Home Algemeen Algemeen LPA8, nieuwe protocol voor de Nederlandse Ambulancezorg (deel1)

LPA8, nieuwe protocol voor de Nederlandse Ambulancezorg (deel1)

4282
0

Met de slotconferentie die gisteren 10 februari in Bilthoven is gehouden is de totstandkoming van het LPA8 bijna beëindigd.

Zoals we al eerder schreven is het LPA8 anders van opzet als de voorafgaande LPA uitgaven, bijvoorbeeld andere symbolen / iconen, maar ook deels een ander idee van wat het LPA zou moeten zijn. Dit zien we al bij de symbolen en iconen, alwaar de nodige aandacht aan moet worden gegeven voordat men het LPA kan “lezen”. Dit komt deels omdat diverse kinder en volwassen protocollen zijn samengevoegd.

Ook is er na evidence based onderzoek gebleken dat de huidige vorm van wervelkolomimmobilisatie herzien moet worden, hierover in deel2 van dit artikel meer.

Hieronder een korte opsomming waarin wij uiteraard niet alle wijzigingen en veranderingen kunnen toelichten.

1.4 Methodiek
Nieuw in de methodiek is CBRN, hier hebben we op dit portal al regelmatig aandacht geschonken. De methodiek begint met de voorbereiding, dan de situatie, de patiënt en of er eventuele assistentie nodig is.

Bij de zorgverlening zien we nadrukkelijk na aankomst patiënt de METHANE/SBAR voor de AVPU benoemd, uiteraard als het bij een trauma relevant is moet de CWK manueel worden gestabiliseerd. Daarna volgt de ABCD en E met de daarbij specifiek horende protocollen.

Bij de afronding staat uitdrukkelijk dat de ambulanceverpleegkundige verantwoordelijk is voor de patiënt bij EHGV (eerste hulp geen vervoer).

2.2 Primaire triage op vindplaats
Aan het begin van de protocollen wordt ingegaan op een grootschalig incident en de rolverdeling hierin, daarnaast wordt er grafisch een ABC beslisboom getoond met daarin de leidraad voor de triage op de vindplaats van de slachtoffers. Daarnaast toont 2.3 een scoringskaart van de secundaire triage, zoals bijvoorbeeld in het gewondennest gebeurt.

2.7 en 2.8 Interklinische overplaatsing
In deze protocollen is specifiek de overplaatsing uitgewerkt, nog specifieker dan we al kenen, waarbij aandacht is gegeven aan de mogelijkheden om apparatuur in de ambulance te kunnen fixeren, daarnaast is het mogelijk om voor een overplaatsing van een ABCD instabiele patiënt het MMT in te zetten.

3.3 Circulation
Binnen dit protocol is de instabiele circulatie niet meer aan de waarden van de bloedruk gebonden, hierbij zien we andere indicatoren zoals bleek, zweten, verwardheid of en koude extremiteiten, daarnaast zien we in 3.5 (Exposure / environment / secondairy survey) dat het niet meer interessant is om te weten wanneer de “last-meal” heeft plaatsgevonden, dit is prehospitaal niet relevant.

4.1 Reanimatie
Er heeft ook een grote verandering plaatsgevonden in de reanimatie protocollen, waar we eerder gebruik konden maken van diverse reanimatie protocollen zijn binnen LPA8 twee reanimatieprotocollen te vinden. Na de beslisboom die in 4.1 te vinden is zijn er respectievelijke protocollen 4.2 voor een reanimatie kind en 4.3 voor een reanimatie volwassene te vinden in het LPA8. Ook zijn er geen blokken meer te vinden maar wordt er gewezen om een zo minimaal mogelijke onderbreking van de BLS en elke 2 minuten geëvalueerd en vanaf de 3 defibrillatie (incl. AED shocks) medicatie gegeven. Daarnaast is er in het volwassenen reanimatie protocol medicatie opgenomen bij onrust / pijn door (mechanische) thoraxcompressies.

5.6 LVAD (Left Ventricular Assist Device)
Voor patiënten met een LVAD is binnen LPA8 een nieuw protocol toegevoegd, we kunnen een LVAD steeds vaker binnen de ambulancezorg tegenkomen, als een patiënt een LVAD heeft dienen er geen thoraxcompressies uitgevoerd te worden, hier komen we binnenkort op ambulanceblog.nl nog op terug.

7.8 Intoxicaties
Binnen het intoxicatie protocol hebben diverse wijzigen plaatsgevonden, zo dient er bij voorbaat gebruik te worden gemaakt van het bedrijfsspecifieke protocol wat aanwezig is, is deze niet voorhanden dan kan een specifiek protocol uit het LPA8 worden gebruikt, heb je geen specifiek protocol dan dient het vergiftigingencentrum te worden gebeld.

7.15 Pijnbestrijding
Binnen het protocol pijnbestrijding worden er aanpassingen gedaan in de hoeveelheid medicatie, zo wordt de esketamine verhoogt naar 0,25 mg.kg en na 10 minuten nogmaals 0,125 mg/kg, voor fentanyl geldt dat we 0,001 mg/kg iv mogen gaan geven en 0,002 mg/kg nasaal, daarna fentanyl iv titreren op geleide van resultaat maximaal 0,004 mg/kg.

Binnenkort volgt deel 2

bron foto: @NVMMA