Home Algemeen Algemeen Dynamisch ambulancemanagement in de regio Zuid-Holland Zuid

Dynamisch ambulancemanagement in de regio Zuid-Holland Zuid

1487
0

In diverse media waren recentelijk berichten te lezen over de invoer van het dynamisch ambulancemanagement in de regio Zuid-Holland Zuid. Het wekte soms bijna de indruk dat we hiermee iets volledig nieuws hadden bedacht. Maar in wezen is het de vertaling van het al in 2009 door AZN vastgestelde beleid. Een eenvoudige google-actie met de woorden “Ambulancezorg” en “Dynamisch ambulancemanagement” laat dan ook zien dat een groot aantal regio’s hier op enige manier al invulling aan geeft.

Overigens wil ik geen discussie uitlokken over de medisch inhoudelijke waarde van dat kwartier, dan wel de wat naïeve aanname dat tijd de belangrijkste factor is wanneer het aankomst op kwaliteit.

Maar wat betekent het nu echt? Insiders kennen de voorwaardenscheppende ritten of de ‘postritten’. Elke regio spreidt op een of andere wijze de beschikbare parate ambulancezorg en creëert daarmee een dynamisch karakter binnen het primaire proces; de daadwerkelijke ambulancezorg.

Regio’s die de keuze hebben gemaakt om te werken met een beperkt aantal opkomstposten waar medewerkers hun dienst aanvangen en beëindigen, spreiden de voertuigen vanaf het moment van inmelden en na elke rit bepaalt de meldkamer waar een vrijkomende ambulance heen moet om de spreiding optimaal te houden.

In Zuid-Holland Zuid, echter, is er al jaren sprake van een vijftal opkomstposten verspreid over de relatief kleine regio. Dat uitgangspunt past bij onze dienst en wordt ook niet losgelaten. Spreiding betekende tot nu toe dan ook voornamelijk het voorwaardenscheppend rijden naar een post die onbemand was vanwege een inzet van de aldaar gestationeerde ambulance. Zodra deze ambulance zich weer vrij meldde in het verzorgingsgebied van de post waar deze thuishoorde, werd de ambulance die voorwaardenscheppend was ingezet weer terug naar de eigen post gestuurd. Feitelijk betekende dat vaak dat de ambulances elkaar kruisten op weg naar hun eigen post. Er werd dus vaak leeg heen en weer gereden.

Nu streven we er dus naar om minder vaak leeg rond te rijden op straat en het heen en weer rijden zonder patient zoveel mogelijk te beperken. Gezien de toename van het aantal ritten de afgelopen jaren werd er ook steeds vaker ‘gepost’. Een parate nachtdienst in onze regio reed soms nagenoeg enkel postritten in de 8 parate uren van hun dienst. Dat is niet waar je voor kiest als je aan het werk gaat in de (acute) zorg. En die signalen krijgen we ook meer dan voldoende van de werkvloer.

In de nieuwe situatie streven we ernaar om het voertuig wat voorwaardenscheppend is gestuurd ook daar te houden. Tenminste; tot er een rit valt (of einde dienst zich aanmeldt, natuurlijk). De ambulancebemanning die in eerste instantie een rit kreeg en zich vrij meldt krijgt op dat moment van de meldkamer te horen waar ze zich mogen opstellen. In feite zijn dit vooral de ambulanceposten, maar soms ook bij een ziekenhuis. In uitzonderlijke gevallen, voor een vastgestelde maximale duur, kunnen dit ook plekken in de regio zijn zonder faciliteiten.

Een andere vernieuwing is het pro-actief spreiden. Een evenredige verdeling van capaciteit, ook wanneer een post misschien nog wel bemand is, kan zinvol zijn. Al dient er goed rekening te worden gehouden met het soort gebied wat wordt afgedekt. Een stedelijk of anderszins dichtbevolkt gebied heeft een groter aantal ritten en een grotere behoefte aan paraatheid. Tegelijk hebben sommige landelijke gebieden afgelegen gebieden die vanaf geen enkele andere post binnen redelijke tijdsgrenzen aan te rijden zijn.

Sinds een aantal maanden hebben we in onze regio in Gorinchem een zogenaamde satellietpost. Daar komt geen bemanning op en staat ook geen ambulance. Deze werd sinds vorig jaar ’s nachts bemand door een nieuwe parate nachtdienst van 8 of 12 uur, ingevoerd vanwege het stijgende ritaanbod en de prestaties die daardoor onder druk kwamen te staan. De ambulance en bemanning in de nachtelijke uren wordt geleverd door de post in het nabijgelegen Meerkerk. Voor het dynamisch ambulancemanagement telt deze post echter net zo goed mee. Hierdoor overlappen de dekkingsgebieden zich in dat deel van de regio veel meer en voorkomen we vermijdbare overschrijdingen.

De rol van de centralist op de meldkamer is groot en vaak niet eenvoudig. Een dynamisch concept als dit vertalen in duidelijke en beknopte procedures is op zichzelf al gecompliceerd genoeg, maar het uitvoeren ervan in een realiteit die elk moment anders kan zijn is meer dan uitdagend. Bepalend geweest zijn de input van de OR bij de beleidsmatige ontwikkeling in het begin tot de uitwerking door een werkgroep van collega’s werkzaam op de meldkamer of bij de ambulancedienst.

Overigens hebben de eerste twee weken al de nodige op- en aanmerkingen opgeleverd. We zullen deze procedure dan ook steeds verfijnen. Met name gedurende de late avond en nacht. Met 4 aanwezigheidsdiensten of zogenaamde slaapdiensten en 3 parate diensten is de belasting voor de laatstgenoemde groot. De collega’s met een slaapdienst horen na een inzet in de nachtelijke uren op hun eigen post terug te keren, anders zou er van de daadwerkelijke rustmogelijkheid weinig overblijven (en dat was al niet zoveel). In de nachten lijkt het ‘oude’ concept dus beter te passen dan een dynamisch concept.

Maar ook praktische zaken spelen op. Het meenemen van je lunch in de ambulance is nieuw. Onze ambulances hebben geen koelkast aan boord, dus wordt er nagedacht over andere mogelijkheden om dit te ondervangen.

In de toekomst hopen we ook gebruik te gaan maken van de mogelijkheden die ICT kan toevoegen, want nu is het vooral handwerk of denkwerk. Gezien de aankomende samenvoeging van de meldkamers is een dergelijke investering nu niet reëel.

Al met al betekent dynamisch ambulancemanagement in Zuid-Holland Zuid een verandering in een systeem wat al jaren nauwelijks veranderd was. Een breuk met het verleden en tegelijk een stap naar de toekomst.

Jacco van Wingerden

RAV Zuid-Holland Zuid