Home Algemeen Algemeen NZa Rapport: Monitor Acute zorg 2018

NZa Rapport: Monitor Acute zorg 2018

260
0

De NZa heeft onlangs het rapport: “Monitor acute zorg 2018” uitgebracht. In dit rapport staat in onderdelen ook de ambulancezorg genoemd. Het complete rapport is onderaan dit bericht te downloaden. Wat betreft specifiek de ambulancezorg hebben we een samenvatting gemaakt.

In 2017 constateerde de NZa dat de acute zorg voldoende toegankelijk is, maar dat de druk wel toeneemt. Uit deze monitor blijkt opnieuw dat de acute zorg voldoende
toegankelijk is, maar dat de druk ook de komende jaren blijft toenemen. De ketenpartners in de acute zorg zullen in sterke mate de samenwerking met elkaar moeten
opzoeken om de acute zorg goed te organiseren en coördineren. Dit is noodzakelijk om de toenemende vraag naar acute zorg op te kunnen vangen.
De voorlopige cijfers van 2017 laten een daling zien van het aantal patiënten op de seh. Ook het aantal huisartsconsulten (zowel tijdens als buiten kantooruren) daalt ook licht. Het aantal spoedritten van de ambulances naar de seh daalt ook, maar het totaal aantal ambulanceritten is licht toegenomen.

De toegankelijkheid van de acute zorg verschilt van dag tot dag en zelfs van uur tot uur. De seh is het drukst op maandagen en tussen 10 en 20 uur, de huisartsenposten in de weekenden. Voor spoedeisende ritten van de ambulances is de maandag eveneens de drukste dag en ligt de piekdrukte doorgaans tussen 8 en 17 uur. Er valt nog veel te winnen door op die momenten te zorgen dat er voldoende personeel en apparatuur beschikbaar is om de drukte op te vangen.

Als aandachtspunt wordt gegeven: Onderzoek of en hoe de grote autonome groei van de vraag naar ambulancezorg is te beperken.

Basisgegevens 2017:

  • 975.616 inzetten waarvan 611.193 met A1-urgentie en 364.422 met A2-urgentie
  • 5.925 fte medewerkers
  • 790 ambulances inclusief reservecapaciteit, hiervan zijn ongeveer 608 op werkdagen overdag paraat in dienst
    • 234 standplaatsen (waarvan 213 met 24/7-uurs paraatheid en 21 met dag/avond paraatheid)
    • 25 rav-regio’s en 25 aanwijzingen conform Twaz 22 rav’s (organisaties)
  • Prestaties per kilometer, per rit en per uur
  • Budgetten deels vast, deels vrij onderhandelbaar
    • Vaste tarieven
    • Beschikbaarheidbijdragen voor ambulancehelikopter

Algemene informatie

Huisartsenpost:
In geval van spoed moet de telefoon in 98% van de gevallen binnen 30 seconden worden opgenomen. 90% van de inwoners van het verzorgingsgebied van de huisartsenpost moet binnen 30 minuten per auto de huisartsenpost kunnen bereiken. Bij spoedgevallen met  urgentiegraad U0 en U1 moet de dienstdoende huisarts onmiddellijk naar de patiënt en in 90% van de gevallen binnen 20 minuten aanwezig zijn, óf de huisarts schakelt de ambulance in. In geval van U2 urgentie, dient de huisarts in 90% van de gevallen binnen een uur aanwezig te zijn.

Regionale ambulancevoorziening:
de regionale ambulancevoorziening moet er voor zorgen dat de meldkamer ambulancezorg 24/7 telefonisch bereikbaar is.
De meldkamer ambulancezorg indiceert een A1-inzet voor acute levensbedreigende situaties waarbij de ambulance bij A1-meldingen onder normale omstandigheden in minimaal 95% van de gevallen binnen 15 minuten bij de patiënt moet zijn.
Voor A2-meldingen geldt geen wettelijk vastgelegde norm, maar wordt er naar gestreefd dat onder normale omstandigheden zo spoedig mogelijk en binnen 30 minuten een ambulance ter plaatse is.

Uit het rapport

Naleving bereikbaarheidsnormen:
De NZa monitort de bereikbaarheidsnorm van de regionale ambulancevoorzieningen. In 2017 werd de norm, dat 95% van de inzetten onder normale omstandigheden binnen een
responstijd van 15 minuten aanwezig moet zijn bij de patiënt, in 21 van de 24 regio’s niet gehaald. In de marktscan 2017 rapporteerden wij nog dat in 2016 in 17 van de 24 regio’s de norm niet werd gehaald.
In 2017 waren ambulances in 92,4% van de spoedeisende inzetten binnen 15 minuten bij de patiënt. In de jaren 2014, 2015, en 2016 was dit nog 93,4%. De gemiddelde  responstijd van een A1-inzet lag in 2017 op 9 minuut 41 seconde, dit is al zes jaar vrij stabiel.

Het totaal aantal spoedeisende inzetten door ambulances bleef in 2017 nagenoeg gelijk ten opzichte van 2016 (stijging 0,3%).
In 2017 nam het aantal A1-inzetten (responstijd 15 minuten) met 3,4% af ten opzichte van 2016. Daarentegen nam het aantal A2-inzetten (responstijd 30 minuten) toe met 7,2%. De planbare ambulancezorg nam in 2017 af met 0,8% ten opzichte van 2016. In voorgaande jaren steeg zowel de spoedeisende ambulancezorg als de planbare ambulancezorg.

Eerste hulp geen vervoer ambulance inzetten:
Het aantal eerste hulp, geen vervoer (ehgv) ambulance inzetten in 2017 met 1,9% toenam ten opzichte van 2016. Ook vorig jaar zagen we een jaarlijkse stijging van het aantal spoedeisende ehgv-inzetten. Het aantal afgebroken ritten neemt ook toe in 2017, met 12,5%. Loze ritten en interklinisch vervoer of overplaatsing dalen met 6% en 16% en het aantal seh-ritten blijft gelijk.

Mobiele medische teams:
In Nederland staan vier mobiele medische teams (mmt) 24×7 paraat om aanvullend op de ambulancezorg pre-hospitale medische zorg te verlenen. Zij werken vanuit vier  traumacentra in Amsterdam, Rotterdam, Nijmegen en Groningen en worden per voertuig of helikopter naar de patiënt gebracht. Samen met inzet vanuit Duitsland wordt gezorgd  door een landelijke dekking. Het mmt bestaat uit een gespecialiseerde arts (anesthesioloog of traumachirurg) en een gespecialiseerd verpleegkundige. Het mmt kan ter plaatse specialistische zorg bieden en werkt daarbij nauw samen met de ambulanceverpleegkundigen.
Deze zorg verhoogt de overlevingskans van het slachtoffer en verkleint het risico op  blijvende gezondheidsschade.
Het mmt wordt opgeroepen door de meldkamer ambulancezorg (mka) op basis van landelijke inzetcriteria. De patiënt wordt vervolgens meestal in de ambulance vervoerd naar het ziekenhuis. In onderstaand overzicht is het aantal jaarlijkse inzetten in de periode 2014-2017 weergegeven; dit nam in deze periode met bijna 30% toe. Van het  totaal aantal inzetten betreft circa 50% ‘cancels’, waarin het voertuig of helikopter terugkeert zonder zorg te verlenen. Bij nadere beoordeling door het plaatselijke  ambulanceteam bleek dan dat de extra inzet van het mmt niet nodig was.

Geef rav inzicht in drukte seh
Pas wanneer een seh een seh-stop afgeeft, is het voor de rav duidelijk dat deze seh druk bezet is. De rav als spoedzorgketenpartner is daardoor pas laat betrokken bij de drukteontwikkeling.
Als de rav op de meldkamer ambulancezorg meer inzicht zou hebben in de ontwikkeling van de drukte op de seh, kan beter op drukte worden geanticipeerd. Een ambulance met een stabiele patiënt zou bijvoorbeeld naar ziekenhuis B kunnen rijden wanneer bekend is dat de seh van A het drukker heeft dan van B, zelfs als seh A nog geen stop heeft afgekondigd. Dit leidt tot betere spreiding en een eventuele seh-stop kan hierdoor worden voorkomen.
Dergelijk inzicht wordt structureel mogelijk met de opkomst van druktemeters voor de seh. Een druktemeter is in staat om op basis van bepaalde parameters (zoals aantal patiënten in de wachtkamer, aantal bedden op de seh, aantal bedden in het ziekenhuis en aantal het aantal patiënten dat op de seh is uitbehandeld en wacht op plaatsing in het  ziekenhuis) in een getal uit te drukken hoe druk het is op de seh. Zo kan het getal 60 bijvoorbeeld ‘normale drukte’ zijn, 80 ‘druk’ en 100 ‘te druk’.
Naar verwachting zullen de komende jaren steeds meer seh’s een druktemeter gaan hanteren. Hierdoor ontstaat de kans om keteninformatie over drukte te verbeteren. Bijvoorbeeld in de vorm van een dashboard op de meldkamer. Een vereiste voor een  dergelijk dashboard is dat de ontwikkeling van sehdruktemeters in Nederland met enige coördinatie gepaard gaat, tenminste binnen de regio, zodat de link naar een regionaal dashboard op standaardwijze kan worden gelegd.

Toekomst, groei ambulancezorg
Voor de ambulancezorg zijn de resultaten van de toekomstverkenning gegeven in tabel 3.5. Op basis van het zorggebruik in 2017 en alleen demografische ontwikkelingen neemt het totaal aantal patiënten met een spoedeisende inzet in de ambulancezorg toe met gemiddeld 1,7% per jaar. Bij de trendextrapolatie van de autonome groei over 2014-2017 stijgt het aantal patiënten met een spoedeisende inzet met gemiddeld 5,1% per jaar, inclusief demografische groei. De trendextrapolatie op basis van 2014-2016 leidt tot een  groei van gemiddeld 6,0% per jaar.

Het aantal patiënten dat door de ambulancezorg naar de seh wordt gebracht groeit in de periode 2016-2025 op basis van alleen demografische ontwikkelingen met 16,1% naar ruim 722.000. Dit komt overeen met een gemiddelde groei van 1,7% per jaar. Wanneer de autonome groei over de periode 2012-2017 naar de toekomst wordt doorgetrokken, is de totale groei van het aantal bezorgingen in de periode 2016-2025 ruim 57%, wat  overeenkomt met een gemiddelde groei van 5,1% per jaar. Op basis van de autonome groei over 2012-2016 is de gemiddelde groei in de periode 2016-2025 bijna een procentpunt hoger.

bron: NZa

 

 

NZa Rapport: Monitor Acute zorg 2018
5 (100%) 2 beoordeling(en)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here