Home Algemeen Algemeen Overtriage is de prijs die wordt betaald…….

Overtriage is de prijs die wordt betaald…….

1398
0

Op de blog meldkamer112.nl kwamen we het onderstaande stukje tegen, deze wilden we jullie als lezers niet onthouden;

Overtriage is de prijs die wordt betaald voor telefonische triage en maatschappelijke wens

In het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) verscheen deze week het artikel “Spoedritten ambulance vaak eerste lijnszorg” (*) door Marleen Smits en o.a. senior huisarts onderzoeker Paul Giessen waarin zij concluderen dat bijna de helft van de onderzochte 112-ambulancespoedritten eerstelijnszorg betrof.

Voor de lezers van het NTvG die zich beperken tot het lezen van samenvattingen en conclusie ontstaat daarmee het onterechte beeld dat de meldkamer 112 niet in staat is om spoed van niet spoed te onderscheiden en wordt ook voor diegenen die wél het hele artikel lezen niet uitgelegd hoe het fenomeen “overtriage” in een meldkamer 112 moet worden geduid.

Smits en collegae komen dus tot de conclusie dat bijna de helft van de onderzochte 112-ambulancespoedritten achteraf bezien eerstelijnszorg betrof.

Het woord “achteraf” in hun conclusie geeft aan dat de titel “Spoedritten ambulance vaak eerstelijnszorg” ten onrechte de suggestie oproept dat er onnodig vaak ambulances met spoed worden ingezet.

De nadruk in dit onderzoek had daarom beter kunnen liggen op de vraag hoe het komt dat overtriage onlosmakelijk is verbonden met telefonische triage omdat het binnen de ambulancezorg algemeen bekend is dat overtriage optreedt. Immers, de lekenmelder wordt geleerd middels campagnes “als iedere seconde telt, bel 112″ om bij een als noodgeval ervaren situatie, 112 te bellen.

De geuitte hulpvraag moet vervolgens door middel van telefonische triage worden omgezet in de bepaling van een toestandsbeeld met bijbehorende consequenties voor wat betreft de in te zetten hulpverlening en de daarbij behorende urgentie. In dit deel van het ambulancezorgproces, de telefonische triage van 112 meldingen gedaan door leken, zit de oorzaak van het door de onderzoekers gevonden achteraf als overtriage te classificeren percentage van 42%.

De overtriage die onlosmakelijk is verbonden met een telefonisch triagesysteem voor aanvragen van (spoed) ambulancezorg, is de prijs die moet worden betaald voor patientveiligheid; het is immers een zeer beperkt onderzoek wat plaatsvindt door middel van een telefonische serie vragen en antwoorden zonder dat de triagist in staat is om zélf met oren, ogen, neus en tast de situatie ter plekke te onderzoeken. Deze beperking zal er toe leiden dat er telefonisch nooit een werkdiagnose kan worden gesteld zoals dat wél kan bij fysieke triage en onderzoek en dat telefonische triage slechts kan leiden tot het vaststellen van een meest waarschijnlijk toestandsbeeld waarop vervolgens kan worden geacteerd.

Omdat voorspelbaar is dat de gemiddelde leek zich slechts in lekentermen kan uiten als het gaat om een als acuut medisch probleem ervaren kwestie, dient er bij telefonische triage altijd een dusdanige veiligheidsmarge te worden ingebouwd dat het voordeel van de twijfel bij de melder en/of het slachtoffer/patient wordt gelegd.

Daarbij dient het uitgangspunt altijd te zijn dat de melder altijd gelijk heeft en dient deze niet op voorhand als “vaak in paniek” en “die essentiële vragen niet altijd kunnen beantwoorden” te worden gediskwalificeerd  zoals de schrijvers dat wél doen in hun artikel. Deze door de schrijvers geuite diskwalificatie van de melders bij meldkamer 112 wordt niet onderbouwd met harde cijfers of onderzoeksresultaten.

In tegendeel tot datgene wat de schrijvers in hun artikel stellen, blijkt uit veel onderzoek naar de zogenaamde Emotional Content  and  Cooperation Score (ECCS)(**) juist dat vrijwel 100% van de melders kan worden geclassificeerd binnen de grens van volledig rustig cooperatief en nerveus coöperatief en voor wat betreft het niet kunnen beantwoorden van essentiële vragen geven de schrijvers helaas niet aan wat als essentiële vragen moet worden beschouwd bij de triage van 112 meldingen. Hierbij geldt namelijk dat de kwaliteit van de vraag de kwaliteit van het antwoord bepaalt.

De beperkingen die zijn verbonden aan het middels telefonisch onderzoek vaststellen van de aard en ernst van een hulpvraag worden door de onderzoekers slechts kort benoemd waarmee zij een belangrijke oorzaak voor de gevonden overttriage niet nader uitwerken.

Daarmee wordt de door hen gedane aanbeveling dat gezamenlijke triage door meldkamer en huisartsenpost vanuit dezelfde zorgvisie en protocollen waardoor patienten met een acuut probleem snel en goed en op de juiste plaats worden geholpen, ten onrechte opgevoerd als oplossing voor de gevonden overtriage van 112-hulpvragen voor ambulancezorg. Het is zonneklaar dat de informatie die door het telefonisch bevragen van een lekenmelder zonder de mogelijkheid om aanvullende waarnemingen en onderzoek te doen, altijd zal leiden tot overtriage, ongeacht door wie of welke organisatie deze bevraging plaatsvindt en zeker als men daarbij ook nog eens uitgaat van onbewezen of achterhaalde ideeën ten aanzien van het specifieke karakter van de triage in een 112 meldkamer.

Als we als samenleving onze burgers leren om 112 te bellen “als iedere seconde telt” zullen we als samenleving dienen te accepteren dat er altijd een mate van achteraf vast te stellen overtriage zal plaatsvinden.

Ook in dit onderzoek was er geen discussie over de terechte vraag om ambulancezorg in bijna 60% van de onderzochte gevallen. Dat achteraf door de onderzoekers wordt geconcludeerd dat ruim 40% van de hulpvragen 1e lijnszorg betrof en dus impliciet en zonder nadere verdieping de indruk bij de lezer ontstaat dat er binnen de meldkamer 112 slecht wordt getrieerd, doet geen recht aan de lekenmelder/hulpvrager noch aan de meldkamercentralist.

De aanbeveling voor de praktijk met betrekking tot zorgvisie en protocollen gaat voorbij aan de overtriage die inherent is aan telefonische triage van verzoeken om ambulancezorg.

Tot slot kan worden vastgesteld dat van de 1270 nader onderzochte vragen om ambulancezorg, 655 afkomstig waren van huisartsen en andere zorgverleners en 598 van leken. Van de aanvragen door leken bleek achteraf dat 214 niet leidden tot vervoer maar ter plekke werden behandeld. Een onderwerp voor toekomstig onderzoek zou zijn om na te gaan hoe vaak achteraf de door huisartsen en andere zorgverleners aangevraagde ambulancezorg als niet noodzakelijk kan worden geklassificeerd zodat de overtriage bij hulpvragen van leken in perpectief kan worden gezet ten opzichte van de professionele aanvrager van ambulancezorg.

Jan de Nooij, arts MG

College of Fellows van de International Academies of Emergency Dispatch, Salt Lake City, USA.

*( http://www.ntvg.nl/artikelen/spoedritten-ambulance-vaak-eerstelijnszorg )

** ( http://scholar.google.nl/scholar?q=emotional+content+and+cooperation+score+dispatch&btnG=&hl=nl&as_sdt=0%2C5 )

bron: meldkamer112.nl