Home Algemeen Algemeen Mestgassen: een onderschat gevaar

Mestgassen: een onderschat gevaar

2462
1

Maandag 20 februari. Net voor de lunch verschijnt ineens een persoonlijke melding op twitter: een mestgasongeval in Brabant. Geschrokken begin ik te lezen. “Gewonden door mogelijke mestgassen in Erp”. Helaas is het een beveiligde website: na regel 1 kun je alleen verder lezen – en foto’s kijken – als je je hebt aangemeld. En dat heb ik niet, want als ik ergens een hekel aan heb, is dat aan zo’n tekstuele wortel die gevolgd wordt door een tergend dichte deur. Verder zoeken dan maar. Omroep Brabant: “Man met spoed naar ziekenhuis na val in mestput op boerenbedrijf in Erp”. Ammoniak dat vrijkwam tijdens het mixen van mest zou volgens de politie mogelijk de oorzaak zijn.

En dan word ik kwaad. Ammoniak? Niéts ammoniak! H2S is hét grote gifgevaar in mest. Ja, er komt uit mest ook ammoniak vrij. Maar dit is nooit genoeg om hier bewusteloos van te raken of aan te overlijden – voor zulke effecten heb je een incident nodig met vloeibare ammoniak, zoals bv bij een ijsbaan. Bij mest leidt ammoniak hoogstens tot irritatie. Ammoniak foutief noemen als oorzaak kan echter wel tot gevolg hebben, dat de medische keten op het verkeerde been wordt gezet. Daarom ben ik hier zo fel op. Het zijn toch hopelijk mijn brandweercollega’s niet die dit hebben gezegd? Al snel heb ik contact met het betreffende korps. De brandweer blijkt erbij te zijn geroepen door de meldkamer van de ambulance. Die veronderstelde dat er mogelijk mestgassen bij het incident betrokken zijn.

Ik word blij. Van de ambulancemeldkamer die het risico heeft herkend en de brandweer mee vraagt. En van mijn brandweercollega’s, die bij aankomst constateren  dat er nog steeds een flinke hoeveelheid H2S in de stal hangt, al staat de mixer al een tijdje uit. En later aanvullende metingen doen, om te kijken hoe hoog de concentratie H2S zou kunnen zijn geweest.

Ambulanceblog vroeg mij, aan de hand van deze casus op een rijtje te zetten wat de MKA en het ambulanceteam het best zouden kunnen doen bij een mestgasongeval en wie hen daarbij zouden kunnen ondersteunen.

Bij deze een aantal tips van de landelijke mestfreak van de brandweer:

  • Bij verschillende processen op de boerderij kunnen gevaarlijke gassen vrij komen uit natuurlijke stoffen.
  • De belangrijkste plekken waar dit gebeurt zijn mestopslagen en kuilvoer
  • In voederkuilen (maiskuil, graskuil) of torensilo’s wordt altijd veel CO2 CO2 is een verstikkend gas. In tegenstelling tot bij andere verstikkende gassen zoals stikstof, argon of helium, kun je door CO2 al bewusteloos raken of overlijden terwijl er nog genoeg zuurstof in de lucht hangt. Dit komt doordat CO2 niet alleen een verstikkend maar ook een systemisch effect heeft. De zuurstofcel van de brandweermeter gaat dan misschien nog niet eens in alarm! Twee uur na het inkuilen kan er al zoveel CO2 zijn gevormd, dat je onder het zeil van een voederkuil of in een voersilo binnen enkele minuten overlijdt. In sommige jaren ontstaan er in de kuil naast CO2 ook “nitreuze gassen”. Het prikkende roodbruine gas dat vrijkomt is stikstofdioxide (NO2). Dit is een bijtend en zeer giftig gas, dat al in lage concentraties gevaarlijk is.
  • De belangrijkste gassen die vrijkomen uit mestopslagen, zoals de gierput, giertank, mestsilo of mestzak, zijn waterstofsulfide ofwel zwavelwaterstof (H2S), mogelijk blauwzuurgas (HCN), CO2 en methaan. H2S en HCN zijn giftige gassen, die in lage concentraties al gevaarlijk kunnen zijn. De concentratie H2S in mestgassen kan zo hoog zijn, dat 1 ademteug tot bewusteloosheid en de dood kan leiden. Wanneer een slachtoffer met het gezicht voorover valt in een laagje mest, gaat dit nog veel sneller, omdat er dan ook sprake is van verdrinking. CO2 is verstikkend, en methaan levert vooral brand- en explosiegevaar op.

De meldkamer zou altijd moeten vragen, waar het slachtoffer onwel is geworden. Betreft het een boerderij of een loonwerkersbedrijf en is er betrokkenheid van een mestopslag, het uitrijden van mest of de aanwezigheid van kuilvoer? Als er ook maar de geringste aanwijzing is voor betrokkenheid van  gevaarlijke gassen, alarmeer dan direct de brandweer mee. Deze kan een redding doen in adembescherming en kan bepalen welke gassen erbij betrokken zijn. Dit is van belang voor de medische behandeling. Daarnaast kan de brandweer controleren, of de gassen waardoor het slachtoffer onwel werd, ook nog gevaar oplevert voor onbeschermde hulpverleners.

Houd er rekening mee, dat ongevallen met mest- of rottingsgassen ook kunnen plaatsvinden op andere plaatsen waar organisch materiaal rot, zoals in waterputten, riolen en waterzuiveringsinstallaties!

Wat kan de ambulance doen, zolang slachtoffers nog niet in veilig gebied zijn?

Breng jezelf nooit in gevaar door een reddingspoging te doen. Meer dan de helft van de slachtoffers van mestgas zijn redders! Blijf altijd “bovenwinds” van het incident – dus laat de wind van achteren komen en de gassen van je af blazen.

Het begint met verse lucht……..

Alles begint met het uitschakelen van de bron. Staat de mixer nog aan, dan moet deze uit ! (natuurlijk alleen als dat kan zonder jezelf in gevaar te brengen).

Halen slachtoffers nog adem, dan kan zuurstof van de ambulance hen het leven redden. Dit is effectiever en makkelijker toe te dienen dan het opzetten van ademlucht van de brandweer. Laat de brandweer zien hoe de set moet worden gebruikt en geef hem mee. Kan het kapje zo worden aangebracht dat het niet afglijdt tijdens het hijsen van het slachtoffer?  Zijn er meerdere slachtoffers, die niet direct naar veilig gebied kunnen worden gebracht omdat ze uit een besloten ruimte moeten worden gehaald, dan moeten misschien ook ademluchtsets van de brandweer worden ingezet. Mogelijk staat er een compressor en kan zo verse lucht worden toegevoerd. Of kan de brandweer ventilatoren inzetten.

Haalt het slachtoffer geen adem meer, dan heeft deze maar 1 kans: zo snel mogelijk eruit, zo nodig met geweld. Als het slachtoffer in een tankwagen ligt, betekent dit misschien wel dat ondersteboven omhoog takelen aan de benen het snelst gaat en dus de meeste overlevingskans biedt. Er is dan geen tijd voor discussies of dit wel verantwoord is. Laat de brandweer dan haar werk doen en denk (en hijs misschien ook) mee! Onderschat niet, hoeveel mensen er nodig zijn om een levenloos slachtoffer uit een besloten ruimte te takelen. Ligt het slachtoffer – of meerdere – in een open mestcontainer, dan is het omver werpen hiervan misschien wel de snelste en dus beste reddingsmethode. Voor die paar extra blauwe plekken zullen de overlevers je later dankbaar zijn!

Wijst een meting van de brandweer uit dat een gered slachtoffer nog teveel giftig gas uitdampt en eerst moet worden ontsmet, laat brandweermensen met adembescherming dan intussen zo nodig het slachtoffer reanimeren. Is er geen ambuballon aanwezig, dan betekent dit alleen hartmassage. Is er een ambuballon voorhanden, dan kan het slachtoffer ook al worden beademd.

Een slachtoffer dat bedwelmd is geraakt door H2S (en evt. HCN) of zelfs in coma is geraakt, loopt kans op blijvend letsel, vooral ten gevolge van zuurstoftekort in gevoelige weefsels. Veel artsen en ziekenhuizen hebben weinig ervaring met patiënten die zijn blootgesteld aan gevaarlijke stoffen. Maak gebruik van deskundigen die hiermee wel ervaring hebben. Geef de slachtoffers een betere kans door zo snel mogelijk via de meldkamer een GAGS (Gezondheidskundig Adviseur Gevaarlijke Stoffen) te alarmeren of evt. het NVIC erbij te betrekken. Laat bijvoorbeeld in het ziekenhuis een bloedanalyse doen op (metabolieten van) H2S en HCN. En overweeg als arts om de hyperbare zuurstofkamer van het AMC of Den Helder in te zetten om de gassen versneld uit het lichaam te verdrijven en zo mogelijk daarmee de kans op restverschijnselen te verkleinen. Te vaak worden de gevaren van H2S onderschat en worden patiënten die aanspreekbaar zijn, te snel weer naar huis gestuurd. Dit overkwam o.a. het slachtoffer van een mestgasongeval in Zeewolde in 2014. Omdat hij onvoldoende is behandeld, heeft hij nog steeds restverschijnselen en is hij nu in behandeling bij een professor in Nijmegen  in de hoop dat zijn toestand nog iets kan worden  verbeterd.

1.    Meten met de pulse-oximeter heeft zeker zin. Als deze aangeeft dat de saturatie onvoldoende is, dan moet daarnaar gehandeld worden ( zuurstof geven). Als de pulse-oximeter aangeeft dat de saturatie voldoende is, dan kan dat incorrect zijn. Ook dan is snel zuurstof geven bij mogelijke H2S blootstelling van belang.

2.    Wat betreft hyperbare zuurstof therapie, op de website van het Nationaal Vergiftigingen Informatiecentrum (NVIC) staat hierover het volgende: ‘Hyperbare-zuurstoftherapie zou alleen in geval van ernstige intoxicatie met aanhoudende acidose, veranderde mentale toestand of levensbedreigende aritmieën overwogen moeten worden’.

Mestgassen: een onderschat gevaar
4.9 (97.14%) 7 beoordeling(en)

1 REACTIE

  1. Alweer dank Betty, hier in Brabant zijn we wéér wijzer geworden dank zij jou.
    Ga m’n best doen je ‘les’ te delen hierbij zuidoost.
    Hang tough’
    Bas
    (Dré: bedankt voor de tip!)

Comments are closed.