Home Algemeen Algemeen Jac Rooijmans hoofd Going Concern bij LMO, waarom LMO?

Jac Rooijmans hoofd Going Concern bij LMO, waarom LMO?

1512
0

De huidige directeur Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost, Jac Rooijmans, gaat per 1 augustus aanstaande als hoofd Going Concern aan de slag met de vorming van de Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO).

Na bijna 14 jaar directeur te zijn geweest van Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (voorheen Regionale Brandweer en Hulpverleningsregio) gaat Jac Rooijmans een nieuwe uitdaging aan. Jac Rooijmans’ grote kennis van en over de OOV-sector en zijn bestuurlijke ervaring binnen deze sector, waren voor de landelijke kwartiermaker LMO een belangrijke aanleiding om Jac Rooijmans voor deze functie te vragen.

Het Dagelijks Bestuur van Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) vindt het jammer dat de directeur vertrekt, maar respecteert zijn besluit: “Jac Rooijmans had grote waarde voor de organisatie, vooral in tijden waarin de ene ontwikkeling de andere opvolgde. Veel goede initiatieven zijn de afgelopen jaren onder Jac Rooijmans’ leiding tot wasdom gekomen. Een drijvende kracht met tomeloze energie en inzet. Wij wensen hem veel succes in zijn nieuwe functie. Een functie die voor zowel de brandweer in Nederland als voor de nationale politie belangrijk is.”

 

Waarom een Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO)?

Om nu en in de toekomst te kunnen blijven voldoen aan de vraag van burgers aan de hulpdiensten moet de meldkamer anders worden ingericht. De 22 meldkamers van veiligheidsregio’s worden daarom samen met meldkamerfuncties van de landelijke eenheid van de politie in Driebergen (die de aanname van mobiele 112 oproepen verzorgt) en de meldkamers van de Koninklijke Marechaussee samen gevoegd tot één Landelijke Meldkamerorganisatie met 10 locaties.

De kwalitatieve doelen van deze verandering zijn:

  • De burger zoveel mogelijk in het eerste contact helpen door direct te vragen wat er aan de hand is in plaats van wie de burger wil spreken.
  • Een landelijk kwaliteitsniveau waardoor de burger kan rekenen op dezelfde dienstverlening van de meldkamer ongeacht de locatie van de noodhulpvraag;
  • Het verbeteren van de bereikbaarheid van de meldkamerlocaties tijdens piekbelastingen;
  • Het verbeteren van de uitwijkmogelijkheden van meldkamerlocaties in geval van uitval;
  • Een verbetering van de informatie-uitwisseling tussen hulpverleningsdiensten en tussen verschillende regio’s.

Om bovenstaande doelen te bewerkstellingen is besloten één Landelijke Meldkamerorganisatie te vormen met maximaal tien meldkamerlocaties met een landelijk gestandaardiseerde werkwijze.

 

Wat doet de LMO?

De LMO wordt verantwoordelijk voor:

  • Het aannemen van alle 112 oproepen;
  • het beheer van alle meldkamers, denk aan huisvesting, personeel, ICT etc.;
  • het faciliteren van ‘de opschaling’ in geval van een crisis;
  • het bevorderen van de samenwerking binnen het meldkamerdomein

Voordat de Landelijke Meldkamerorganisatie verantwoordelijk wordtvoor deze taken, moeten eerst de Politiewet en de Wet Veiligheidsregio’s hierop worden aangepast.

 

Wat is het verschil tussen de huidige en de nieuwe situatie?

Op dit moment heeft in principe elke (veiligheids)regio in Nederland een eigen meldkamer waarbinnen politie, ambulance en brandweer samenwerken. Een aantal meldkamers is al samengevoegd, zoals bijvoorbeeld in Noord Nederland, waar de meldkamers van de regio’s Friesland, Groningen en Drenthe samen in één meldkamer zijn ondergebracht. Zo zijn er op dit moment 22 regionale meldkamers. Elke meldkamer is in principe autonoom. Natuurlijk wordt al wel samen gewerkt, maar er bestaat geen landelijke standaard voor werkwijze of kwaliteit. Ook is in de huidige situatie (geautomatiseerde) informatiedeling niet altijd goed mogelijk en kunnen meldkamers elkaars werk niet geautomatiseerd overnemen in het geval van bijvoorbeeld grote drukte. In de nieuwe situatie is er straks één landelijke meldkamerorganisatie. Daarbinnen wordt straks op gestandaardiseerde wijze gewerkt. De burger wordt straks overal op dezelfde manier worden geholpen. Hierdoor zijn kwaliteitsverbeteringen mogelijk en wordt een kostenbesparing gerealiseerd.