Home Algemeen Algemeen Drie centralisten over hun werk in coronatijd: “Er samen een weg in...

Drie centralisten over hun werk in coronatijd: “Er samen een weg in vinden”

2102
0

“We krijgen veel minder ‘gewone’ 112-meldingen binnen dan normaal. Er zijn minder mensen op de weg, minder mensen op hun werk of aan het sporten. Dat is een geluk bij een ongeluk, want eigenlijk zijn we nu continu met COVID-19 bezig. Het is hét thema van de dag, het merendeel van de meldingen en de huisartsgesprekken is op corona gericht. Toch moet je continu alert blijven op oude gewoontes. Ik kreeg een heftige melding van een huisarts die aan het reanimeren was. Ik telde met haar mee en bij dertig zei ze: nu beademen? Ik zei: niet beademen! Oeps, zei ze, goeie! Als ik dat niet gezegd had, zou ze uit gewoonte hebben beademd. We moeten er alles aan doen om hulpverleners te beschermen, maar je hebt niet alles in de hand. Mijn vrouw is huisarts en draait ‘ingepakt’ corona-spreekuren, maar dat garandeert niet dat ze tijdens gewone, niet-COVID-spreekuren geen patiënt met corona tegenover zich krijgt. Voor de ambulancecollega’s op straat is dat net zo. Wij doen op de meldkamer wat we kunnen om ze continu te triggeren. Het gebruik van protocol 36 zorgt er automatisch voor dat ze het woord ‘Pandemie’ in hun MDT zien staan. Dan nóg geef ik extra het trefwoord ‘corona’ mee, zodat het bij de karakteristieken in het scherm komt en ze maatregelen kunnen nemen. Ook bij het alarmeren van politie en brandweer zetten we ‘corona’ in het GMS en we roepen het naar de eenheden. Alles is intensief momenteel. Spreiding en paraatheid vormen een extra uitdaging, omdat je elk team en elke auto na een COVID-verdenking veel langer kwijt bent voor desinfectie. Op de meldkamer is de onderlinge band goed, de bereidheid om te werken is groot, maar ook hier bemerk je onrust om eventueel zelf besmet te raken.” Aldus Ton Lagendijk (centralist MKA Rotterdam).

“Er is nu veel angst bij melders, dat merk ik duidelijk. Iemand wordt ’s nachts wakker met een kuch en wat druk op de borst. Men denkt meteen aan corona – wat een reële gedachte is – en belt 112. Ik ben nu vaker dan anders bezig met eerst rust in het gesprek te brengen, de melder te kalmeren en uit zijn of haar hoge ademhaling te halen. Ik moet me een beeld kunnen vormen van de aard van de benauwdheid: is het hyperventilatie van de schrik, of inderdaad een verdenking van corona, of toch cardiaal? Het beeld bij corona kan ook nog eens heel wisselend zijn, dat maakt het niet makkelijker. Deze gesprekken duren langer dan anders, dat voelt tegennatuurlijk. Maar de veiligheid van mijn collega’s die ter plaatse gaan, hangt mede af van wat ik via de telefoon te weten kan komen. We hanteren momenteel geen Directe Inzet Ambulance, om de rijdienst optimaal te kunnen beschermen. Minder spoed, dat voelt tegennatuurlijk. Wat óók tegennatuurlijk voelt, is bij elke melding denken aan de extra uitvraag op koorts en luchtwegklachten, ook bij een melding van een groot trauma of ongeval. Er is in korte tijd extreem veel veranderd in ons werk. Aanvankelijk was corona voor mij iets waar ik me vooral op mijn werk van bewust was en niet zozeer thuis. Net als vele anderen dacht ik dat het zou loslopen. Maar plots was het overal, gingen de kinderen niet meer naar school en gingen overal alarmbellen rinkelen. Op de meldkamer hebben we geelzwarte markering op de vloer om de onderlinge afstand te bewaken, overal staan handalcoholpompjes. We waren gewend om elkaar met een koffiepot bij te schenken. Kan dat dan ook niet meer? Nee, dat doen we ook niet meer. Ook wij moeten elkaar op het gewenste gedrag blijven aanspreken.” Door Thomas Mauer (centralist MKA Haarlem).

“We leven in een bijzondere tijd. Wat vooral indruk op mij maakt, is de veelomvattendheid van deze crisis. Iedereen wordt er continu mee geconfronteerd, beroepsmatig en privé. Er gebeuren dingen die we niet eerder meemaakten, zoals de spreiding van patiënten vanuit het zuiden van het land richting ons. We wisten hoe zwaar en soms schrijnend de situatie in het zuiden was. Midden in die hectiek strandde een keer onze GGB-bus die vanuit het zuiden onderweg was met een aantal IC-patiënten aan boord. Dat is dan snel schakelen en handelen. Alles wat er gebeurt, vereist aandacht en actie. Hoe vervelend de aanleiding ook is, het brengt veel saamhorigheid en bereidwilligheid in mensen naar boven. Op de meldkamer was het de eerste weken wennen, zowel voor ons, als voor de melders en de ambulanceteams. Sommige melders denken bij klachten van ziekte zelf al aan corona, maar anderen raken juist gealarmeerd wanneer wij de vragen stellen uit de BUI-tool. Dat kan confronterend zijn. Als centralisten onderling bespreken we hoe je die vragen het beste kunt integreren in je verhaal. We proberen het een beetje uit en leren van elkaar. Bij ongevallen kan het vreemd overkomen om zo vroeg in het gesprek al te vragen naar koorts of hoesten. Dat geeft weleens wrevel: ‘Luistert u wel naar me, ik zeg toch dat er een fietser is gevallen?’ Maar in het algemeen merk je dat de mensen, net als altijd, goed bereid zijn om onze vragen te beantwoorden. Zeker naarmate iedereen beter door de overheid en de media geïnformeerd is. De collega’s op de ambulances moesten in het begin wennen aan de informatie op de MDT die soms lastig te interpreteren is en kwamen dan terug met vragen. ‘Dit is toch gewoon een COPD-exacerbatie?’ Waarschijnlijk wel, maar ProQA sluit COVID niet uit en dus moeten we daarvan uitgaan. Héél veel is, of lijkt, nu COVID. Het is wat het is en daar zullen we nog een hele tijd samen onze weg in moeten vinden.”Aldus Sebastiaan van der Weide (centralist MKA Drachten).

bron: proqa.ampds.nl/