Home Algemeen Algemeen Kamerbrief met reactie op onderzoek naar onnodige ambulanceritten

Kamerbrief met reactie op onderzoek naar onnodige ambulanceritten

1168
0

Minister Schippers (VWS) stuurt de Tweede Kamer haar reactie op een onderzoek dat concludeert dat achteraf gezien meer dan 40% van de onderzochte ambulancespoedritten in de regio Gelderland-Zuid eerstelijns zorg betrof.

Minister Schippers schrijft hierin: “Het is belangrijk dat hulpverleners op de ambulance en op de SEH zich niet bezig houden met medisch laag urgente hulpvragen die ook door een huisarts of met zelfzorg behandeld kunnen worden. Goede triage door de meldkamercentralist is daarbij zeer belangrijk. In de ambulancesector wordt gewerkt met de zogeheten Directe Inzet van Ambulances (DIA). Dit betekent dat centralisten na een 112 melding met een zorgvraag direct een ambulance inzetten. Vervolgens maakt de centralist een inschatting van de urgentie van de situatie en neemt daarna een besluit over het vervolgen van de inzet met of zonder licht- en geluidsignalen of het terugroepen van de ambulance. Met deze werkwijze, waarbij de triage plaatsvindt terwijl de ambulance al op weg is, wordt de aanrijtijd van de ambulance in spoedgevallen verkort. De triage vindt plaats op basis van informatie van patiënten of omstanders die de ernst van de situatie niet altijd goed kunnen inschatten en zich in een paniekachtige situatie kunnen bevinden. De centralist heeft daarmee slechts zicht op een ‘relatieve’ werkelijkheid, verwoord door de beller. Bij twijfel neemt een centralist vanzelfsprekend geen risico en zal een ambulance niet teruggeroepen worden.”

Daarnaast komt ongeveer 51% van het aantal A1-inzetten dat wordt uitgevoerd naar aanleiding van een melding die via 112 binnenkomt. De melders via 112 zijn meestal leken, de overige inzetten zijn naar aanleiding van een melding door een zorgprofessional via een directe lijn. In deze gevallen gaat de centralist er over het algemeen van uit dat de medisch gespecialiseerde hulpvrager goed zicht heeft op de feitelijke situatie en zal de gevraagde hulp gestuurd worden.

Bovendien is er een aanzienlijk deel van deze meldingen sprake van een melding in een openbare ruimte, alwaar er meestal geen huisarts beschikbaar is.

 

Daarnaast geeft de minister aan dat: “De Nederlandse ambulancemeldkamers zijn volop bezig met het verbeteren van de kwaliteit van de triage. Met behulp van computerprogramma’s wordt de medische uitvraag verder ondersteund, waarmee de triage nog meer wordt geprofessionaliseerd. Belangrijk aandachtspunt daarbij is het vraagstuk van de over- en ondertriage. Dit zal als een belangrijke factor worden meegewogen. Maar helder is ook dat deze ontwikkeling in potentie over- en ondertriage kan reduceren, maar dit nooit volledig zal kunnen uitsluiten.”

En verder: “In het transitieakkoord ‘Meldkamer van de toekomst’ is afgesproken om een optimale manier van werken mede op basis van pilots uit te werken. De LMO in oprichting is momenteel bezig met een nadere invulling van de pilots. Op korte termijn zal hierover besluitvorming plaatsvinden. In de voortgangsbrief over de LMO, die de minister van Veiligheid en Justitie naar uw Kamer zal sturen, zullen de uitkomsten van dit besluitvormingsproces beschreven worden. De werkwijze wat betreft multi- en mono intake binnen de LMO zal hierbij worden meegenomen.”

Download hieronder de complete brief.

bron: rijksoverheid.nl