Home Algemeen Algemeen Transport Intensive Care patiënten, de richtlijn

Transport Intensive Care patiënten, de richtlijn

4383
0

Binnen de ambulancezorg zijn er diverse vormen van speciaal vervoer, in een van de vorige items hebben wij bijvoorbeeld al het vervoer van kinderen behandeld, naar aanleiding van dit artikel is er op aanvraag van één van onze collega’s een vraag gesteld hoe het nu gergeld is met het vervoer van IC patienten binnen de ambulancezorg.

Naar onze inventarisatie blijven er bij de verschillende diensten veelal eigen regelingen te bestaan in aanvulling op het LPA.

Daarnaast is er in een aantal gevallen een “andere” regeling van toepassing tijdens de late avond en nachturen.

De Nederlandse Vereniging voor Intensive Care heeft een eigen regeling voor het vervoer van IC patiënten.

De richtlijn is tot stand gekomen volgens de regels van de NVIC procollencommissie en de handleiding richtlijnenontwikkeling van het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO [3,4]. De literatuursearch is verricht via PubMed en verder is er gebruikt gemaakt van referenties uit belangrijke artikelen en werden Internetbronnen geraadpleegd om m.n. richtlijnen van internationale verenigingen te achterhalen indien deze niet in peer-reviewed tijdschriften waren gepubliceerd. De aanbevelingen in deze richtlijn zijn van toepassing op volwassen IC-pati‘nten in Nederland, welke verpleegd worden op een Intensive Care Unit (ICU) of tijdelijk op een special care (high/medium of SEH) afdeling.

Vervoer door MICU team

Daarnaast dient volgens de richtlijn elk transport van een IC patient dient uitgevoerd te worden door een MICU-team, bestaande uit een intensivist samen met een IC-verpleegkundige, beiden bekwaam in het uitvoeren van MICU-transporten.
Indien besloten wordt om een MICU-transport door een niet-intensivist te laten begeleiden omdat verwacht wordt dat de mate van instabiliteit dusdanig gering is en te verwachten gering blijft, dient er adequate communicatie op afstand mogelijk te zijn tijdens transport voor intercollegiale consultatie. Uitgebreide documentatie van zo’n casus met reden van het afwijken van bovenstaand principe, en bij interklinisch transport overleg tussen insturend en ontvangend intensivist, is vereist ter kwaliteitsbewaking en mogelijkheid tot toetsing achteraf.

Bij intraklinisch IC-transport behoort er een optimale afstemming te zijn in logistiek, apparatuur en personeel tussen de afdelingen waartussen de IC-pati‘nt vervoerd zal worden.
Bij interklinisch transport is er overleg tussen de insturende intensivist/ specialist en de ontvangende intensivist over de indicatie en risicoafweging.
Vervolgens zal overleg plaats moeten vinden tussen de insturend specialist en de cošrdinator van het regionale MICU-team c.q. de intensivist die het MICU-transport gaat begeleiden over de manier van transport, personele begeleiding, verdere pretransport optimalisering en bepaling van eventuele extra vereiste bewakingsen behandelingsmodaliteiten. Indien na overleg besloten is tot interklinisch transport speelt de MKA in de regio een centrale rol in de cošrdinatie van de beschikbaarheid van een IC-ambulance gezien de benodigde werkruimte.
Met de MKA en de insturende en ontvangende ziekenhuizen wordt het tijdschema van de MICU doorgenomen en eventuele aan- en  afvoerproblemen doorgesproken (begeleiding door politie, opvang op SEH, klaarzetten liften etc.).

NVIC richtlijnen geven de medisch-professionele standaard op het gebied van intensive care geneeskunde weer en kunnen worrden verwerkt tot lokale protocollen. Richtlijnen zijn geen wettelijke voorschriften. Zorgverleners kunnen op basis van hun professionele autonomie zo nodig afwijken van een richtlijn, mits beargumenteerd en gedocumenteerd. Indien er geen landelijke richtlijn beschikbaar is kunnen lokale richtlijnen en protocollen gevolgd worden. Zolang een richtlijn gepubliceerd staat op deze website is hij geldend.

Klik hier voor de richtlijn IC transport

bron: nvic