Home Algemeen Algemeen De mensen van de SIGMA: Inzet grote brand Homerusplein, Rotterdam

De mensen van de SIGMA: Inzet grote brand Homerusplein, Rotterdam

1410
0

Ze heeft een klein hondje op haar arm, lief, vriendelijk kijkend beestje. Keurige mevrouw, jasje, schoenen met lak, en overal rinkelende armbandjes. Wanneer ik haar vraag of alles in orde is gaan haar ogen vuur spuwen, laaiend is ze op de persoon die verantwoordelijk is voor deze hele toestand. In half Duits maakt ze me duidelijk dat als ze hem tegen komt dat ze hem vermoord, zo boos is ze. Haar hondje kijkt me vriendelijk aan, ik aai hem eens over zijn bolletje terwijl ze dichterbij komt en bijna fluisterend verteld dat ze in dienst gezeten heeft, haar opleiding in Israel gedaan heeft en dus heus geen watje is. Ik knik belangstellend, maar besluit toch de boel op een andere boeg te gooien. Haar hondje heet Beauty, het is het enige wat ze nog heeft, ze zijn 24 uur per dag samen, dus ik begrijp dat ze hem koestert, even is ze wat milder, maar al snel spuwen haar ogen weer vuur, hoe komt ze aan de speciale voeding voor haar liefde? Ze kan toch morgen niet weer dezelfde naar rook stinkende kleding aan? Hoe moet het toch allemaal?

In de grote zaal is het warm, benauwd, druk en chaotisch, mensen die wat verdwaasd op stoelen zitten, mensen met rode jasjes die koffie schenken, mensen met gele jassen die her en der een praatje maken en hun ogen steeds over de zaal laten gaan. Een mevrouw met een gele button op haar vest waar op staat “slechtziend” zit stil in een hoekje. Naast haar een vriendelijke mijnheer die wat moeilijk kijkt. We raken even aan de praat, hij heeft een gebroken rib, en moet afentoe even gaan staan. Toch lijkt hij alles gelaten over zich heen te laten komen, het paracetamolletje wat ik van een ambulanceverpleegkundige krijg, breekt hij eerst in kleine stukjes om het vervolgens op te kauwen. Stil wacht ik tot hij uitgekauwd is en bied hem wat water aan.
2 vriendinnen zijn er ook, met hun platte Rotterdamse accent, hun strakke truitjes en wiebelende oorbelletjes zijn ze heerlijk aanwezig, om alles wat je zegt lachen ze, maar naar mate de avond vordert worden ze duidelijk moe, vertellen me over dozen vol medicijnen die ze nodig hebben, vragen me steeds of het goed komt, of al die pillen die ze nodig hebben ook in het hotel terecht gaan komen. En tja….ze is dan wel 80, maar heeft toch afentoe nog wat damesverband nodig, kan ik dat ook regelen?
Een kleine man met een pet zit braaf aan een tafel, lijkt zich niet druk te maken om zijn omgeving of waar hij is. Als ik hem vraag of het goed gaat, wijst hij naar zijn insulinepen, hij moet zo prikken, krijgt hij al wat eten? Oh en of ik een naaldje kan regelen? De ambulanceverpleegkundige probeert bij een andere mevrouw met insulinepen een naaldje te scoren. De dame kijkt hem wat gelaten aan als hij een naaldje van haar strookje scheurt. Heb ik er dan zelf nog wel genoeg? De ambulanceverpleegkundige vraagt of ze het laatste naaldje er even op wil laten zitten, zodat in geval van nood ze hem nog een keer kan gebruiken. Heftig schud ze van Nee….Nee dat mag niet hoor mijnheer, je moet steeds een nieuwe nemen. Als ik het naaldje bij de mijnheer in de rolstoel naast zijn insulinepen leg kijkt hij me dankbaar aan. Op het zelfde moment komen er twee mooie mannen in ambulancepakken de zaal in met een pakje, ze roepen een kamernummer en de mijnheer in de rolstoel kijkt op, dat is zijn nummer. Wat schuchter steekt hij zijn hand op, en neemt het pakje met al zijn medicijnen in ontvangst. Hij kijkt er wat verbaasd naar….hoe komt dat nou hier? De mooie heren van de ambu rijden steeds op en neer met huis sleutels, gaan onder begeleiding van de politie de huizen binnen op zoek naar medicijnen. Ik leg het naaldje van de mevrouw weer terug op haar doosje, ze kijkt niet op of om.

Grote heren van het Leger des heils komen met grote karren met heerlijk eten, nasi, boerenkool, kip en hamburgers. Een grote donkere man vol gouden kettingen en tanden heeft nog nooit van boerenkool gehoord, ik breng hem een klein beetje om te laten proeven.

Wanneer de bussen voorrijden, iedereen met rollator en eieren de bus in wordt geholpen is het al donker, de mensen zijn moe, maar zoals het echte Rotterdammers betaamt blijven ze lachen en grapjes maken. Een lange mijnheer met een stok zoent me vol op mijn mond. “Bedankt voor het lachen” Wat beduusd help ik hem de bus in, en vraag hem vooral niet te vergeten uit te checken, tenslotte zonde van het geld. Met een big smile gaat hij zitten, wacht op wat komen gaat.

Als de bussen vertrekken naar 1 van de mooiste hotels van Rotterdam zwaaien we ze uit, toch wel met een goed gevoel.
Onze teamleider, en rots in de branding van vandaag heeft de touwtje nog steeds stevig in handen, overlegt, belt, schrijft, regelt, en dan krijgen we opdracht om onze koffers en spullen weer in te gaan laden. De zaal is leeg, mensen van het rode kruis ruimen op in de nog warme muffe zaal en wij sjouwen onze koffers en zuurstofflessen terug naar de bussen.

Wat verdwaasd zitten we in het busje met onze helmen op schoot, het is gedaan, de klus is geklaard. Plots overvalt de vermoeidheid en voelen we onze pijnlijke voeten, de geweldige teamleider verteld van voor uit de bus wat grappige dingen en het lachen brengt ontlading, geen woord over wat anders had gekund, wat mis ging of wat tegen zat. Gewoon, de klus geklaard, ons nuttig gemaakt, geholpen waar nodig was als een goed team. En een fijn team waren we, afentoe even spuien bij elkaar, over de hektiek, de chaos het gedoe. Maar dan gewoon weer verder, een teamlid die even vraagt of het goed gaat, een teamleider die zegt dat we even koffie moeten nemen, kleine dingen die op dat moment heel normaal lijken, maar later thuis met een wijntje toch wel heel bijzonder blijken.