Home Algemeen Algemeen Ongevallen in de mist; inzet OvDG Zeeland

Ongevallen in de mist; inzet OvDG Zeeland

1101
0

Henk Torcqué traint al drie jaar hulpverleners. Vandaag staat hij met diezelfde mensen in een groot, complex ongeluk. En dit keer is de situatie niet door hem verzonnen. Werken die protocollen eigenlijk wel?

Zijn onderbuikgevoel begint als twee ambulances en een brandweerwagen op 16 september 2014 om een paar minuten over acht met gillende sirenes over de Sloeweg in Middelburg razen. Als hij vervolgens zijn piketcollega Rini Lambregts om de Geneeskundige Combinatie en een stuk of twintig ambulances voor de A58 hoort vragen, weet Henk: dit is foute boel. Behalve voor een oefening, is de Geneeskundige Combinatie nog nooit uit de garage gekomen. Hij schiet zijn jas aan en haast zich naar de parkeerplaats van de Veiligheidsregio.

Het is flink mistig onderweg. Toch duurt het niet lang voordat hij bij de brandweerkazerne van Borssele staat. Twee Mercedesbussen, twee aanhangers, een opblaasbare gele tent en een container vol verbandmiddelen, medicijnen, planken, dekens, verwarming en brancards staan daar opgeslagen. De Geneeskundige Combinatie is een indrukwekkende hoeveelheid materiaal, waarmee ze langdurig medische inzet kunnen verlenen. In de gewondentent passen acht brancards. Henk vangt het SIGMA-team op, getrainde Rode Kruisvrijwilligers die samen met professionele mensen van de ambulancedienst in de tent gaan werken. Dan ontvangt hij van Rini Lambregts de oproep om als tweede OVD ‘ter plaatse’ te gaan.

Hij grijpt een extra portofoon. Een dienstauto heeft hij niet. Op de A58 zet hij de alarmlichten van zijn eigen auto aan. Met aangepaste snelheid rijdt hij over de rechterbaan. Die is vrijgemaakt voor ambulances en andere hulpdiensten. ‘Jij gaat het veld in’, had Lambregts gezegd. Ze ontmoeten elkaar op de parkeerplaats van het tankstation Selnisse. In een flits ziet hij dat het daar heel ernstig is.

Henk krijgt opdracht om uit te vinden tot waar het ongeluk doorloopt en hoe het met de mensen in de file gaat. Lang heeft hij zelf ‘op de wagen’ gezeten. Slachtoffers helpen, dat deed hij graag. Vandaag ondersteunt hij de ambulancedienst. Zorgt dat het materiaal dat zij nodig hebben, aankomt. Hij is ook een schakel in het medisch team dat vanuit het actiecentrum in Middelburg opereert. Via de portofoon vertelt hij zijn GHOR-collega’s wat hij ziet en vertellen zij hem wat er met de betrokkenen moet gebeuren. Overal waar hij kijkt, staan ambulances, brandweervoertuigen en politieauto’s. Boven zijn hoofd vliegen helikopters. Zoveel professionals op de been. Niet alleen Henk is onder de indruk, maar ook de mensen die in de file staan.

‘Och meneer, ik snap het wel dat ik lang moet wachten. Jullie moeten je werk doen. Fijn dat je ons komt helpen.’ De mensen vragen nergens om. Zeggen dat ze niks nodig hebben. Die berusting raakt hem. In treinen, waar hij weleens na een zelfdoding op het spoor is binnengestapt, heerst altijd onrust. Daar roepen de gestrande passagiers dat ze haast hebben. Ze willen weg. Samen met een brandweercollega loopt Henk van het Mallaardviaduct tot tankstation Selnisse door de autofile. ‘Is alles in orde hier?’ vraagt hij keer op keer.

Mensen die plots moesten remmen, staan stijf van de adrenaline. Ze zijn geschrokken van de gierende banden, de doffe klappen van het botsende metaal en het gegil van de mensen die daar weer van schrikken. Maar, weet Henk, komen ze tot rust, dan gaan ze pijntjes voelen. Meestal zijn dat nekklachten of borstklachten van de riem.

Overzicht heeft niemand op dat moment, ook Henk niet. Pas later worden allerlei individuele gevallen bekend, zoals een nierdialysepatiënt in het ongeluk stond. En een hoogzwangere vrouw die toch op tijd het ziekenhuis bereikte. En het feit dat er in totaal acht busjes met kinderen en jongvolwassenen stonden, die onderweg waren naar speciaal onderwijs of naar een werkplaats. Toen bleek ook dat de eigen zorginstelling via de parallelweg sondevoeding en medicijnen heeft gebracht.

‘Er is een groot verschil tussen hulpverlening bij een groot en bij een regulier incident’, legt Henk uit, als hij later terugkijkt. ‘Bij een groot incident wordt de medische zorg opgeschaald, zoals dat in vaktermen heet. Dat gebeurt in Nederland zelden. De Bijlmerramp, de Vuurwerkramp, de brand in Volendam. Dat zijn momenten waarop je zo veel mogelijk moet doen voor een zo groot mogelijke groep.’ Tijdens trainingen gebruikt Henk een Amerikaanse oneliner om dit fenomeen te duiden: Do the most for the most. Veel slachtoffers en weinig materiaal.

‘In een regulier incident probeer je juist met zoveel mogelijk middelen één slachtoffer redden. Je moet er niet raar van opkijken als daarvoor twee ziekenauto’s, een rapid responder, een huisarts en een traumaheli komen. En dat is terecht als het op het redden van een mensenleven aankomt’, zegt hij. ‘De focus verleggen van één naar veel slachtoffers, dat moeten veel hulpverleners nog tussen de oren krijgen.’

Als hij op de avond van 16 september op het VRT-journaal van België hoort hoe ‘den Hollanders’ geprezen worden om hun aanpak, denk hij: ‘Ja, je moest eens weten.’ Voor zijn gevoel zijn er toch dingen ‘fout’ gegaan. Geen grove dingen, maar zaken gingen anders dan hij geleerd en onderwezen had. Het systeem van alarmering bleek niet helemaal zuiver te werken, dus maakten ze er een telefonische sneeuwbal van: bel jij die en bel jij die. En de triagekaartjes zijn niet gebruikt. Hij kan zich voorstellen dat het lastig is om op dat moment feiten en tijdstippen in te vullen en dat aan iemands nek te knopen. ‘Misschien moeten we dat systeem loslaten, maar we hebben nog geen ander systeem in Nederland.’

Kort na het ongeluk werd Henk al gevraagd om bij opleidingen en dergelijke te komen spreken. Hij beseft dat hij nu vanuit ervaring spreekt. Hij zal vertellen dat dit voor buitenstaanders een groot incident was. Dat het afschuwelijk was voor de betrokkenen, maar als hulpverlener weet hij nu: ‘als dit het is, een groot incident, dan behappen we dat’.

Tegelijkertijd realiseert hij zich dat ze geluk hebben gehad. ‘Hoe ernstig dit ook was, en hoeveel mensen hier ook een trauma aan overhouden, het had vele malen erger kunnen zijn. Stel je eens voor wat er gebeurd zou zijn als er tankwagens gestaan hadden die lek waren geweest. Dan krijg je een heel ander verhaal. Je moet er niet aan denken.’

Lees hier alle verhalen van de hulpverleners op 16 september 2014.

bronnen: Tekstschrijver: Selma Osman, fotograaf Chris Platteeuw

 

Ongevallen in de mist; inzet OvDG Zeeland
4.4 (87.5%) 8 beoordeling(en)