Home Algemeen Algemeen Verklaring naar aanleiding van bericht: Ambulance naar hoogurgente visite?

Verklaring naar aanleiding van bericht: Ambulance naar hoogurgente visite?

1725
0

Op 25 december 2013 hebben we op ambulanceblog een artikel geplaatst met de titel : Ambulance naar hoogurgente visite? Nader onderzoek volgt.

Waarbij wij refereerden naar een artikel uit Arstennet / Medisch Contact, en hieraan hebben toegevoegd dat hiervoor nog nader onderzoek nodig is.

Ditzelfde artikel is later opgepakt door de landelijke media waaronder “De Gelderlander”, naar aanleiding van die artikelen is de CIHN en de RAV Gelderland-Zuid met een gezamenlijke verklaring naar buiten gekomen, waarbij aan ons is gevraagd deze te publiceren op ons portal.

GEZAMENLIJKE VERKLARING

VAN DE CIHN (COÖPERATIE voor INTEGRALE HUISARTSENZORG NIJMEGEN)EN DE RAV (REGIONALE AMBULANCEVOORZIENING) VAN DE VEILIGHEIDSREGIO GELDERLAND-ZUID

De CIHN heeft door het onderzoeksinstituut IQ Healthcare van de Radboud Universiteit Nijmegen onderzoek laten uitvoeren naar de afhandeling van U1 (spoed) ritten die bij de CIHN binnenkwamen. De belangrijkste onderzoeksvraag was of spoedzorg in U1 ritten die door de huisarts werden afgehandeld even veilig waren als de U1 ritten die naar de ambulance werden doorgezet, met als nevenvraag in hoeverre verschillende patiëntkenmerken bijdroegen aan eventuele verschillen in behandeling, onder andere doorverwijzing naar ziekenhuis

In medisch contact is op basis van dit onderzoek een kort bericht verschenen. Op basis hiervan zijn in het dagblad De Gelderlander van 8 januari, editie Nijmegen, twee artikelen verschenen onder de kop “Huisarts bij spoed soms beter dan ambulance” (p.21) en “Bij huisarts minder snel naar het ziekenhuis” (p.22). Andere media (pers en radio) hebben deze berichtgeving overgenomen.

De CIHN en de RAV Gelderland-Zuid willen graag reageren op deze perspublicaties, omdat die geen recht doen aan de samenwerking tussen huisartsen en ambulancemedewerkers. De CIHN en RAV Gelderland-Zuid zijn gezamenlijk van mening dat:

  • de tekst van bedoelde krantenkoppen onvoldoende wordt gestaafd door de bevindingen in het onderzoek;
  • het onderzoek niet is gericht op de vraag of de huisarts of de ambulancebemanning betere spoedzorg levert, en daar dus ook geen uitspraken over kunnen worden gedaan; in het onderzoek wordt geconcludeerd dat de zorg van huisartsen en ambulanceverpleegkundigen even goed en veilig is; in hoeverre de specifieke huisartsgeneeskundige expertise een meerwaarde heeft bij bepaalde U1 ritten is achterliggend bij dit onderzoek wel een veronderstelling geweest, maar niet als zodanig onderzocht.
  • de suggestie dat ambulanceverpleegkundigen chronisch zieken en hoogbejaarden tegen hun wil in zouden reanimeren onjuist is. Patiënten die over een “niet-reanimeren verklaring” (NTBR-verklaring) beschikken worden nooit door ambulancepersoneel gereanimeerd. Het onderzoek was ook niet op deze vraagstelling gericht;
  • de suggestie dat ambulanceverpleegkundigen terminale zieken die thuis willen sterven toch naar het ziekenhuis vervoeren eveneens onjuist is; er wordt in deze gevallen altijd overlegd met familie en huisarts;
  • de conclusie dat huisartsen € 800 per rit goedkoper zijn dan ambulances is niet onderbouwd en feitelijk niet juist. Hiernaast is in een deel van de door huisartsen gereden spoedritten in tweede instantie alsnog om de ambulance gevraagd.

CIHN en RAV zijn van mening dat zij in de afgelopen jaren een goede onderlinge samenwerking hebben opgebouwd, waardoor rond de dagelijkse patiëntenzorg goede werkafspraken zijn ontstaan. Het door IQ Healthcare uitgevoerde onderzoek toont aan dat de recent doorgevoerde aanscherping van de samenwerkingsafspraken gunstig heeft uitgepakt. Derhalve zijn de CIHN en de RAV vast besloten in het belang van een goede patiëntenzorg de huidige samenwerking in de toekomst verder uit te bouwen.

Zowel CIHN als RAV onderkennen wel het belang van dit onderzoek in het aanzwengelen van een landelijke discussie over het zo scherp mogelijk toebedelen van U1 ritten aan huisartsen dan wel ambulance, juist omdat er een breed grijs gebied is waarin de specifieke deskundigheid van beide professionals overlapt. Verdere discussie en onderzoek kan ertoe bijdragen dat steeds vaker de juiste patiënt door de juiste professional op de juiste plek behandeld wordt.

De CIHN en RAV Gelderland-Zuid betreuren het wanneer individuele huisartsen of ambulance-verpleegkundigen of –chauffeurs zich door de berichtgeving in hun professionaliteit voelen aangetast.