Home Algemeen Algemeen Fit en gezond in de ambulancezorg

Fit en gezond in de ambulancezorg

1142
0

Er is veel te doen rondom de inzetbaarheid van ambulancemensen. De werkdruk, de onregelmatigheid, de situaties waar we als ambulancemensen voor komen te staan zowel fysiek als mentaal. Dat we hier als bedrijf of organisatie goed naar kijken en er in ons beleid, maar ook in de daadwerkelijke uitvoering van dat beleid, rekening mee houden dat we deze mensen zo lang mogelijk fit en gezond willen houden, vind ik niet meer dan normaal. In mijn ogen ligt die verantwoordelijkheid niet alleen bij het bedrijf of de organisatie, maar vooral ook bij de individuele medewerker zelf. Fit en gezond voor de job. Vitaal aan de start, maar ook bij de finish, waar deze dan ook maar moge zijn. Maar wat is dat dan? Fit en gezond en vitaal? En hoe laten we dat dan doorklinken zonder daarbij te belerend te willen zijn en ons te willen bemoeien met de levensstijl van een ander? Ik vind dat af en toe best een lastige discussie. Immers, we zijn volwassen mensen bij de ambulancezorg. Er mag toch van ons verwacht worden dat we hierin onze eigen overwegingen maken? Zeker gezien hetgeen we elke dag mee worden geconfronteerd. Mensen met allerlei enge ziektes en kwalen die soms ook te maken hebben met de manier waarop mensen in het leven staan. En nu we gemiddeld steeds ouder worden en daarmee ook steeds langer mogen werken, is het wel een vraag die er toe doet. Hoe doe ik dat? Hoe zorg ik er voor dat ik elke dag naar huis ga met een gevoel dat ik me fit en gezond, maar ook vitaal genoeg voel om hetgeen er van me wordt gevraagd te blijven doen? En dan heb ik het alleen nog maar over mijn werk. Alles wat er thuis en in ons maatschappelijke leven ook nog van ons wordt gevraagd is best wel iets waar we over na mogen en moeten denken. Ik zelf ben geïnteresseerd in vitaliteit en duurzame inzetbaarheid. Niet omdat het zo lekker bekt en iedereen het te pas en te onpas op tafel lijkt te gooien, maar vanuit mijn eigen levensvisie. Ik sport veel en eet gezond. Ik probeer daarin een voorbeeld te zijn. Daar waar je als directielid aangeeft dat je het belangrijk vindt moet je er zelf ook iets bij voelen. Ik heb in dat kader ook deelgenomen aan de Periodieke ArbeidsMonitor. Alleen al omdat ik het fijn vind om af en toe even een soort van APK keuring te krijgen op je fysieke gesteldheid en de waarden in je lijf. Maar ook omdat ik dan met de collega’s op de ambu mee kan praten over de resultaten en het nut er van.

Ik probeer zo veel mogelijk te luisteren naar de signalen die vanuit de rijdende dienst en de meldkamer bij me komen als het gaat om duurzame inzetbaarheid. De werkdruk, het soort werk, de onderdruk (misschien nog wel funester dan het te druk hebben), maar ook de nachtelijke inzetten bij de 24-uursdiensten en wat dat met onze gesteldheid doet, het zijn echt thema’s die leven. Als we niet lekker in ons vel zitten dan presteren we ook minder. Dat is een feit. Maar zijn we daar ook niet zelf deels verantwoordelijk voor? Ik denk het wel. Maar ik weet ook zeker dat er op dit deel vooral ook de behoefte aan gehoord en gezien worden is. Dat het vaak niet eens zozeer gaat om de fitheid voor de job en de zwaarte van het vak. Want dat zware vak zelf wordt ook gewoon met zeer veel passie en plezier uitgeoefend. De uitzonderingen daar gelaten. Maar ik troost mezelf altijd met de gedachte dat deze mensen overal zitten en dat het vooral van belang is met deze mensen de onderstroom en het echte gesprek aan te gaan. Want duurzame inzetbaarheid zit ‘m in mijn visie niet alleen in het vitaal fit en gezond zijn. Maar ook in het gehoord en gezien worden. En daar waar dat wordt gemist en de verbinding wordt niet gevoeld, daar lopen we het risico op het creëren van een kloof. Een afstand tussen beleid en uitvoering die eigenlijk alleen maar gaat over de vorm. En niet meer over de inhoud. Als er in dit proces geen verbinding meer is op die inhoud, dan raken we elkaar langzamerhand steeds meer kwijt. En dat is killing voor ons vak. Want daar waar het in verbinding zijn met de patiënt een essentiële voorwaarde is voor het verlenen van goede patiëntenzorg, daar mogen we ook van de mensen in de organisatie verwachten dat ze die verbinding ervaren. Daar hoort het geven en ontvangen van feedback, objectief kijken naar wat er om ons heen gebeurt zonder meteen het oordeel te vellen omdat we vanuit onze eigen spiegel redeneren en ook het respectvol en aandachtig met elkaar omgaan bij. Waardering voor het werk, voor de persoon maar ook voor de grenzen die er worden gesteld. De keuzes die er moeten worden gemaakt. Het is heel simpel. We moeten het samen doen. En daar waar de ratio regeert en waar cijfers en targets gehaald moeten worden en daarmee dus de realiteit is waarmee we moeten dealen, dan is het de kunst om dit vanuit het hart te benaderen. Dat hart voor de patiënt, voor het vak, maar ook voor de mensen waarmee we ons vak uitoefenen. Duurzaam inzetbaar is geen modedingetje. Het is geen managementtooltje. Het is geen HRM kunstje. Het is bewustwording. Op onze eigen inzetbaarheid en onze eigen ontwikkeling. En dat moeten we onszelf gunnen. Dan zorgen we goed voor onszelf. En daarmee voor de mensen om ons heen. Iets wat de meeste collega’s in de ambulancezorg toch al in het DNA zit. Zorgen voor en met elkaar. En laten we dat nou eens een keer niet in targets, tools, doelstellingen, cijfers, managementrapportages, begrotingsoverzichten en KPI’s uitdrukken. Maar gewoon doen vanuit ons hart. Want dat hart en de bedoeling, ons bestaansrecht, dat is uiteindelijk toch echt hetgeen waarvoor we het moeten en willen doen. Ik sport en leef gezond omdat ik dat belangrijk vind. Niet omdat me dit wordt opgelegd. En ik werk en leef voor de ambulancezorg omdat ik het belangrijk vind. Niet omdat me dit wordt opgelegd. En dat wil ik nog heel erg graag, heel erg lang volhouden.