Home Algemeen Algemeen Heb jij geen vakantie?

Heb jij geen vakantie?

1503
6

Wanneer ik op de posten tijdens de vakantieperiode een rondje maak, vragen de meeste van de collega’s in de rijdienst: heb jij nog geen vakantie?”  “Nee”, zeg ik dan. “Wij gaan in september”. Maar ik vermaak mij uitstekend , wanneer iedereen van de zomervakantie geniet. Tijdens de zomervakantie zijn er geen scholingen en trainingen op een paar na die nog in een bezemgroep terecht zijn gekomen.

Ik gebruik de zomer vakantie altijd om alles weer op orde te krijgen, mail afgewerkt, scholings- en traingsruimten weer opgeruimd en alles in stelling  gebracht, klaar voor een nieuw seizoen.

Maar toch zijn er ook wel activiteiten die mij bezighouden in deze periode.

Zoals bv het begeleiden  van nieuwe medewerkers die worden ingewerkt, stages die ingepland moeten worden, en er zijn altijd collega’s die vragen hebben over de scholing in het nieuwe seizoen. En zo begint er na de zomervakantie ook weer een collega met de PA studie aan de HAN. Deze collega wil je toch goed voorbereid aan een nieuwe studie laten beginnen.

Wanneer ik in het personeelsverblijf zit waar een nieuwe collega wordt ingewerkt vraagt zijn werkbegeleider aan mij: “Is er nu veel veranderd, in de tijd dat jij werd ingewerkt?”

Ik kijk hem aan en antwoord: “ik ben in twee diensten ingewerkt”. Het werd stil in de wachtruimte. “Twee diensten, en dan ging je zelfstandig de weg op?” “Ja,” zei ik. “Hoe ging dat dan en hoe vond je dat?”  Deze vragen zal ik beantwoorden in mijn vakantieblogs. Waarvan hier de eerste.

De collega die mij in heeft gewerkt was een echte oude rot in het vak. Een grote man, grijs haar, brilletje op het topje van z’n neus. “Nou waar kom je vandaan? Oh de Ok en IC, makkie voor jou hier op de bus. Je kunt een infuus prikken, je weet iets van beademen en je kunt een ECG lezen. Ja lezen, niet beoordelen! Daar kom je al een heel eind mee. Trouwens je hoeft naast een normaal sinus ritme maar twee andere ritmes te herkennen: een asystolie en kamerfibrilleren. Dan moet je even aan de bak. De overige ritmes, leuk, maar daar doen wij op de ambulance niets mee”, vertelde hij. Op deze eerst dag, gingen we als eerste naar de afdeling financiën om 750 gulden te halen. Hiervan kon ik bij de fa van der Kuip in Utrecht een zwarte leren tas/koffer kopen, een bloeddrukmeter en stethoscoop. Wanneer ik medicijnen nodig had, die moest ik dan maar in de ziekenhuizen meenemen, net zoals infuusnaaldjes. De rest van de inhoud, moest ik zelf maar bepalen.  Mijn kledingpakket bestond uit twee grijze pantalons, vier lichtblauwe overhemden, een donderblauwe stropdas en een donkerblauw colbert. Op het lichtblauwe overhemd sierde op je schouders twee epauletten met esculaap. Mijn begeleider had ook deze epauletten, maar dan met een dikke streep eronder, teken van “chef verpleger” De chauffeur had ook deze epauletten, maar dan niet met een esculaap, maar met een stuurwieltje, en voor de ervaren chauffeur ook een dikke streep als teken van “chef chauffeur”  Oh wat voelde ik mij “stoer” in dat blauwe pak. Ja maar dat was nog niet alles. Ik kreeg ook nog een lange witte jas, voor als we naar een ongeval moesten. Dan moest deze jas aan over het colbertje. Deze lange witte jas had overigens alleen de verpleegkundige.  We liepen naar de uitruk garage, waar een aantal collega’s aan tafel zaten te praten. Hij stelde mij aan hen voor. Vervolgens liepen we de trap op naar boven waar we terecht kwamen in een ruime wachtkamer, met een bank, een tafel, TV en een keukentje. En ook hier stelde hij mij voor aan een aantal collega’s. Vreemd, vond ik dat. Beneden een aantal collega’s en boven ook. Nou zo vreemd was dat voor die tijd niet. De chauffeurs zaten in de garage, bij de ambulances en de verplegers (zoals die in die tijd genoemd werden) zaten boven in het kantoor. Ja we zaten apart!

Oké, ik nam boven plaats en hij zei: “nou wachten wat komen gaat, collega. Wie is de laatste van jullie?” en keek de andere collega’s in die ruimte aan. “Oké dan zijn wij na hem aan de beurt.” En ja hoor, een harde (lange) bel gaat door het gebouw, en de verpleger die aan de beurt was, liep naar een zwarte bakelieten telefoon die aan de wand hing. Hij schreef wat op een briefje en liep naar beneden. Geen spoed. Na enige tijd, daar gaat weer die harde bel, maar nu twee keer kort achter elkaar. Direct sprong mijn collega op en ging naar de telefoon, schreef wat op een briefje, en direct daarna drukte hij op een knop naast de telefoon. Hierop ging een belletje af in de garage, en wist de chauffeur dat er een spoedrit was. Beneden in de garage aangekomen, zat de chauffeur al in de ambulance, de garagedeur stond al open, en we reden weg. Door de grote stad, blauwe lichten aan en het geluid van de drietonige luchthoorn klonk mij voor het eerst in de oren. We waren onderweg naar een oudere heer die benauwd was. Eenmaal op het huisadres aangekomen, gingen we de trap op naar een bovenwoning. Ik moest mijn nieuwe zwarte koffer maar meenemen, want, ”die zal je wel nodig hebben, zei mijn collega die mij inwerkte. Geen monitor, geen zuurstof. Die waren wel in de ambulance aanwezig, maar die bleven daar ook. Net zoals als een grote aluminium koffer voor een eventuele reanimatie. Verder aan de wand twee oranje koffers, met de tekst: verband en een koffer met de tekst, partusset!

Eenmaal bij die benauwde man aangekomen, keek mijn collega rond in de woonkamer en zocht naar twee eetkamerstoelen. Die hadden we nodig om de brancard die we ook mee hadden genomen op te plaatsen. Een onderstel hadden we niet. Het raam-de-Mooy, zoals die brancard heette, plaatsten wij op de twee eetkamerstoelen. Mijn collega en de chauffeur hielpen de benauwde man op de brancard, hij moest liggen, twee grijze brancardflappen en drie riemen moesten er voor zorgen dat hij er niet af viel. Mijn collega en de chauffeur droegen de man op de brancard de trap af naar beneden.  Mijn mooie zwarte, nieuwe koffer is niet open geweest. Eenmaal in de ambulance, werd meneer aan de monitor aangesloten en kreeg hij zuurstof. Ook deed m’n collega het zijraam open, voor wat extra zuurstof vertelde hij later. Zonder veel geluid en weinig gesproken te hebben reden we naar het ziekenhuis. In een soort succes agenda noteerde mijn collega wat gegevens, het briefje gaven we op de post af aan een afdelingssecretaresse, die alleen maar vroeg of hij iets duidelijker kon schrijven.  Dit was mijn eerste rit. Die dienst hebben we nog vijf andere ritten gedaan, welke ik de volgende keer zal beschrijven. Kunnen jullie dit voorstellen?

Mijn volgende onderwerp: Een ongeval op verkeersplein Hoogegelegen.

Heb jij geen vakantie?
4.8 (96.67%) 12 beoordeling(en)

DELEN
Vorig artikelIk geloof het niet!
Volgend artikel“Auw”……. ik word geprikt
Reggie Diets
Ik ben werkzaam bij een middel grote ambulanceorganisatie in het land als Regionaal Opleidingscoördinator Ambulancezorg en als Officier van Dienst Geneeskundig en Algemeen Commandant Geneeskundig zorg bij de GHOR. Naast deze functie heb ik sinds 1997 een aanstelling als docent-onderzoeker bij de faculteit geneeskunde van het universitair medisch centrum Utrecht.

6 REACTIES

  1. Hallo Reggie, ik herriner nog goed onze eerste ontmoeting, het was je sollicitatie op het Ongevallen Centrum in Amersfoort anno 1985/1986. Al ruim 30 jaar geleden, wat gaat de tijd snel.👍 A3

  2. Wat bijzonder om te lezen hoe het vroeger was, mooie verhalen een genot om te lezen.
    Ik had het geluk om 10 dagen ingewerkt te mogen worden.
    Nog steeds met veel plezier werk in op een ambulance, verveeld nooit.

    Lieve groet, BEA

  3. Leuk Reggie, verhalen uit de oude doos. Herkenbaar!! Voor de mensen die nu opgeleid worden is het niet voor te stellen dat we inderdaad maar twee dagen ingewerkt werden.

  4. Ja Reggie, zeker herkenbaar ook dat pak.
    Was ook wel een mooie tijd maar we zijn nu toch echt vele stappen verder.
    Grt Marcel

  5. Ben in 1981 begonnen in eindhoven idd hoezo inwerken zat de eerste dag gewoon meteen achter het stuur? Met een ervaren verpleegkundige haha geweldige tijd inmiddels alweer bijna 7 jaar met de flo. Gr . Henk Peters

  6. Haha, mooi verhaal Reggie. Klinkt allemaal heel bekend in de oren. Ben zelf in 1985 begonnen. Wat een ontwikkelingen allemaal. Kijk es waar we vandaan komen en waar we nu zijn! Ik kijk uit naar je volgende verhaal. Groet, Stephan

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here