Home Algemeen AZN MMT Inzet- en cancelcriteria

MMT Inzet- en cancelcriteria

1009
0

Ambulancezorg Nederland (AZN) en het LNAZ hebben gezamenlijk een set inzet-en cancelcriteria voor het Mobiel Medisch Team (MMT) vastgesteld. Deze criteria dragen bij aan een uniforme inzet van MMT’s, zodat bij een bepaalde zorgvraag overal in Nederland hetzelfde besluit wordt genomen over de eventuele inzet van een MMT.

Hieronder een samenvatting van het bijbehorende schrijven vanuit LNAZ en AZN, deze is in zijn volledigheid onderaan het item te downloaden.

Toestand patiënt leidend voor besluit inzet MMT
Belangrijk uitgangspunt bij deze set is dat de toestand van de patiënt leidend is voor het al dan niet inzetten van een MMT. De omstandigheden waarin de patiënt zich bevindt, zoals aard, ongeval en locatie zijn hieraan ondergeschikt. Deze benadering sluit aan bij de uitvraagsystematiek van de MKA-centralist (Meldkamer Ambulancezorg). Daarnaast is de set ook uitgebreid met cancelcriteria, zodat ook het cancelen van de MMT op duidelijke en uniforme gronden kan gebeuren.

24 uurs paraatheid MMT’s aanleiding voor nieuwe inzetcriteria
De minister van Volksgezondheid besloot in 2009 om de MMT’s geleidelijk uit te breiden tot een volledige 7*24u paraatheid. Sinds 2011 zijn de MMT’s ook daadwerkelijk 24 uur per dag inzetbaar per helikopter. Kan de heli niet vliegen, bijvoorbeeld door weersomstandigheden, dan verplaatst het team zich met het MMT-voertuig.

Verantwoordelijkheidsverdeling bij inzet MMT
Bij het bieden van acute zorg vindt meestal samenwerking plaats tussen verschillende zorgverleners. Cruciaal hierbij is de wijze van samenwerking en de overdracht van de patiënt van de ene naar de andere zorgverlener. De samenwerking tussen RAV (met MKA en ambulanceteam) en MMT vormt hierop uiteraard geen uitzondering. In de nieuwe set inzet- en cancelcriteria is daarom ook de onderlinge verantwoordelijkheid tussen de betrokken hulpverleners opgenomen.

Verantwoordelijkheid bij Primaire MMT-inzet
In de wet zijn geen specifieke bepalingen opgenomen over de verantwoordelijkheid
voor de primaire inzet van het MMT. Voor de inzet van ambulances zijn wel wettelijke
bepalingen vastgelegd. Het inzetten van een MMT is bedoeld ter aanvulling op de
ambulancezorg. Traumacentra en RAV’s hebben gezamenlijk besloten dat het een
logische keuze is de wettelijke bepalingen voor de ambulancezorg te volgen. Dit
26 Verantwoordelijkheidsverdeling | hoofdstuk 4
betekent dat, in navolging van de wettelijke bepalingen voor de ambulancezorg, het
de MKA-centralist is die bepaalt óf het MMT wordt ingezet. Op die manier houdt de
meldkamer het overzicht en de regie wie, wanneer en waarom wordt ingezet. Daarbij
is het van groot belang, dat de MKA-centralist beschikt over heldere inzetcriteria
voor de inzet van het MMT. Voor de inzetcriteria geldt het landelijk overzicht zoals
beschreven in dit document (bijlage 1). Tevens kunnen er regiospecifieke aanvullende
inzetcriteria bestaan, die door de betrokken RAV-directies en het MMT leverend centrum
zijn vastgesteld en bij de meldkamer(s) bekend gemaakt zijn. De MKA-centralist is
verantwoordelijk voor de juiste toepassing van deze inzetcriteria.

Verantwoordelijkheid bij Secundaire MMT-inzet
Van een secundaire inzet is sprake, indien de ambulanceverpleegkundige en/of de OvDG
de inzet van het MMT nodig achten. Bij een secundaire inzet zijn er reeds bekwame
hulpverleners ter plaatse. Zij bepalen ter plekke de indicatie en de urgentie aan de
hand van bestaande afspraken (landelijk en eventueel regionaal). De aanvraag voor een
secundaire MMT-inzet wordt gericht aan en loopt via de MKA-centralist. Daarnaast is
ook sprake van een secundaire inzet wanneer de ambulanceverpleegkundige nog niet
ter plaatse is, maar zij/hij op basis van de informatie van de MKA-centralist een MMTinzet nodig acht. De MKA-centralist geeft uitvoer aan dit verzoek.

Verantwoordelijkheid voor het cancellen van het MMT
Wanneer de ambulanceverpleegkundige of OvDG die ter plaatse is, oordeelt dat de
situatie niet aan de inzetcriteria voor een MMT voldoet, terwijl het MMT al voor deze
situatie is ingezet, kan hij de meldkamer aangeven dat het MMT gecanceld kan worden.
De hulpverleners ter plaatse zijn verantwoordelijk voor een directe en ter zake kundige
situatierapportage, met betrekking tot aard incident, toestand slachtoffer, werkplek- en
tijdscriterium. De MMT-arts is verantwoordelijk om zich op grond van de door de
ambulanceverpleegkundige/OvDG aangedragen situatierapportage of overdracht ervan
te vergewissen of de inzet van het MMT noodzakelijk blijft dan wel dat die kan worden
afgebroken.

Wanneer de MMT-arts na aanvullend overleg en op grond van de hem aangereikte
informatie uit de situatierapportage besluit om toch ter plaatse te gaan, deelt hij deze
beslissing mee aan de ambulanceverpleegkundige met opgaaf van redenen. Als de
patiënt reeds transportgereed is kan een rendez-vous worden afgesproken om delay te
voorkomen. Ook kan na overleg de MMT-arts adviseren een ’scoop and run’ transport uit
te voeren en de komst van het MMT niet af te wachten.

Bij betrokkenheid van kinderen, andere risicogroepen zoals zwangeren en ouderen en in
geval van twijfel kan de MKA het MMT laagdrempelig inzetten.

bron: LNAZ.nl

 

Vorig artikelAmbulance Rotterdam-Rijnmond; nieuwe naam, nieuwe huisstijl
Redactie
Het algemene redactie account van Ambulanceblog. De redactie van Ambulanceblog streeft een open communicatieplatform na die significant bijdraagt aan kwalitatief uitstekende ambulancezorg. Ambulanceblog heeft contacten binnen Ambulancezorg Nederland (AZN), V&VN en vrijwel bij alle RAV’en van Nederland. Toch opereert Ambulanceblog geheel zelfstandig en bewaken wij de transparantie van berichtgeving zonder daarin gehinderd te worden door belangen van derden. Ambulanceblog is een openbaar podium voor alle ambulancemedewerkers en -werkgevers.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here