Home Algemeen Algemeen Nieuw voertuig HART-team (Hazard Area Response Team)

Nieuw voertuig HART-team (Hazard Area Response Team)

1018
0

Afgelopen maand is in Hoofddorp een voertuig gestationeerd. Er is er maar één van in Nederland. Zieken en gewonden worden er niet mee vervoerd en de hoop is dat het voertuig zo weinig mogelijk wordt gebruikt. Maar als hij nodig is, dan is hij er ook.

Van buiten ziet de ambulance er uit als de andere ambulances van de Ambulancepost Hoofddorp. Het interieur is wel anders. Er is geen brancard. In plaats daarvan bevinden zich achterin vier stoelen en rekken met grote koffers vol uitrustingsstukken. Die stoelen worden bij een uitruk ingenomen door leden van het zogeheten HART-team (Hazard Area Response Team). Twee leden voorin maken een zeskoppig uitrukteam compleet. De ambulance komt onder meer in actie bij grote klappen: ongelukken op de weg of bij fabrieken waarbij gewonden zijn blootgesteld aan chemische of biologische materialen of zelfs radioactieve stoffen, en ook bij aanslagen. “Het probleem is dat je bij zulke gebeurtenissen vaak niet gemakkelijk bij de gewonden kunt komen,” vertelt HART-teamleider Willem Schutte tijdens een gesprek dat plaatsvindt in de ambulance. “Je loopt daarbij als hulpverlener het gevaar ook zelf schade op te lopen, soms zelfs met de kans dat met de dood te moeten bekopen.”

“Het draait bij ons om samenwerking. Een ongeval met een wagen vol chemicaliën zonder gewonden kan de brandweer uitstekend oplossen. Een ongeval met alleen gewonden kunnen wij heel goed aan. Maar heb je te maken met allebei, dan heb je elkaar nodig. Voor zulke situaties is het HART-team opgezet en de ambulance ontwikkeld.”

In de uitrusting van de ambulance onder meer een tent voor ontsmetting.

“De aanzet voor het team is in 2014 gegeven na een Ebola-uitbraak. Ziek geworden hulpverleners moesten bij terugkeer in Nederland tijdens het vervoer streng worden geïsoleerd. Op basis van onze ervaringen toen is besloten dit vervoer en die grote ongelukken structureel optimaal aan te pakken in onze regio. Dat is een samenwerking geworden van de ambulancediensten Kennemerland en Amsterdam. Er kwam naar voren dat het ondoenlijk is om alle 400 ambulancemedewerkers hiervoor optimaal te trainen. Dit soort ongevallen gebeurt weinig, maar je moet wel je bekwaamheden op peil houden. Dan is één tot vier keer per jaar trainen niet genoeg. Gewoonlijk begin je na acht weken al basisbekwaamheden te verliezen. Dat kan bij ons echt niet. Daarom bestaat het HART-team uit twintig mensen die elke zes weken trainen, met tussendoor nog weer andere oefeningen. Want kleine foutjes kunnen grote gevolgen hebben.”

De uitrusting van de ambulance bestaat uit onder meer een ontsmettings- annex verzorgingstent, een eigen warmwatervoorziening, beschermende pakken, portofoons en een omkleedcabine. Voor mensen die door biologisch materiaal inwendig besmet zijn, beschikt het team over op couveuses lijkende isopods waarin patiënten zonder direct contact vervoerd kunnen worden.

De brandweer is wettelijk als eerste verantwoordelijk voor optreden in de ‘hot zone’, het gebied waar de klappen zijn gevallen en de besmette gewonden zich bevinden. Zij regelt ook primair de ontsmetting, maar richt zich vaak eerst op wie nog kan lopen. “Verzorgers moesten wachten tot het veilig genoeg was om bij de gewonden te kunnen,” zegt Schutte. “Maar hoe lang duurt dat? Soms is nog niet bekend om welke gevaarlijke stoffen het gaat en waarmee je die moet neutraliseren. Je kunt niet altijd water gebruiken. Voorheen zat je te wachten tot je dat wist. Nu kunnen twee HART-teamleden in beschermende pakken de hot zone in om de zwaar gewonden te helpen. Zij hebben de juiste kennis en materialen, kunnen al beginnen met hulpverlenen en bepalen samen met de brandweer welke slachtoffers als eerste weg moeten. Dat is winst vergeleken met vroeger.”

Buiten de hot zone plaatst het HART-team haar tent, waarin zich twee ‘straten’ bevinden, voor ontsmetting en voor eerste behandeling. Eenmaal schoon gaan patiënten per reguliere ambulance naar het ziekenhuis.

“Onze beschermingspakken zijn geschikt voor de zwaarste categorie rampen, die met radioactieve stoffen,” vervolgt Schutte. “Voor andere situaties kun je in principe volstaan met minder intensief beschermende pakken, maar zo hebben we maar één soort pakken nodig. En we kunnen er urenlang comfortabel in werken. Ons spannendste moment is het aankleden. Pakken moeten 100 procent dicht zijn. Het aankleden gebeurt daarom heel disciplinair, haast militair. Twee teamleden doen het samen. Een derde teamlid, meestal de chauffeur, leest stap voor stap voor wat we moeten aantrekken. We zeggen het na, pas daarna doen we het. De twee teamleden controleren elkaar bij iedere stap. Aan het eind controleert het derde teamlid of alles goed zit en daarna doet de inzetleider dat nog eens. Pas dan mogen zij de hot zone in. We kunnen dit blind, maar als je het op de automatische piloot doet, vergroot je de kans op fouten. Met vaste procedures doe je het altijd goed.”

De ambulance staat in Hoofddorp vanwege de centrale ligging tussen chemische fabrieken in Amsterdam, Schiphol en andere potentieel gevaarlijke bedrijven. Het HART-team regelt tevens vervoer van besmette patiënten voor nog vijftien ambulancediensten. “We trainen veelvuldig met partners als defensie, brandweer en politie,” zegt Schutte. “Want ons werk is teamsport. Zo weten we van elkaar precies wat we in bepaalde situaties doen. Dat kost veel tijd, maar de oefeningen laten zien dat we met deze aanpak echt mensenlevens gaan redden.”

bron: René de Leeuw

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here