Home Algemeen Algemeen Siebe Wittebrood: hulpverlener en patiënt

Siebe Wittebrood: hulpverlener en patiënt

6548
1

Siebe Wittebrood was ambulancechauffeur in regio Alkmaar. Op 11 juni 2018 is hij overleden aan de gevolgen van kanker. Hieronder een hoofdstuk uit zijn boek, Slanker door kanker, waarin hij op humoristische en eerlijke wijze vertelt over zijn ziekteproces. Het feit dat hij hulpverlener en patiënt is, maakt het een bijzonder verhaal.

Het is donderdagavond. Om drie uur ben ik aan mijn middagdienst begonnen. Vooralsnog is het rustig en aan het begin van de avond hebben we zelfs even de mogelijkheid om een ijsje te halen.
Ik denk veel aan morgen. Dan is het namelijk vrijdag en vrijdagen zijn de dagen dat ik uitslagen krijg in het ziekenhuis. Morgen zullen Els en ik horen of mijn remmers aanslaan.
Er is afgelopen week een CT-scan gemaakt en daarop zou te zien moeten zijn of de tumoren trager zijn gaan groeien of zelfs gestopt zijn met groeien. Meer dan dat is er niet te bereiken met remmers. Maar het zou al een enorme meevaller zijn als de groei geremd zou worden. Dat is het enige waar we op durven hopen. Dat is eigenlijk nog het enige wat realistisch is.
En als we morgen horen dat de remmers niet werken? Dan is het klaar. Dan is er geen mogelijkheid meer, wetenschappelijk gezien, om mijn ziekte af te remmen. De kanker krijgt dan de vrije loop en geen idee hoelang het dan nog gaat duren voordat ik de klachten ontwikkel waaraan ik uiteindelijk ga overlijden.
Het liefst denk ik er zo min mogelijk aan. Niet om het weg te stoppen of om te doen alsof het er niet is. Maar omdat ik er toch helemaal niks aan kan doen. Niks van wat ik doe of denk gaat de uitslag van morgen beïnvloeden. Zorgen maken om de uitslag is dus totaal verspilde energie. Dat wil ik niet, zo wil ik het niet. Zolang ik klachtenvrij ben, wil ik mezelf zijn. Liefhebben, werken, leven. Meer niet.

Precies op het moment dat ik mijn ijsje krijg, gaat de pieper. Een DIA-melding, wat staat voor Direct Inzetbare Ambulance. Als de melder een adres en telefoonnummer doorgeeft aan de meldkamer krijgen wij de ritopdracht.
Ik loop terug naar de ambulance om te kijken of het een spoedrit wordt of niet. Bijna gelijktijdig worden we opgeroepen door de meldkamer. Reanimatie, leeftijd vijftien jaar. Terwijl ik mijn ijsje weggooi, roep ik m’n collega. Ik start de ambulance en we gaan op weg.
Het adres is niet ver van onze locatie. Gezien de ernst van de melding wordt er meteen een tweede ambulance meegestuurd en ook de traumahelikopter wordt opgeroepen. De helikopter van Rotterdam wel te verstaan, die van Amsterdam is blijkbaar ergens anders al ingezet. Terwijl we aanrijden krijgen we aanvullende informatie. Het zou gaan om een verhanging, poging tot zelfmoord. Zoals het ernaar uitziet zijn wij als tweede auto ter plaatse. De traumahelikopter komt naar schatting over vijfentwintig minuten aan.
De collega’s van de eerste ambulance zijn net binnen als wij aankomen. Volgens een bepaald protocol nemen wij de juiste spullen mee en gaan we naar binnen. Lopend door de gangen van het gebouw bedenk ik me dat dit de eerste keer wordt dat ik zo’n jong iemand ga reanimeren, een kind nog feitelijk.
Als we de kamer binnenkomen, ligt het slachtoffer op de grond. Ze moet inderdaad gereanimeerd worden.
Meteen schiet er een soort opluchting door mijn hoofd. Het slachtoffer is al van het touw gehaald. Ik ben blij dat ik dat niet heb hoeven zien.
Maar ik sta er amper drie seconden bij stil. Snel en efficiënt starten we de reanimatie op.
Politie is ook ter plaatse en blijft in de buurt om ons op welke manier dan ook te kunnen assisteren. Extra handen zijn tijdens zo’n hulpverlening nooit weg.
Het reanimatieprotocol duurt in principe twintig minuten. Als een slachtoffer tijdens die twintig minuten geen eigen hartritme meer krijgt, staken we de reanimatie. In dit geval krijgt het slachtoffer na achttien minuten weer een eigen ritme. Naar alle waarschijnlijkheid gebeurt dit vooral op basis van de gegeven medicatie en zal het ritme weer afzwakken naarmate de medicatie uitgewerkt raakt. Kortom, een uiterst slechte uitgangspositie.
Hoe dan ook, voor nu betekent het dat we overgaan op vervoer. Ik maak alles gereed. Net op het moment dat we het slachtoffer op de brandcard willen tillen komt de arts van de helikopter door over de portofoon.
‘We hangen nu boven jullie en gaan de landing inzetten.’
We moeten snel schakelen. Wachten we tot de arts hier in de kamer staat of ontmoeten we hem in de ambulance? Tussen het inzetten van een landing van de helikopter en het daadwerkelijk ter plaatse komen van de arts zit vaak nog vijf minuten. We besluiten door te gaan en naar de ambulance te lopen. De arts voegt zich snel bij ons en sommeert ons met spoed richting het ziekenhuis te rijden.
Die taak komt op mijn schouders en valt niet te onderschatten. Het slachtoffer moet met de grootst mogelijke spoed naar het ziekenhuis, maar dat betekent niet dat ik vol gas door het verkeer kan stuiven. De verpleegkundigen en de arts die achterin zitten, moeten kunnen werken en dat houdt in dat ze los staan. Iedere remactie, bocht of drempel komt achterin viermaal harder door dan voorin. Daar moet ik me bewust van zijn. Snel rijden waar het kan, ver vooruitkijken en anticiperen op overige weggebruikers, terwijl ik communiceer met de meldkamer over de situatie van het slachtoffer. Multitasken op hoog niveau.
Bij aankomst in het ziekenhuis dragen we de patiënt over en doet mijn collega een medische overdracht aan de artsen aldaar. Helaas horen we bijna meteen dat het slachtoffer is overleden. Onze hulp heeft niet mogen baten.
De arts vraagt ons of we hem terug willen brengen naar de helikopter. Een normaal verzoek. Hij neemt voorin plaats en onderweg bespreek ik de hulpverlening met hem. Hoe vond hij het gaan en kan ik een volgende keer iets anders of beter doen. Hij zegt tevreden te zijn. We hebben er met zijn allen alles aan gedaan om het slachtoffer te redden. En dat is ook zo. Zo moet ik het ook zien. Als onze tussenkomst niet het verschil maakt, dan was het waarschijnlijk bij voorbaat al zinloos.

De arts vraagt hoelang ik dit werk al doe. Hij vertelt dat hij zelf ook als chauffeur is begonnen. Vervolgens is hij medicijnen gaan studeren, arts geworden en binnen acht jaar op de traumahelikopter beland.
‘Hoe oud ben je?’ vraagt hij.
‘Achtentwintig lentes jong,’ zeg ik.
‘Nou, dan kan je op je zesendertigste ook op de heli zitten.’
De helikopter komt in zicht op een parkeerterrein, ik schud hem de hand, hij stapt uit en wij draaien de ambulance om, terug naar de post.
Binnen acht jaar op de traumahelikopter, gonst het nog een beetje door mijn hoofd. Grappig hoe makkelijk mensen praten over de toekomst. Een week, maand, jaar of in dit geval acht jaar.
Dan denk ik weer terug aan morgen. Morgen is het vrijdag. Uitslagdag. Iedere twee maanden op vrijdag uitslag van een scan. Groeit mijn kanker of doen de remmers hun werk en staat de groei stil? Ik denk niet aan ‘over acht jaar’. Ik denk aan morgen in de hoop dat ik een goede uitslag krijg, zodat ik me pas over twee maanden weer zorgen hoef te maken over mijn kanker.
En ik denk aan ons slachtoffer. Zij krijgt geen morgen. Deze donderdag was haar laatste dag. Misschien zijn haar ouders op dit moment nog niet eens gebeld. Die weten nog niet dat hun kind is overleden, terwijl wij dat al wel weten. Of misschien hebben ze het zojuist gehoord en haasten ze zich naar het ziekenhuis. Op hetzelfde moment dat ik me druk maak om mijn uitslag morgen, gaan die ouders hun overleden kind zien. Het is een wrange gedachte.
Voor zover ik weet was ons slachtoffer lichamelijk gezond, iets waar ik alles voor over heb. Toch heeft zij ervoor gekozen om te sterven, terwijl ik in spanning verkeer of ik morgen een goede uitslag krijg. Ergens voelt het oneerlijk en egoïstisch. Eruit stappen, zelfmoord plegen en diegene die tot het uiterste gaat om te voorkomen dat hij vroegtijdig aan zijn einde komt, is degene die jou komt reanimeren. Wat een tegenstrijdigheid. Aan de andere kant: ons slachtoffer was natuurlijk wel degelijk ziek, mentaal ziek, en zag zich geen andere uitweg dan een stuk touw.

Iedereen heeft zijn sores, zeg ik vaak. Mensen bagatelliseren hun eigen problemen regelmatig in het licht van mijn ziekte. Maar jouw probleem is vreselijk voor jou, net zoals mijn ziekte vreselijk is voor mij. Zo simpel ligt het misschien niet altijd, maar eigenlijk toch ook weer wel. Iedereen heeft problemen en angsten.
Mijn angst is morgen een slechte uitslag. De angst van dat jonge meisje? Misschien gewoon de dag van morgen. Mijn troost is, als je dat zo kunt zeggen, dat zij die angst nu in ieder geval niet meer kent. Zij wilde niet meer, wilde dood en dat is gebeurd.
Iedereen heeft zijn angsten en problemen. Daar kan je als buitenstaander niet over oordelen. Je kunt alleen maar je best doen het te begrijpen. Je best doen te begrijpen hoe iemand ermee omgaat of je best doen te begrijpen waarom het iemand niet meer lukt ermee om te gaan zodat er uiteindelijk niks anders meer overbleef dan zelfmoord.

Toch denk ik niet dat ik ooit helemaal zal begrijpen waarom iemand zelfmoord pleegt. Misschien komt dat wel omdat ik ziek ben. Misschien komt dat omdat ik me simpelweg niet kan indenken dat overlijden ooit een oplossing is. Ons slachtoffer was pas vijftien jaar en maakte een einde aan haar leven. Ik zal het proberen, maar kan het voor nu nog niet begrijpen.
Geen tijd meer, de pieper gaat weer.

Een hoofdstuk uit het boek Slanker door kanker van Siebe Wittebrood.

Slanker door kanker


Waar het boek eindigt gaat het verhaal door op www.slankerdoorkanker.com.

Denk jij aan zelfmoord? Neem contact op met 113 Zelfmoordpreventie via www.113.nl.

Siebe Wittebrood: hulpverlener en patiënt
4.6 (91.67%) 12 beoordeling(en)

DELEN
Vorig artikelHoe zit het met cursus-, training-, of opleidingstijd in de Ambulancezorg?
Volgend artikelGrootschalige Geneeskundige Bijstand…
Redactie
Het algemene redactie account van Ambulanceblog. De redactie van Ambulanceblog streeft een open communicatieplatform na die significant bijdraagt aan kwalitatief uitstekende ambulancezorg. Ambulanceblog heeft contacten binnen Ambulancezorg Nederland (AZN), V&VN en vrijwel bij alle RAV’en van Nederland. Toch opereert Ambulanceblog geheel zelfstandig en bewaken wij de transparantie van berichtgeving zonder daarin gehinderd te worden door belangen van derden. Ambulanceblog is een openbaar podium voor alle ambulancemedewerkers en -werkgevers.

1 REACTIE

  1. Lieve Els,

    Siebe heeft mij diep geraakt en het besef gegeven, dat elk probleem bij ieder mens voor die persoon hoogstwaarschijnlijk als het grootste kan worden ervaren, totdat je bovenstaand verhaal leest en dit automatisch gaat relativeren. Het emotioneert me…

    Siebe ‘was’ innemend en ‘is’ een wijze boodschapper met liefde en respect voor anderen.

    Ik had me voorgenomen ‘Slanker door Kanker’ te lezen, maar was er nog niet aan toe gekomen. Bij het voorlezen van bovenstaande aan Christel, moest ik even stoppen. Ik kon op een bepaald moment niet meer verder, omdat het mij te veel emotioneerde en mij deed beseffen dat een probleem altijd erger kan zijn, dan je oorspronkelijk dacht. Ik heb er nu zelfs behoefte aan het boek van Siebe te gaan lezen. Els, ik heb er dus wat aan! Zijn schrijven raakt mijn relativeringsvermogen aan en laat een ‘helder’ licht schijnen op een soms wat ‘troebele’ beleving.

    Dank je wel, Siebe!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here