Home Algemeen Algemeen LPA8, nieuwe protocol voor de Nederlandse Ambulancezorg (deel4)

LPA8, nieuwe protocol voor de Nederlandse Ambulancezorg (deel4)

2529
0

In deel 4 van onze analyse* van de LPA 8 gaan we in op een volgende serie protocollen.

In dit deel gaan we verder met de 6-protocollen.

De 6-protocollen omvatten de Verloskunde. De nadruk ligt op paralelle acties, niet afwachten en aankijken maar vroegtijdig de ambulance alarmeren

 6.1 Verloskunde

Dit is een nieuw protocol wat benadrukt dat bij een acuut verloskundig probleem vroegtijdig hulp wordt gealarmeerd. Dit gaat omd e verloskundige ambulance maar ook moet gedacht worden aan een tweede ambulance met couveuse, een MMT, een NICU bij een prematuur van <32 wkn en of tilassistentie.

6.2 Bloedverlies / buikpijn in de zwangerschap

Dit protocol komt in de plaats voor 18.1 uit LPA 7.2. In dit protocol is de beoordeling van de circulatie niet meer aan de orde. Die is immers bij de algemene protocollen aan de orde geweest. Hierdoor is ook dit protocol weer overzichtelijker geworden. Inhoudelijk is het protocol nauwelijks gewijzigd.

6.3 Fluxus postpartum

Ook dit protocol mist nu de C-beoordeling (C-beslisboom) Inhoudelijkis ook dit protocol nauwelijks gewijzigd. Wel is nu opgenomen dat er tijdens transport continue uterusmassage dient plaats te vinden.

6.4 Hypertensieve aandoeningen ante- en postpartum

Dit protocol vervangt 18.3 Pre eclampsie. Bij aanwezigheid van mogelijke PE/HELLP gerelateerde klachten (zoals hoofdpijn, pijn
in de bovenbuik of tussen de schouderbladen, nausea, malaise, visusklachten, oedeem) in alle gevallen de patiënt klinisch presenteren.

6.5 Partus

Dit vervangt 18.4 en gedeeltelijk 18.5 uit LPA 7.2 dit protocol voorziet in een handelswijze welke gevolgd kan worden in het geval de partus ter plaatse plaatsvindt, rekening houdend met de mogelijkheden die de we tot beschikking hebben. Uitgangspunt hierbij is dat een partus een natuurlijk proces is, waarbij terughoudendheid ten aanzien van handelen op zijn plaats is. Interventies zijn er alleen op gericht om complicaties voor moeder en kind zoveel mogelijk te voorkomen.
Het beluisteren van cortonen door ambulanceverpleegkundige is gecontraïndiceerd omdat het uiteindelijk geen consequenties heeft voor de te verlenen ambulancezorg.

6.6 Opvang natte pasgeborene

Dit protocol vervangt 17.25 uit LPA 7.2, in het algemeen is de opvang van een pasgeborene een routinekwestie. Bij een
slechte start zijn droog wrijven en andere stimulerend handelingen veelal voldoende zodat de natte pasgeborene beter gaat ademen. Daarnaast is in dit protocol ook aan de rechterkant een tijdsverloop te zien.

6.7 Uitgezakte navelstrengen/of kindsdelen

In dit nieuwe protocol waarin deels zaken uit protocol 18.4 uit LPA 7.2 worden behandeld staan deze specifiek benoemd, waardoor het overzichtelijk is.

 

Binnenkort meer over het nieuwe LPA8

* “onze analyse” betreft de analyse van de redactie AmbulanceBlog.nl van de LPA8 zoals die bij de Slotconferentie op 11 februari is gepresenteerd. Hierbij wordt opgemerkt dat het hier om het voorlopige protocol gaat wat nog niet definitief is. Hoewel dit protocol als “pre-release” kan worden beschouwd kan het zijn dat er in het definitieve protocol enkele wijzigingen zullen zijn. Aan “onze analyse” kunnen geen rechten mbt tot de definitieve uitgave en invoering binnen de ambulancezorg worden ontleent.

LPA8, nieuwe protocol voor de Nederlandse Ambulancezorg (deel4)
Beoordeel dit artikel