Home Algemeen Algemeen Vrijwilligers zijn de olie in de machine

Vrijwilligers zijn de olie in de machine

7960
4

Het is een donkere, gure winteravond. Ik pak mijn kopje espresso van het aanrecht. De geur van verse koffie vindt probleemloos de weg naar mijn neus en ik kan een glimlach niet onderdrukken. Terwijl ik de geur van de koffie opsnuif, wordt mijn aandacht abrupt getrokken door het geluid van mijn telefoon.

“Hé een SMSje? Wat ouderwets…”, hoor ik mijzelf mompelen terwijl ik rustig naar de eettafel loop en nietsvermoedend mijn telefoon oppak. Even sta ik stokstijf stil en voel een tinteling door mijn lijf schieten. Een reanimatie?

Ik kijk nog eens op het kleine scherm. Lees ik het wel goed? Ik zet snel mijn espresso op tafel en lees de SMS nogmaals. In een fractie van een seconde schiet er van alles door mij heen: het is mijn eerste, wat is het exacte adres, waar zijn mijn schoenen? Snel mijn hesje, mondmasker en handschoenen… Gelukkig heb ik alles op een vaste plek liggen bij de trap en heb ik het met één greep te pakken. Ik loop naar de voordeur en check nog één keer of ik alles heb. Ja hoor, ik heb alles! De adrenaline zit inmiddels in mijn kruin! Ik roep nog iets naar mijn vrouw in de trant van “ik ga… reanimatie!”, struikel in het voorbijgaan over een paar schoenen op de deurmat en trek vervolgens de deur achter mij dicht. Een harde, koude wind blaast direct in mijn gezicht, terwijl ik het tuinpad afloop.

Gelukkig ken ik het dorp goed en hoef ik niet na te denken over de locatie. Ik start mijn auto en rijd de straat uit. Ik probeer mijn rijgedrag niet te laten beïnvloeden door de spanning. Het lukt, maar eerlijk is eerlijk, het kost moeite. Ik betrap mezelf erop dat ik op een recht stuk, toch heel even iets meer gas geef.

Ik ben er bijna en stiekem hoop ik dat de ambulance er al is. Tegelijkertijd weet ik dat de aanrijdtijd bij ons, in het gunstige geval, altijd minimaal rond de 7 minuten is. Ik rijd de straat in. De huisnummers zijn moeilijk leesbaar in het donker. Verderop zie ik een auto half op de stoep staan. Is het daar? Zie ik bekenden? Ik zet mijn auto iets verder stil en stap uit. Weer voel ik de koude wind in mijn gezicht en trek in een reflex de rits van mijn jas verder omhoog. Gelijk word ik aangesproken door een andere vrijwilliger: “Hier is het!”

We lopen naar binnen en horen stemmen op de bovenverdieping. We lopen de smalle trap op naar boven en stappen een slaapkamer in. Het slachtoffer ligt op de grond. Drie andere vrijwilligers zijn inmiddels gestart met de reanimatie. De AED is ook al aangesloten en bezig met analyseren. Helaas, de AED adviseert geen schok. We gaan door en maken een treintje aan de linkerkant van het slachtoffer, zodat we de aflossing snel en gestructureerd kunnen laten verlopen zonder elkaar in de weg te zitten en alvast ruimte te maken voor de ambulancemedewerkers.

Na enige tijd arriveren, nagenoeg gelijktijdig, twee ambulances. “Goed bezig jongens, ga door!”, is het eerste wat één van de ambulancemedewerkers tegen ons zegt. De ambulanceverpleegkundige vraagt hoe lang we al bezig zijn. “Nou….ehhhh….ongeveer een minuut of 10”, zegt één van de andere vrijwilligers. “Heeft de AED geklapt?”, vraagt de verpleegkundige? “Nee!”, zeggen we haast in koor.

In de minuten die volgen, gebeurt er van alles. Terwijl ik in het BLS-treintje op mijn beurt sta te wachten, zie ik de ambulancemedewerkers van alles doen: ze beademen met een ballon (da’s handig, denk ik nog), vervolgens brengen ze met een stuk gereedschap een soort slang in de mond van het slachtoffer waar dan later diezelfde ballon weer op aangesloten wordt. Plots hoor ik een zoemend geluid. Waar komt dat vandaan? Ik kijk in de richting van het geluid. Ik zie een andere ambulanceverpleegkundige met een soort mini boormachine iets in het been van het slachtoffer drukken, waarna ze er met een slang een zak vloeistof op aansluit. Er worden spuiten gevuld met medicijnen die later ook bij het slachtoffer worden toegediend via de plek waar ze eerst met die boor bezig waren geweest. Ik neem het allemaal in mij op. Indrukwekkend, dat zie je allemaal niet tijdens de AED cursus…

Ondertussen voeren wij de BLS uit en krijgen we opdrachten van de ambulanceverpleegkundige die aan het hoofd zit. De vrijwilliger die op dat moment de hartmassage geeft, staat op na 30 compressies en wil plaatsmaken voor een ander. “Zitten blijven”, zegt de ambulanceverpleegkundige, “het blok van twee minuten is nog niet voorbij.” Verschrikt gaat de vrijwilliger weer zitten en zet zijn handen op de borstkas van de patiënt. Ik kom tijdens deze, voor mij eerste, reanimatie langzaam maar zeker tot het besef dat een reanimatie eigenlijk een geoliede machine is waar iedereen een belangrijk onderdeel van is met ieder zijn eigen specifieke taak. Als één onderdeel ontbreekt of niet goed functioneert, heeft dat direct gevolgen voor de overlevingskansen van patiënt.

Na nog eens anderhalve minuut is het mijn beurt en neem ik de plaats in van mijn voorganger. Handen op de borstkas, armen strekken, knieën goed naast het lichaam en daar ga ik weer: 1en2en3en4en…..totdat de ambulanceverpleegkundige haar hoofd opricht en de aandacht vraagt van haar collega’s. “Oké jongens, laten we even samenvatten wat we nu hebben.” Vervolgens schieten er allerlei termen door de slaapkamer die mij niet veel zeggen. Het blijkt ook dat we inmiddels al een minuut of 20 met elkaar bezig sinds de komst van de ambulances. “Zo lang al?”, denk ik. Voor mijn gevoel zijn we pas net begonnen.

Even is het stil….. Dan zegt de ambulanceverpleegkundige: “Ik stel voor dat we gaan stoppen, zijn jullie het daar mee eens? Haar collega’s knikken instemmend. “Ja, eens.”, zegt één van hen. Even valt er een doodse stilte……, totdat één van de ambulancechauffeurs zich naar ons richt en vraagt: “Is het voor jullie ook oké als we de reanimatie stoppen?” Die vraag had ik niet zien aankomen. Ik kijk naar het levenloze lichaam van het slachtoffer en dan naar de andere vrijwilligers. De blik is voldoende. “Ja, het is goed zo” zeggen we.

We pakken onze AED en lopen naar buiten. De wind lijkt wel wat afgezwakt. De straat staat inmiddels vol met buurtbewoners. Iemand vraagt mij in het voorbijgaan wat er aan de hand is. “Daar kan ik niets over zeggen, sorry.”, zeg ik en loop naar mijn auto. Eenmaal thuis valt mijn oog direct op het kleine kopje koude espresso op de tafel. Het is de stille getuige van het startmoment van een indrukwekkende ervaring als burgerhulpverlener. Mijn vrouw ziet het… “Zal ik een nieuwe voor je maken?”, vraagt ze. “Graag!”

Inmiddels zijn we een aantal jaren én diverse reanimaties verder en werk ik zelf ook op de ambulance. Door de RAV waar ik werk, wordt in ons verzorgingsgebied actief bijgedragen aan het organiseren en faciliteren van 6-minuten zones, door de inzet van burgers en/of brandweer en politie. Zo is, net als in veel andere regio’s in ons land, de alarmering van burgers door de meldkamer inmiddels een aantal jaren operationeel en werpt het ook daadwerkelijk zijn vruchten af in de buitengebieden waar onze aanrijdtijd veelal boven de 6 minuten ligt. Vrijwilligers zijn daar snel ter plaatse waardoor, binnen 6 minuten de BLS is gestart en de AED is aangesloten.

De samenwerking met de lokale stichtingen is goed. Zo worden, als onderdeel van de samenwerkingsafspraken met deze stichtingen, trainingsavonden georganiseerd. Tijdens deze avonden trainen vrijwilligers meerdere reanimaties sámen met ambulanceteams. Uit eigen ervaring weet ik hoe waardevol dit is. Deze avonden worden ook altijd enorm gewaardeerd door de vrijwilligers en de collega’s.

De vrijwilligers leren hoe zij hun rol tijdens een reanimatie goed kunnen vervullen, welke taakverdeling ze kunnen hanteren en, last but not least, wat er allemaal bij een reanimatie komt kijken. Dit laatste is dan ook absoluut een niet te onderschatten aspect, waar soms nog wel eens aan wordt voorbij gegaan. Ze raken vertrouwd met het proces en weten wat er staat te gebeuren. Ze krijgen meer zelfvertrouwen. De feedback die ik van veel vrijwilligers krijg, is dat juist hierdoor de drempel om opvolging te geven aan een reanimatiemelding lager wordt.

Niet alleen de vrijwilligers zijn enthousiast. Oók de meeste collega’s reageren positief op deze samenwerking en de trainingen. Zij leren namelijk in welke plaatsen ze kunnen rekenen op de aanwezigheid van vrijwilligers, wat ze van hen kunnen verwachten en waar ze hen op moeten aansturen. Uit reacties van collega’s blijkt bovendien dat ze het erg leuk vinden om uitleg aan vrijwilligers te geven én vol passie over hun vak te vertellen.

Terecht heeft de afgelopen jaren onverminderd de focus gelegen op het streven naar zoveel mogelijk 6-minuten zones, bestaande uit voldoende AED’s, opgeleide vrijwilligers en/of inzet van brandweer en politie en de uitrol van de burgeralarmeringsystemen HartslagNU en Hartveilig Wonen. De keten van de prehospitale hulpverlening bij reanimaties wordt hierdoor steeds verder geoptimaliseerd. Slachtoffers van een circulatiestilstand buiten het ziekenhuis hebben hierdoor aantoonbaar een verhoogde kans op overleving en herstel.
Door regelmatig samen met alle betrokken hulpverleners, zowel de professionals als de burgers, de samenwerking tijdens een reanimatie te blijven evalueren en trainen, zorgen we er gezamenlijk voor dat we dit mooie resultaat vasthouden en vast en zeker nog gaan verbeteren. Het is de olie in de machine…

bron foto M. Vreken

4 REACTIES

  1. Allereerst: bedankt voor de positieve reacties op het artikel, niet alleen hierboven, maar ook via social media. Wat overheerst is de (h)erkenning m.b.t. de inzet van de vrijwilligers en de samenwerking met alle partijen (ook brandweer en politie) tijdens reanimaties.

    @Ernesto: goed punt! Inderdaad komt nazorg in het artikel niet terug, maar het is het in onze regio wel geregeld. De afspraak die wij met de lokale stichtingen hebben gemaakt (en deze werkwijze heeft ook hun voorkeur), is dat zij primair zélf de nazorg oppakken en waar nodig een beroep kunnen doen op de RAV voor advies en evt. doorverwijzing. Veel stichtingen kennen namelijk de vrijwilligers persoonlijk en benaderen de ingezette vrijwilligers na iedere inzet proactief om te inventariseren of er behoefte is aan nazorg. Onze RAV faciliteert dit proces onder andere door de lokale coördinatoren te trainen in het voeren van nazorggesprekken, o.a. wat betreft gesprekstechnieken als het te volgen proces volgens het 3-gespreksmodel.

  2. Super dat ze er zijn en goed getraind zijn. Alleen mis ik de opvang na casussen over hoe dit of helemaal niet geregeld is.

Comments are closed.