Home Algemeen Algemeen Onderzoek naar pijnregistratie in de ambulancezorg

Onderzoek naar pijnregistratie in de ambulancezorg

2105
2

Met het oog op de introductie van de kwaliteitsindicatoren in het sectorrapport ‘Ambulances in-zicht’ is onlangs een veldtest uitgevoerd door AZN. Uit de gegevens van de veldtest die wij mochten inzien is gebleken dat bij 13,78% van de traumapatiënten een pijnintensiteit wordt geregistreerd. Om dit percentage te verhogen doen wij onderzoek naar in welke mate bepaalde factoren invloed hebben op de registratie van pijnintensiteit door ambulanceverpleegkundigen.

In 2013 is gestart met de ontwikkeling van meer kwaliteitsindicatoren om beter inzicht te geven in de kwaliteit van de geleverde zorg. In 2014 zijn zeven kwaliteitsindicatoren opgeleverd en in 2017 zullen deze kwaliteitsindicatoren deel uitmaken van het sectorrapport. Eén van de kwaliteitsindicatoren die gebruikt wordt en onlangs is getest in de veldtest die door Ambulancezorg Nederland werd uitgevoerd luidt als volgt: “percentage traumapatiënten bij wie de pijnintensiteit bij aankomst van de ambulance is gemeten met een (verbale) NRS, gezichtjesschaal of VRS-4.”. Uit de gegevens die enkele regio’s hebben aangeleverd voor ons onderzoek blijkt dat bij slechts 13,78% van de traumapatiënten een pijnintensiteit is geregistreerd in het digitaal ritformulier (n=4342).

In het kader van ons afstudeeronderzoek voor de hbo-v, studieroute Gezondheid & Technologie, doen wij vanuit RAV IJsselland onderzoek naar in welke mate de factoren uit het UTAUT-model invloed hebben op de registratie van pijnintensiteit door ambulanceverpleegkundigen. Het UTAUT-model beschrijft factoren die invloed hebben op het gebruik van een technologie, in dit geval het digitale ritregistratieformulier. Medestudenten hebben afgelopen halfjaar onderzocht welke factoren betrekking hebben op de ambulancezorg. Enkele voorbeelden zijn scholing, gedrag van patiënt, de hoeveelheid inspanning die het kost om te registreren en werkomstandigheden zoals letsel van de patiënt en de aanrijtijd naar het ziekenhuis.

Wij hopen door dit onderzoek met aanbevelingen te kunnen komen om de registratie van pijnintensiteit te verhogen en de kwaliteit van zorg voor traumapatiënten nog beter te maken. Het onderzoek bestaat uit het afnemen van een enquête onder ambulanceverpleegkundigen in Nederland. We zouden u als ambulanceverpleegkundige willen vragen de enquête in te vullen. Het invullen duurt ongeveer 5 minuten en de gegevens worden anoniem verwerkt en uitsluitend voor onderzoeksdoeleinden gebruikt. Het is mogelijk om de enquête in te vullen op een mobiele telefoon of tablet en het invullen tussentijds te onderbreken. De enquête is hier te vinden.

2 REACTIES

  1. Beste Hans,

    AZN zegt hierover het volgende: “Binnen dit project is gekozen voor traumapatiënten vanwege het feit dat dit een afgebakende groep patiënten is waarbij pijnmeting van groot belang is. Afgesproken is dat in de nabije toekomst de indicator zal worden verbreed naar alle patiëntgroepen.”

    Wat betreft je opmerking over diclofenacnatrium, er zijn meer protocolinhoudelijke opmerkingen binnen gekomen via onze enquête. Dit heeft echter geen betrekking op ons onderzoek, we zullen dit echter proberen te verzamelen en door te sturen.

  2. Ik begrijp niet goed waarom gekozen is voor trauma patiënten.

    Waar slecht naar wordt gekeken, is adequate pijnbestrijding bij koliekpijn.
    Men mag zich toch afvragen waarom diclofenacnatrium tot op de dag van vandaag niet wordt verstrekt bij koliekpijn binnen de ambulancezorg in Nederland.

Comments are closed.