Home Algemeen Algemeen En toen was er een “ambulanceklever”

En toen was er een “ambulanceklever”

4458
0

Een enkele keer gebeurt er iets waarvan ik denk dat het goed is om collega’s deelgenoot van te maken, hieronder beschrijf ik mijn verhaal over een “ambulanceklever”.

Nog geen twee dagen op aarde, al meer medische behandelingen ondergaan dan ik in mijn hele leven mee hoop te maken, en dan zonder vader en moeder in nabijheid in de couveuse op transport moeten van al een goed ziekenhuis naar het beste ziekenhuis in de buurt. Dit moest de stoere jongen ondergaan die wij gingen vervoeren. De melding was een B1 melding, voor de beste zorg moest deze kleine jongen naar een meer gespecialiseerd academisch ziekenhuis op zo’n 50 minuten rijden.

Bij aankomst in het ziekenhuis heeft het personeel daar de couveuse al helemaal ingesteld, we luisteren de overdracht aan, met een voorgeschiedenis die voor een jongetje van anderhalve dag al behoorlijk lang was. Geboren, een slechte start, en nu wel ABC stabiel maar nog erg ver van ideaal. Toen mijn collega en ik richting het ziekenhuis reden om het jochie op te halen, hadden we al besproken dat we, gezien het tijdstip in de spits, eventueel gebruik wilden maken van OGS om te voorkomen dat we bij verkeersopstoppingen stil zouden komen te staan met de couveuse. Na het aanhoren van de overdracht besloten we dat we er glijdend spoedvervoer van gingen maken om zo de conditie van de kleine jongen zo optimaal mogelijk te houden. Na vertrek van de afdeling, met een doek over de couveuse om de prikkelingen zoveel mogelijk te beperken, en voor enige privacy, heel voorzichtig richting de ambulance, ieder hobbeltje vermijdend. Ook voorzichtig inladen en vertrekken. Ruime bochten, kalm aan optrekken, en zo voorzichtig mogelijk en met name op de motor proberen af te remmen. Stad uit ging prima, rotondes op wandelsnelheid en het overige verkeer dat, mogelijk enigszins verbaasd over de snelheid, perfect reageerde en ons alle ruimte gaf die we nodig hadden. Ook geen bestuurders die het nodig vonden om in te halen, als bestuurder vind ik dit fijn aangezien ik me dan met name kan concentreren op de weg voor me. We waren de stad uit en reden inmiddels op een vierbaans autoweg. Snelheid conform branche richtlijn en daarmee dus met 140 kilometer per uur onderweg. Ook op deze weg keken de automobilisten goed in de spiegel en vertrokken op tijd naar de rechterstrook om ons de ruimte te geven om te passeren. Hierbij heb ik over een traject van zo’n 15 kilometer de rem niet hoeven aanraken, en ook het gas er niet af hoeven halen, fijn. De kleine man lag rustig in de couveuse.

Op een gegeven moment een bestuurder in een sportieve Duitse auto die de snelheid opvoerde terwijl hij links reed, hij deed zo zijn best om ons de ruimte te geven dat hij, met een snelheid van naar schatting 160+, uit het zicht verdween. Natuurlijk niet de bedoeling. Zo’n 5 kilometer voor we de snelweg op moesten draaien, haalden we een snelle auto in, deze auto gaf ons keurig de ruimte, maar sloot vervolgens in ons kielzog aan en begon ons op dezelfde snelheid te volgen, niet direct pal achter de ambulance, maar kort genoeg om gevaarlijk te zijn voor onze medeweggebruikers die deze auto waarschijnlijk niet met dezelfde hoge snelheid als ons daar verwachtten. Voor mij als bestuurder van de ambulance had ik zelf last van deze auto doordat ik toch ook in mijn spiegels de situatie achter de ambulance in de gaten ging houden, hiermee verdween dus een stukje van de aandacht die ik anders op de weg voor me had kunnen richten, en die ik het liefst ook volledig wilde gebruiken bij anticiperen op dat wat voor me gebeurd. Inmiddels waren we bijna bij de afrit richting de snelweg, een stukje verder op reed op de rechter rijstrook veel verkeer. Ik koos op dat moment om mijn gas al los te laten en op die manier de snelheid uit de ambulance te halen, zodat ik op het moment van uitvoegen niet met meer verkeer, en daarmee mogelijk onverwachte bewegingen te maken zou krijgen. Ik ging naar de rechterrijstrook en voegde met gepaste snelheid uit op de, doordat het een klaverblad was, korte uitvoegstrook. De auto die inmiddels 5 kilometer in ons kielzog meeliftte ging dit echter te langzaam, hij haalde in, en voegde pal voor mij, op de dus toch al korte uitvoegstrook, in. Niet fijn voor ons omdat we vanwege ons kwetsbare patiëntje een glijdende rijstijl hadden waarbij we remmen zoveel mogelijk wilden voorkomen. Voordeel was wel dat de auto een hoge snelheid had en hij dus weer even uit ons zicht verdween.

Na een paar kilometer was onze snelheid weer de maximum snelheid volgens de brancherichtlijn, en jawel, we haalden de auto weer in, deze reed inmiddels een stuk rustiger, althans tot wij voorbij kwamen. Pal nadat we voorbij kwamen voegde de auto weer in en begon ons weer te volgen, wederom met dezelfde snelheid als de onze. Inmiddels was mijn grens wel bereikt en gaf ik een seintje aan mijn collega achterin de ambulance. Hij vroeg om snelheid te minderen zodat we het kenteken goed konden lezen, dus kalm aan wat snelheid er uit, en jawel de auto kwam nog dichterbij, hierdoor heeft mijn collega achterin het kenteken kunnen noteren, en heeft dit vervolgens aan de meldkamer doorgegeven. Een stuk verderop met nog steeds de auto in ons kielzog voegde een automobilist, die keurig voor ons aan de kant was gegaan, weer in op de linker rijstrook, achter ons, maar voor de meestormende auto, die de keurige automobilist daar duidelijk niet verwachtte. Ik heb het moment zelf niet in de spiegel gezien, maar de auto bestuurder zal toch behoorlijk hard in de ankers hebben gemoeten om een aanrijding te voorkomen. De keurige automobilist zal wel een klein angstzweet momentje hebben gekend op het moment dat hij de auto met hoge snelheid in zijn spiegel op zag doemen. Gelukkig geen ongeval. Op dit moment waren wij van de auto af en hebben onze rit verder kunnen vervolgen zonder nog last te hebben van “klevers.” Bij een groot verkeersplein aan het einde van de snelweg passeerden we een motorrijder van de Politie die daar stond te posten. De kleine jongen in de couveuse heeft tijdens de rit liggen slapen en heeft hopelijk weinig geleden onder dit transport. Op het moment dat wij vanaf de Neonatalogie Intensive Care weer terug naar de ambulance liepen meldde de meldkamer ons dat de betreffende automobiliste staande was gehouden door de Politie, en een gesprekje met ze had mogen voeren.

Voor mij als ambulancechauffeur was dit de eerste maal waarbij ik een “ambulanceklever” meemaakte. Het moment om actie te ondernemen wat betreft het inschakelen van de meldkamer en daarmee de Politie had wellicht eerder gekund, ik hoopte echter dat we bij het klaverblad beide een andere richting zouden nemen en het probleem dan zou zijn opgelost.

Reactie van de Politie op mijn vraag of het zin heeft überhaupt te melden:
Anne van der Meer, woordvoerder Politie Noord Nederland:
“Dergelijke meldingen zijn altijd goed om door te geven. Bij asociaal rijgedrag is het goed om altijd de politie daarover te informeren. Geef kenteken en type auto door. De meldkamer zal dan kijken of er direct inzet op gepleegd kan worden. Mocht dit om wat voor reden niet lukken dan wordt het wel vastgelegd in de politiesystemen. Kan best zo zijn dat de agenten van het verkeershandhavingsteam zo’n bestuurder wat extra aandacht geven.”