vraag blijft een lastige, met “wat is het ergste wat je hebt meegemaakt” haal je altijd even de ergste herinneringen van iemand boven, zelfs als je ze niet te horen krijgt komen ze wel weer even “langs”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here