Home Algemeen Algemeen Maar ik kan echt niet meer!

Maar ik kan echt niet meer!

5868
1

Onrustig lig ik te draaien in mijn bed, dan word ik gewekt door mijn pager, we draaien in onze regio namelijk 24 uursdiensten. Het lijkt wel dat je dat aan voelt komen in je slaap. Ik kijk op de wekker en bedenk dat ik vannacht in mijn avondslaap in mijn handen mag knijpen want het blijkt dat ik de hele nacht geslapen heb
Het is half zeven in de morgen, we gaan onderweg naar een patiënt met pijn op de borst.
Een bejaarde man staat al in de deur opening als we aan komen lopen.
Hij ziet er moe uit. Kom zeg ik tegen meneer we gaan eerst maar even naar binnen.
“Wat kan ik voor u doen?” Eigenlijk komt meneer met een vaag verhaal, waar je maar je weinig mee kunt en al zeker geen werkdiagnose van kunt maken.
En toch is er een onderbuik gevoel, waar ik nog geen vinger op kan leggen. Meneer heeft slecht geslapen, eigenlijk gaat het al een week lang elke dag slechter, hij heeft wel een bezoek aan de huisarts gebracht, maar volgens eigen zeggen: “die hebben het ook druk, hij heeft me niet goed begrepen”. Het is een patiënt met cryptische uitingen, moeilijk om duidelijkheid te krijgen wat nu het probleem is. Ik loop naar de slaapkamer en vind waar ik naar op zoek was; de medicijnkaart. “Meneer ik zie dat u hart medicatie gebruikt, wanneer bent u voor het laatst bij de cardioloog geweest”?  “Daar moet ik straks heen is het antwoord. Maar ik kan niet meer! ”
In eens gaat er nog een deur open, een goed verzorgde en geklede bejaarde vrouw komt aan lopen.
Ik wil me voorstellen, maar ik zie dat ze het niet begrijpt. En vraag meneer of zij misschien zijn vrouw is. Ja zegt meneer gevolgd met de tekst; “maar ik kan niet meer!”

De cardiale klachten waar we voor heen waren gestuurd, komen wat op de achtergrond. Daar lijkt nu geen acuut probleem te zijn.
Maar we hebben hier wel een ander probleem.  We besluiten de dochter te bellen, als ik vraag of ik meneer zijn dochter mag bellen zegt meneer dat die elk moment hier thuis kan zijn.
In de keuken hoor ik gerommel. Meneer zegt, ” het is tijd voor een boterham”. Mevrouw pakt een broodje, ik zie dat het anders gaat als anders. Ik vraag meneer wat er met zijn vrouw is. Ze heeft Alzheimer, weer zegt meneer maar ik kan niet meer!
Voordat er ongelukken gebeuren, sta ik op en help mevrouw met haar broodje en schenk haar een kopje thee in, dit zet ik gezellig bij ons neer. In afwachting van de dochter, gelukkig hebben we er even tijd voor.
Dubbele zorg, we proberen gezellig even bij de oudjes te zitten. Maar we zien duidelijk de nood is hoog. Mevrouw is moeilijk te bereiken. We laten haar in haar wereld, en zien haar genieten van het ochtend ritueel.
De dochter komt binnen, zij geeft duidelijk aan dat haar vader de afgelopen week inderdaad achter uit is gegaan, vage klachten ook had hij vannacht met haar gebeld. Hij had druk op de borst en te moe om te slapen. Zij had geadviseerde een beker warme melk te nemen, en het nog maar even te proberen om te gaan slapen. De dochter had afgesproken om vanmorgen langs te komen om een bakje koffie te komen drinken. Na dit gesprekje leek het weer beter te gaan met haar vader.
Tot dat hij om 6.30 weer belde en hij verteld 112 te hebben gebeld, toen ben ik gelijk hier naar toe gereden.
De signalen zijn mij duidelijk of het nu wel of niet iets onderliggend cardiaal lijden is. Doet er bij mij niet toe, deze meneer heeft zorg nodig. In overleg met meneer en de dochter nemen we hem mee naar het ziekenhuis.
Als we vragen om op te staan om bij ons op de brancard te komen liggen, zeg ik nog geef u vrouw nog maar een dikke zoen. Maar gelijk zie ik dat mevrouw een stap achter uit doet,  ze begrijpt niet wat er gebeurt. Meneert zegt weer; “sorry, ik kan het niet meer! ”
Meneer ligt inmiddels op de brancard we lopen het huis uit en in mij oog hoek zie ik dat mevrouw achter ons aan rent en wordt bij de deur tegen gehouden door haar dochter. Zij probeert haar moeder gerust te stellen. Gelukkig heeft meneer dit niet gezien.

Ik heb veel respect voor mantelzorgers, maar deze meneer verdient zeker een pluim, hij heeft zoveel zorg en liefde aan zijn vrouw gegeven, waarbij hij zich zelf altijd heeft weggecijferd.
Als meneer in de ambulance ligt en ik kom naast hem zitten pak ik zijn hand vast en zeg tegen meneer ” het is goed zo, het is nu even tijd voor u zelf, wederom antwoord meneer; “ik kan echt niet meer”. Ik zeg tegen hem, geeft niet er zijn nu anderen die om uw vrouw denken en wij denken nu eerst om u, en hopelijk kunt u gauw weer aansterken en de kracht vinden om er weer voor uw vrouw te zijn. Ik zie een traan rollen over zijn wangen; “u houd echt veel van uw vrouw, u hebt het zo goed gedaan”. Meneer knikt daar bij houdt hij mijn hand stevig vast.
Ik schrijf mijn elektronisch ritformulier en fax hem door naar de eigen huisarts in de hoop dat de huisarts de fax bij het openen van het spreekuur er gelijk een oog op zal vallen in de hoop dat er een crisis opname geregeld kan worden voor mevrouw.

Meneer is mantelzorglijk moe, het wordt nu tijd voor hem zelf.  Na mijn overdracht aan de verpleegkundige van de spoedarts en gesprek met de dochter zullen zij ook de huisarts bellen, dat de situatie thuis niet meer kan, ook de dochter deelt deze zorgen.
In plaats van 10.00 uur op de polikliniek cardiologie voor half jaarlijks controle, ligt meneer nu om 8.00 uur voor controle voor de cardioloog op de spoedeisende hulp, maar met een sociaal tintje.

Ondanks het verdrietige verhaal, is het straks voor allen beter zo. Ik schut meneer de hand bij het verlaten van de spoedeisende hulp.
Ik wens hem sterkte en zeg hem dat hij nu eerst goed op zich zelf moet passen. Eindelijk zie ik een klein vermoeid glimlachje, met een stevige handdruk zegt hij; “U begrijpt het, bedankt want ik kan echt niet meer.” Ik sluit het gesprek met ” het is goed”

Respect voor deze Mantelzorger, maar het is genoeg geweest, het is nu tijd voor hem zelf!

Vorig artikelNieuwe kleding voor de ambulancesector
Volgend artikelWaarschuwingsbord ambulancepost Terneuzen
Gerda Boonstra
Met veel plezier schrijf ik op persoonlijke titel blogs. De verhalen kunnen gebaseerd zijn op waargebeurde verhalen, maar zullen in verband met het beroepsgeheim fictief zijn weergegeven. Ik schrijf verhalen met als doel collega's uit het vak te informeren en kennis te nemen van mijn ervaringen. In het dagelijks leven werk ik met veel passie en plezier bij Ambulancezorg Groningen. In 2000 ben ik begonnen in de acute hulpverlening als ambulanceverpleegkundige en ben inmiddels ook inzetbaar als OvDG. In 2015 heb ik daarnaast de forensisch verpleegkundige opleiding met succes afgerond, wat een leuke en nuttige verruiming was binnen mijn vak. Met mijn blogs laat ik jullie ook meekijken door mijn/een forensische bril in de acute hulpverlening.

1 REACTIE

  1. Zo enorm herkenbaar dit verhaal.
    Te vaak komen we afgebrande mantelzorger tegen. Vaak doen ze het omdat ze het zélf verkiezen , maar net zo vaak uit nood geboren…

Comments are closed.