Home Algemeen Algemeen Punten uit algemeen overleg Ambulancezorg dd 9 april 2014 (deel1)

Punten uit algemeen overleg Ambulancezorg dd 9 april 2014 (deel1)

882
0

Er is veel te doen geweest en zeker nog te doen over de tijdelijke wet ambulancezorg, een wet die ervoor zorgt dat wij ons werk kunnen doen.

Uit het concept verslag van het algemeen overleg ambulancezorg dat is gehouden op 9 april van dit jaar halen we een aantal citaten naar voren, deze citaten en de door ons gegeven samenvatting zijn voor belangrijk om in ons achterhoofd te houden, welke kant gaat de Nederlandse ambulance zorg op….

De vergadering wordt geleid door Mevrouw Klever, zij begint haar verhaal;

“Over het algemeen zijn patiënten heel tevreden over de ambulancezorg”, “zo tevreden als patiënten zijn zo ontevreden zijn de zorgverzekeraars”, dit blijkt te gaan over de zorgen die de zorgverzekeraars hebben over het ontbreken van transparantie over de kwaliteit, de enige kwaliteitsindicatoren  zijn nu de 15 en de 45 minutennorm, het lijken echter standaardnormen te worden en in plaats van de maximaal toegestane rijtijden.  Omdat andere instrumenten ontbreken om de kwaliteit te meten, focust alles zich op de rijtijden”, aldus Klever.

Mevrouw Klever vult verder aan dat dit blijkt uit de ontwikkeling van de zogenaamde Rapid Responders, oftewel ambulancemotoren. Die zijn snel ter plekke en halen de 15 minuten norm. Maar dan? Hoe vaak moet er alsnog worden gewacht op een ambulance om de patiënt naar het ziekenhuis te vervoeren.

Komen er kwaliteitsindicatoren bij en wie neemt hierin het voortouw.

De vragen die door Mevrouw Klever zijn gesteld worden niet veel later beantwoord door de minister;

De minister antwoord dat er in het veld hard wordt gewerkt aan kwaliteitsindicatoren, daarbij wordt er gefocust op indicatoren die echt iets zeggen in plaats van hele waslijsten.

Er worden ook veldtesten uitgevoerd, de minister deelt wel de oproep tot meer kwaliteitsindicatoren dan alleen de vraag of de apparatuur goed en op de juiste manier is onderhouden.

De minister is het ook eens met degenen die zeggen dat een eenzijdige focus op de aanrijtijden te armoedig is voor deze sector, het is immers geen bestelbus. Er wordt zorg geleverd, de inhoud was er al, maar wij gaan meer transparantie leveren. De minister merkt vaak dat de 45 minutennorm als prestatienorm wordt gezien, maar de prestatienorm is 15 minuten. Daarnaast merkt mevrouw Bruins op dat er de aanrijtijden in veel regio’s niet wordt gehaald, dat is niet geheel onverwacht, maar het moet beter kunnen qua aanrijtijden.

De minister geeft aan dat er op dat gebied vorderingen zijn gemaakt, het referentiekader is geactualiseerd en op basis daarvan heeft de minister extra financiële middelen ter beschikking gesteld. Dit referentiekader is doorvertaald naar een nieuwe bekostigingssystematiek, die veel meer dan vroeger is gebaseerd op basis van spreiding en beschikbaarheid. Ook hebben verzekeraars meer ruimte gekregen om maatwerkafspraken te maken met de RAV’s. De sector heeft de minister verzekerd dat met die extra financiële middelen de normen voor aanrijtijden gehaald moeten kunnen worden.

De minister geeft aan dat in het veld ook initiatieven zijn gestart om de aanrijtijden te verkorten zoals DIA, aan mevrouw Bruins wordt aangegeven dat ze gelijk heeft met de constatering en dat wij er ons niet bij neerleggen. Er wordt van alles aan gedaan om hier progressie op te maken, in pilots, in een andere werkwijze, met extra financiën en met extra ambulances.

Verder in het verslag komt de minister met het jaar 2018, per 2018 moet er een nieuwe wet zijn, de huidige wet is immers tijdelijk. Er wordt nu al over de nieuwe wet nagedacht, kunnen we diegenen die nu rijden, zonder horizonbepaling vergunningen geven? Uit onderzoek is naar voren gekomen dan wij dan zouden moeten nationaliseren. Anders is het Europees niet aanvaardbaar, “dit kan niet als een verrassing komen, want hier worstelen we al erg lang mee”, aldus minister Schippers

 

Tot zover onze eerste korte “samenvatting” uit het conceptverslag, binnenkort meer.

bron: tweedekamer.nl