Home Algemeen Algemeen Resultaten onderzoek naar pijnregistratie in ambulancezorg

Resultaten onderzoek naar pijnregistratie in ambulancezorg

792
0

Afgelopen oktober hebben wij jullie gevraagd een enquête in te vullen met betrekking tot de registratie van pijnintensiteit in de ambulancezorg. Zie hiervoor dit artikel. Hierop is massaal gereageerd, waarvoor dank!

Inleiding

Het onderzoek richtte zich op het in kaart brengen welke factoren uit het UTAUT-model in welke mate invloed hebben op het al dan niet registratie van pijnintensiteit. Het UTAUT-model is een model waarin factoren worden beschreven die het gebruik van technologie beïnvloeden en bestaat uit ‘performance expectancy’, ‘effort expectancy’, ‘social influence’ en ‘facilitating conditions’. Hieruit is de hoofdvraag “In welke mate hebben de factoren beschreven in het UTAUT-model invloed op het registeren van een pijnintensiteit?” voortgekomen.

Methode

Aan de hand van de factoren van het UTAUT-model is een enquête opgesteld en verspreid onder ambulanceverpleegkundigen in Nederland. Na het toepassen van in- en exclusiecriteria blijven 193 respondenten over.

Resultaten en conclusie

In de enquête geeft 96,4% van de ambulanceverpleegkundigen aan één keer of vaker een pijnintensiteit te registreren, echter bleek uit vooronderzoek dat bij 14,4% van de traumapatiënten één keer of vaker een pijnintensiteit op de juiste plek geregistreerd wordt.

De NRS geniet de voorkeur onder een ruime meerderheid van de ambulanceverpleegkundigen, namelijk 68,4%. Respondenten geven aan dat het LPA geen geschikt alternatief biedt wanneer NRS niet bruikbaar is.

Ook geven zij aan dat het registreren van pijnintensiteit niet te veel tijd mag kosten, daarentegen zeggen zij dat de plaats waar geregistreerd hoort te worden nauwelijks invloed heeft op de mate van registratie.

52,8% Van de ambulanceverpleegkundigen drie keer of vaker een pijnintensiteit aan de patiënt en registreert 26,4% drie keer of vaker een pijnintensiteit. Dit kan wijzen op een obstakel om pijnintensiteit te registreren.

Voorlichting door de werkgever wordt als een een positieve invloed gezien door de respondenten, echter is dit niet terug te zien in de mate van registratie. Collega’s hebben in geen of beperkte mate invloed op de registratie van pijnintensiteit. Vakliteratuur zorgt ervoor dat ambulanceverpleegkundigen vaker pijnintensiteit registreren. Het bezoeken van congressen ook, maar in mindere mate. Het gedrag en letsel van de patiënt en uiting van pijn door de patiënt hebben in sterke mate invloed op de mate van registratie.

39,9% Van de respondenten geeft aan dat aanrijtijd geen invloed heeft, echter werd aangegeven dat de aanrijtijd soms te kort is om de pijnbestrijding te kunnen evalueren. Respondenten geven aan dat zij scholing ervaren als meest invloedrijke interventie om de mate van registratie te verhogen, echter zegt 55,5% niet meer te zijn gaan registreren na het krijgen van scholing, ook blijkt uit de resultaten niet het effect van scholing.

Aanbevelingen

Momenteel is registratie en evaluatie van pijnbestrijding niet opgenomen in het LPA, in de richtlijn pijnbehandeling bij traumapatiënten in de spoedzorgketen, die ten grondslag ligt aan het LPA is dit wel opgenomen. Bij een revisie van het LPA zou hier een aanpassing gemaakt kunnen worden. Daarnaast geven respondenten aan dat het LPA niet voldoende voorziet wanneer de NRS niet bruikbaar is, hiervoor zou een alternatief in het LPA kunnen worden opgenomen. Ook zou het mogelijk moeten zijn een ander pijnmeetinstrument dan de NRS te registreren in het ritregistratiesysteem.