Home Algemeen Algemeen “Het einde van een normale kantoordag”

“Het einde van een normale kantoordag”

1949
0

Het was aan het einde van mijn kantoordag, toen er op mijn deur geklopt werd en er een jongedame gekleed in ambulancetenue in de deuropening staat. “Sorry” zegt ze “stoor ik?”

“Kom verder” zei ik. “Wat kan ik voor je betekenen?”  “Ik heb de afgelopen twee dagen 2 diensten mogen meedraaien, erg interessant en boeiend. Over een maand studeer ik af als basisarts, en nu las ik in een advertentie bij een ambulanceorganisatie ergens in het land dat er basisartsen worden gevraagd die opgeleid willen worden tot ambulanceverpleegkundige.  Bieden jullie deze mogelijkheid ook?”  “Nou”, begon ik, “wij als regio bieden deze mogelijkheid nog niet. Maar wettelijk gezien kan het ook niet, tenzij je ook verpleegkundige bent. Om tot ambulanceverpleegkundige opgeleid te worden dien je als verpleegkundige ingeschreven te staat in het BIG register, en net zoals de overige beroepsbeoefenaren voorkomend in het BIG register is verpleegkundige een  wettelijk beschermde titel welke je niet zomaar mag voeren.  Wanneer jij straks als arts bent afgestudeerd mag je de titel van arts voeren en je zodanig inschrijven het het BIG register voor artsen. Wat deze regio bedoelt is dat ze opzoek zijn naar basisartsen die binnen het domein van de ambulancezorg willen werken en daarbij het zelfde werk doen als een ambulanceverpleegkundige aan de hand van het landelijk prtocol ambulancezorg 8,1.

Maar ze mogen zich absoluut GEEN ambulanceverpleegkundige noemen. Eventueel kunnen ze de titel voeren van ambulancezorgprofessional. Ook de bachelor medisch hulpverlener (BMH), een nieuwe zorgprofessional binnen de gezondheidszorg, mag zich geen ambulanceverpleegkundige noemen. Formeel heet deze nieuwe zorgprofessional, medisch hulpverlener ambulancezorg. Deze bachelor medisch hulpverlener (BMH) is ook als zodanig in de tijdelijke wet BIG opgenomen.”

Na mijn betoog en uitleg knikte ze instemmig, met de vraag: “en aan welke eisen dient  men dan nog meer te voldoen?”

Zoals je misschien wel weet, hebben ambulanceverpleegkundigen na hun basisopleiding tot (HBO) verpleegkundige een verpleegkundige specialisatie zoals Anesthesie, Spoedeisende hulp of Intensive care gedaan.  Bovendien hebben ze een aantal jaren praktijkervaring opgedaan in een algemeen of acadenisch ziekenhuis. Na ruim 6 tot 7 jaar in een ziekenhuis te hebben gewerkt komen zij bij een ambulanceorganisatie werken.  Voor net afgestudeerde (basis) artsen en/of BMH’ers geldt dat ze eerst zoveel mogelijk praktijkervaring dienen op te doen dan wel het volgen van een trainee traject binnen een ambulanceorganisatie. In het sectoraal kader voor de BMH staat aan welke instroomeis zij dienen te voldoen voor ze zelfstandig aan het werk kunnen.

Zij horen net zoals de ambulanceverpleegkundigen te voldoen aan het landelijk assessment en het deelnemen aan de PHTLS.

Kortom, je dient je rugzak met ervaring zelf te vullen naast de enorme cognitieve kennis die je hebt verworven tijdens je basisopleiding.

“Bedankt zegt ze”, en loopt tevreden mijn kamer uit. Een week later ontving ik een mailtje, waarin ze mij nogmaals bedankt voor de heldere uitleg. Ze heeft besloten eerst ervaring op te doen als basisarts binnen verschillende afdelingen.

Terug naar huis rijdend in mijn dienstvoertuig, ik heb dienst als algemeen commandant, gaat mijn telefoon. Het bedrijfsbureau vraagt of ze op de valreep nog een meneer mag doorverbinden die dringend op zoek is naar de persoon die gaat over “oefenen”.

“Verbind maar door”, zeg ik. “Goedemiddag, sorry dat ik u nog zo laat stoor maar ik wilde u vragen of u een ambulance met medewerkers heeft die wil deelnemen aan een grote ontruimingsoefening voor onze organisatie in samenwerking met de regionale brandweer, de politie, gemeente,  rode kruis, EHBO vereniging en de BHV. Het betreft hier een grote zorgorganisatie in de regio.”

“Zo u pakt het nog al groots aan”, antwoorde ik.

“Ja we zijn er ook al ruim een jaar mee bezig” antwoordde hij vol trots. “En wanneer is deze oefening dan?” vroeg ik hem. “Nou volgende week”. Er viel een stilte van mijn kant. “U bent er al een jaar meer bezig en u benadert mij een week van te voren of ik u een ambulance kan leveren?” Ik moest mij inhouden om mij te laten ontvallen “nou daar komt u dan op tijd mee “ . Begripvol heb ik hem uitgelegd dat er op zo’n korte termijn geen extra ambulance kan worden ingezet voor deze oefening, zeker niet nu Nederland een tekort heeft aan goed opgeleide medewerkers en schaarste bij vrijwel ieder ambulanceorganisatie aan de orde is.

En ik vroeg mij af, waarom de overige partners wel op tijd zijn aangesloten en wij als een essentiële partner pas een week van te voren?  Het enige wat hij daarop kon antwoorden was dat ik daar gelijk in heb. “Maar toch bedankt voor uw medewerking en we zullen u voortaan tijdig aansluiten”.

Ik noem dit, het boek achterstevoren lezen, of het aanhangsel zijn  (de appendix) van de ketensamenwerking.  Worden we nou serieus genomen of niet?