Home Algemeen Algemeen Geel, een noodzaak naast Rood

Geel, een noodzaak naast Rood

1697
0

Wij, als brandweer, zien onze blauwe collega’s al jaren als “blauwe meetbuisjes”, Andersom is de brandweer dan wel weer het S.V.T. ofwel het Sporen VernietigingsTeam.

Dat ligt tussen geel en rood anders….. via insiders weet ik dat rood, soms, niet zo goed in het vizier ligt bij geel maar andersom zijn wij wel heel erg blij om het geel de straat in zien te rijden. Onze prioriteit ligt vaak wel op de redding van een slachtoffer maar dan dragen wij een patiënt het liefst zo snel mogelijk over aan de expertise van geel. Laat ons maar branden blussen. “Primair richten op de eigen tak van sport” heet dat.

Natuurlijk komen wij elkaar ook tegen bij ongevallen, meldingen over vreemde luchten of waar er sprake is van het levensbedreigende CO. Maar brand… wat en hoe zit dan nou? Met welke risico’s heeft de brandweer dan te dealen? En vooral: wat wordt er dan van u verwacht?

Zolang de brandweermens bij een grote brand nog niet naar buiten komt met een slachtoffer of zelf niet gewond raakt, staat u er puur uit voorzorg en verwachten wij niets. Uw aanwezigheid wordt wel zeer op prijs gesteld, omdat als er wat gebeurt er hoogwaardige professionele hulp is, wat ons zeer gerust stelt.

Maar nu eens kijken naar die brand. Wat is voor u als ambulanceteam belangrijk om hiervan te weten?

Het beste kunt u op afstand staan. Daarbij zijn 2 dingen van belang. Niet direct tegen het pand aan staan (mogelijk instortingsgevaar, kans op brokstukken tot 1,5 x de gevelhoogte) maar ook door uit de rook te blijven. De brandweer draagt zoveel als mogelijk is ademlucht en doet dat om de giftige dampen die vrijkomen bij brand buiten de longen te houden. Dat we daarna vrolijk staan te paffen moet u maar op de koop toenemen. U moet om buiten de rook te blijven “bovenwinds” gaan staan – dus zo dat de rook van u af waait (in duiventermen “met de wind in de poepert”). En bij voorkeur ook bovenwinds aanrijden. Vraag daarvoor zo mogelijk de meldkamer om route-instructies (officiële term: bovenwindse aanrijroute). Dat doet de brandweer namelijk ook!.
Door de afstand kunt u ook goed zien wat er gebeurt en snel in actie komen als daarom gevraagd wordt.
De rook die van brand afkomt bevat een dermate hoeveelheid aan giftige gassen, zoals koolmonoxide en vaak ook blauwzuurgas, dat een paar flinke teugen al een dodelijke dosis kunnen opleveren. Om die reden beschikken sommige brandweerkorpsen zoals die in Parijs en in sommige Amerikaanse korpsen tegenwoordig over “cyanidesets” waarmee ze slachtoffers die bedwelmd zijn door “moderne rook” standaard behandelen tegen cyanidevergiftiging – iets wat zo snel mogelijk na vergiftiging moet gebeuren om nog effectief te kunnen zijn. Bovendien is in de rookgassen nauwelijks zuurstof aanwezig en is de rook op korte afstand van de brand bovendien zo heet, dat het de luchtwegen kan verbranden.

Als we kijken naar brand waarbij slachtoffers vallen dan zijn er een aantal zaken die onze aandacht trekken.
De brandweer maakt, bij gebouwbrand, onderscheid in;
– brand in een ruimte
– rook in een ruimte. (deze is dus niet in brand)

Slachtoffers
Vooral voor de gevolgen bij de slachtoffers zien we dit duidelijk terug.
Slachtoffers die vallen bij brand zullen meestal eerst bedwelmd zijn door die rookgassen voor dat ze door de vlammen zelf aangetast worden.
Zolang er vlammen zijn, is er zuurstof. Het vuur sterft namelijk ook als er minder dan 12%O2 in de lucht zit. Een goede graadmeter als er aangegeven wordt waar het slachtoffer gevonden wordt. In de regel is dat op de grond, op een bed of in een stoel. Hoger zullen wij ze zelden aantreffen, tenzij ze in hun slaap zijn bedwelmd. Een slachtoffer in een stapelbed of hoogslaper is echt een uitzondering. De reden dat een slachtoffer meestal laag bij de grond gevonden wordt is simpel. Daar zal in elke brandsituatie nog wel enige zuurstof zijn en is het de koelste plek. Het nadeel is wel dat het slachtoffer daar terecht gekomen is door een overdosis giftige rook. Hoe langer een slachtoffer in een dergelijke situatie verkeert, hoe minder overlevingskans.
Een vlam heeft namelijk een minimale temperatuur van 600oC. Door de stralingswarmte die hiervan afkomt kunnen er makkelijk 2e en 3e graads brandwonden opgelopen worden zonder dat er sprake is geweest van direct vlamcontact. Zoals we eerder zagen heeft een vlam zuurstof nodig. In een brandruimte met vlammen is deze zuurstof dus aanwezig. Maar als de vlam al 600oC is, loopt automatisch de omgevingstemperatuur op. Hoeveel temperatuur kunnen onze longblaasjes aan? U kunt het herkennen, zeker als het slachtoffer vlamcontact heeft gehad. Het verschil tussen rood verkleurd en zwart verkoold moge duidelijk zijn.

Bij brand hebben de slachtoffers gewoon alles tegen en daarom is van onze kant een snelle redding en van uw kant snelle medische hulp gewenst want wij kunnen mogelijk wel een reanimatie opstarten maar dat is dan ook het enige. Na een redding stopt de brand namelijk niet, en zullen wij zo snel mogelijk alsnog de brand moeten gaan bestrijden.

De brand
De meeste slachtoffers vallen in woningbranden, maar is dan elke brand hetzelfde? In de kern van de wetenschap een volmondig ja. Simpelweg is brand de branddriehoek, brandstof, zuurstof en temperatuur. Als één van de drie ontbreekt hebben we geen brand.  Maar het verloop van elke brand is toch altijd weer anders. Het type brandstof verschilt per ruimte. De inboedel van een keuken, slaapkamer of de garage aan huis zijn immers niet gelijk. Kijkt u maar eens rond in uw eigen woning. En al die materialen gedragen zich ook nog eens verschillend bij brand. Een moderne interieur met veel kunststoffen brandt veel sneller en produceert vaak veel meer giftige stoffen dan een interieur met ouderwetse meubels

Een deur open of deur dicht maakt ook een heel verschil. Zeker voor de brandweer in hun optreden. Soms zal veel voorzichtiger moeten worden opgetreden omdat naast het feit dat rook giftig is rook ook nog eens enorm brandbaar kan zijn. Het credo “eigen veiligheid eerst” zal dan een beeld geven dat de brandweer weinig doet maar we kunnen simpelweg niet zomaar naar binnen. De kans is te groot dat rookgassen plotseling explosief verbranden zodra wij door het openen van een deur zuurstof geven aan de brand,
Ook kan de brandweer dan kiezen om eerst de brand te blussen en dan pas over te gaan tot redding (of berging). Dit doen wij puur voor onze eigen veiligheid.

In Nederland is het al bijna 10 jaar geleden dat er onder brandweerpersoneel een ongeval met dodelijke afloop plaatsvond door brand. Toch liggen andere typen ongevallen levensgroot op de loer (voorbeelden….zoals een val of instorting…. Wij als brandweer doen er alles aan om deze lijst niet langer te laten worden. Daarom zijn wij een lerende organisatie geworden en weten we nu ook dat zelfs witte rook een enorm risico voor ons als brandweer oplevert. Er zitten immers altijd gevaarlijke gassen en deeltjes in de rook. Als wij na een brand niet hygiënisch werken, krijgen wij deze stoffen binnen, wat leidt tot een verhoogd risico op kanker. We werken hard aan het verspreiden van kennis hierover onder ons personeel en geven ze de juiste technieken mee om zo veilig mogelijk op te treden.

Als u dan uit de rook blijft en het gaat fout bij het brandweeroptreden? Dan zijn wij dankbaar dat jullie er zijn om ons de eerste medische hulp te verlenen. Zo heeft ieder zijn/haar vak, halen wij voor jullie het slachtoffer naar buiten en is GEEL niet alleen noodzakelijk maar ook zeer gewaardeerd naast ROOD.

 

Fotograaf: Jeffrey Koper, Kennemerland

Geel, een noodzaak naast Rood
4 (80%) 8 beoordeling(en)

DELEN
Vorig artikelMeldkamer Ambulancezorg Tilburg behaalt ACE
Volgend artikelDe TWAZ en de BMH, verbetering of niet ?
Siemco Baaij
Siemco is werkzaam als bevelvoerder in de stad Utrecht. Naast deze functie is hij ook docent brand-dynamica en -fysica aan de brandweeracademie bij het opleiden van brandweer instructeurs. Aan de brandweeracademie werkt hij ook mee aan onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe les- en leerstof. Ook schreef hij een tweetal vakboeken welke ook in het Engels en Frans vertaald zijn en publiceerde diverse artikelen in verschillende vakbladen in binnen-en buitenland.