Home Algemeen Algemeen Kwalitijd of kwaliteit?!

Kwalitijd of kwaliteit?!

2402
3

Heel ‘ambulance Nederland’ staat op z’n kop de afgelopen dagen naar aanleiding van een zoveelste artikel waarin wordt gesteld dat bij 17 van de 24 RAV’s ambulances niet in 95% van de gevallen binnen 15 minuten ter plaatse zijn (Leeuwarder Courant, zaterdag 14 mei). Collega ambulanceverpleegkundige en mede blogger Paul Dirkes was me net voor met een terechte duiding van een flink aantal onvolkomenheden in het genoemde krantenartikel.

Op social media ging het ook weer ‘los’, want wanneer komen we nu eindelijk eens los van die alsmaar aanhoudende aanrijtijden als (kennelijk) enige harde kwaliteitsindicator voor ambulancezorg?

De uitslag van een door mij gestarte poll op Twitter was overduidelijk. Circa 90% van de 254 stemmers geeft aan het oneens te zijn met de stelling dat de aanrijtijd van ambulances de beste prestatie/kwaliteitsindicator is om kwaliteit van ambulancezorg te kunnen beoordelen.

Poll Twitter

Natuurlijk, tijd is een belangrijke factor en is ook wel degelijk een onderdeel van kwaliteit van zorg, maar het kan en mag niet de enige zijn waarop we als sector worden ‘afgerekend’.

Zorg verandert

De afgelopen decennia is de kwaliteit van ambulancezorg sterk verbeterd, juist door meer en betere inhoudelijke zorg ter plaatse. Dit kan er in veel gevallen voor zorgen dat er sprake is van een verbeterde conditie van de patiënt bij aankomst in het

ziekenhuis. Waar er vroeger sprake was van ‘oppakken en wegwezen’ wordt er nu meer en meer aan prehospitale diagnostiek en behandeling gedaan. Dit kost in de prehospitale fase (iets) meer tijd, maar levert in veel gevallen gezondheidswinst voor de patiënt op, en dus betere kwaliteit van zorg! Daarnaast is er sprake van toename van zeer diverse zorgvragen, neemt het aantal ‘eerste hulp geen vervoer’ (EHGV) ritten nog steeds toe, zit er toekomst in uitbreiding van prehospitale diagnostische mogelijkheden op basis waarvan een (nog) betere inschatting van de zorgbehoefte gedaan kan worden. Dus over het feit dat de factor tijd niet als enige factor van kwaliteit mag gelden zijn we het wel eens.

Verantwoorde zorg

Maar hoe dan wel? En wie moet dan wat doen?

In het kader van verantwoorde zorg wil de sector verder, onder andere door het ontwikkelen van (medisch) inhoudelijke indicatoren. Daarom heeft de bestuurscommissie van AZN samen met het Centraal Begeleidingsorgaan (CBO) sinds 2013 een gedegen traject gelopen en is men gekomen tot een eerste set indicatoren. In een zogenaamde ‘veldtest’ zijn vervolgens de indicatoren getoetst op haalbaarheid en registreerbaarheid in de praktijk. Het eindrapport verscheen in september 2014 en daarmee waren de 24 RAV’s aan zet om één en ander te implementeren.

Er is natuurlijk altijd verleiding om eenmaal bepaalde indicatoren ter discussie te stellen. Dat moeten we nu vooral niet willen lijkt me. Deze indicatoren zijn er nu, hebben vanuit de commissie met een brede afvaardiging (ook uit de praktijk) een breed draagvlak, zijn toepasbaar, objectief meetbaar en vergelijkbaar. Het is een beperkte maar haalbare set en er is zeker potentie voor uitbreiding in de toekomst. Bij het opstellen van de indicatoren is door de commissie rekening gehouden met nationale en internationale evidence based richtlijnen.

De 7 indicatoren:

1.       Percentage traumapatiënten bij wie de pijnintensiteit bij aankomst van de ambulance is gemeten met een (verbale) NRS, gezichtjesschaal of VRS-4
2.       Percentage traumapatiënten met een waarde van 4 of hoger op de NRS of gezichtjesschaal of een waarde ‘matige of ernstige pijn’ op de VRS-4 en die pijnstilling hebben gekregen
3.       Percentage patiënten dat met gepland vervoer binnen de afgesproken tijdspanne op de plaats van bestemming gebracht is (brengritten)
4.       Percentage patiënten Eerste Hulp Geen Vervoer (EHGV) en opnieuw ambulancezorg
5.       Doorlooptijd CVA-patiënt na melding MKA: ‘deur-tot-deur tijd’

A.      Percentage A1 ambulanceritten waarbij op grond van tekenen en symptomen passend bij CVA/verdenking CVA, de patiënt mogelijk in aanmerking komt voor trombolyse en/of endovasculaire behandeling en waarbij de patiënt binnen 45 minuten na melding MKA is aangeleverd bij de SEH

B.      Percentage A2 ambulanceritten waarbij op grond van tekenen en symptomen passend bij CVA/verdenking CVA, de patiënt mogelijk in aanmerking komt voor trombolyse en/of endovasculaire behandeling en waarbij de patiënt binnen 60 minuten na melding MKA is aangeleverd bij de SEH

6.       Tijd tussen de melding en aankomst PCI centrum bij STEMI

A.      Hanteert de RAV een streeftijd voor de tijd tussen het tijdstip van de melding MKA en het tijdstip van aankomst bij het PCI-centrum in geval van een STEMI?

B.      Zo ja, zijn deze afspraken binnen de RAV schriftelijk vastgelegd?

C.      Percentage patiënten met een STEMI die binnen de door de RAV vastgestelde streeftijd zijn aangekomen op het PCI-centrum

7.       Percentage gemiste patiënten met een circulatiestilstand

 

Bij indicatoren kan een onderscheid gemaakt worden in structuur-, proces- en uitkomstindicatoren. Daarnaast kunnen indicatoren zowel intern als extern bruikbaar zijn. Intern wil zeggen dat RAV’s de resultaten kunnen gebruiken om zorg te evalueren en waar nodig en mogelijk te verbeteren. Extern kan bijvoorbeeld AZN de resultaten gebruiken om een beeld te vormen over de landelijk geleverde kwaliteit van zorg. Hier is dan wel eenduidigheid voor nodig in de registratie en de wijze van meten bij de verschillende RAV’s.

De praktijk is aan zet

Uit de veldtest is gebleken dat eenduidig registreren geen sinecure is. De sector is aan zet en dat vraagt wat van ons allemaal als professionals!

Het eindrapport lag er al in september 2014. Ruim anderhalf jaar verder zullen RAV’s (waar dit nog niet is gedaan) moeten streven naar heldere communicatie van het rapport, aanpassing van (ICT) systemen om indicatoren eenduidig meetbaar te maken, implementatie van de indicatoren zelf maar bovenal het motiveren en enthousiasmeren van alle medewerkers zelf. We moeten er doordrongen van zijn dat als we af willen van de ‘tijd’ als enige indicator voor kwaliteit van zorg we zelf wellicht anders moeten gaan werken én registreren. Alleen dan kunnen we meewerken aan een andere én betere beoordeling van de kwaliteit van ónze ambulancezorg!

 

Vorig artikelAmbulances niet vaak genoeg op tijd
Volgend artikelAmbulance A1 spoedritten: Wat is de relatie tussen responstijd en gezondheidswinst?
Rudolf Tolsma
Ik ben sinds 2007 werkzaam als ambulanceverpleegkundige bij RAV IJsselland met als standplaats Zwolle. Van 2012-2014 heb ik aan de Hanzehogeschool in Groningen de Master Advanced Nursing Practice (MANP) gevolgd, waardoor ik sinds september 2014 verpleegkundig specialist acute zorg ben. De veelzijdige baan als ambulanceverpleegkundige is hierdoor voor mij nóg veelzijdiger geworden. Naast het werken in de ambulance ben ik als verpleegkundig specialist ook deels werkzaam op de huisartsenpost in Zwolle. Sinds 2011 ben ik binnen de ambulancedienst betrokken geraakt bij het doen van onderzoek. Tijdens mijn opleiding tot verpleegkundig specialist is mijn interesse voor wetenschappelijk onderzoek alleen maar groter geworden. Mijn verwachting is dat er de komende jaren nog veel zal gaan veranderen in het zorglandschap. Er vindt steeds meer verschuiving plaats van zorg en diagnostiek van de tweede- naar de eerstelijnszorg. Er liggen daarin veel mogelijkheden voor de acute zorg. Hoe mooi is het om door wetenschappelijk onderzoek steeds verder te streven naar zorgverbetering voor de patiënt in de gehele (acute) zorgsector?!

3 REACTIES

  1. Helaas is het in bijna iedere beroepsgroep zo dat er een gapend gat zit tussen beleidsmakers en werkvloer. Zeker als de overheid een partij is zie je dit steeds weer gebeuren. Belangrijk is dat AZN en CBO, en ook de RAV’en, blijven duwen tegen de zorgverzekeraars zodat de stem gehoord wordt.

  2. Omdat er maar weinig discussie ontstaat toch maar even een inhoudelijke reactie van mijn zijde:
    De indicatoren die gesteld zijn in 2013 zijn inderdaad discutabel immers sinds 2013 is de zorg in onze sector (gelukkig) in mijn opinie weer flink vooruitgegaan. Af en toe gaan de ontwikkeling zo snel dat het amper bij te houden is. Maar zoals Rudolf aangeeft is het niet “handig” om dit nu ter discussie te stellen.
    Wat ik persoonlijk erg jammer vind en eigenlijk zorgelijk, is dat er twee organen namelijk het CBO en AZN blijkbaar kwaliteitsindicatoren opstellen maar dat de zorgverzekeraars, degene die ambulancezorg financieren hier niks mee doen.
    Is de financiering door zorgverzekeraars wel gerechtvaardigd als het blijkbaar niet luistert naar de met zorg samengestelde criteria en hoeveel waarde heeft het voor RAV’en om deze indicatoren te implementeren als het “niks in het laatje” brengt?
    Misschien klinkt het allemaal erg sceptisch maar in mijn ogen is er een scheefgroei tussen regelgevend, adviezen en beoordeling. Iets wat in dit belangrijke werk in mijn optiek niet zou moeten mogen.

    Mag ik jullie allemaal uitnodigen om te reageren?

Comments are closed.