Home Algemeen Algemeen De inzet van burgerhulpverleners is geen doel op zich!

De inzet van burgerhulpverleners is geen doel op zich!

2279
0

Deze week besteedde de NOS aandacht aan de huidige stand van zaken omtrent de inzet van burgerhulpverleners in Nederland. Een onderwerp waar, wat mij betreft, blijvend voldoende aandacht in de media aan mag worden besteed. De Hartstichting bracht in het item het actuele aantal burgerhulpverleners voor het voetlicht, maar liefst 130.000. Een heel mooi aantal en het eind is nog niet in zicht, want het streven is 170.00. In de nieuwsitems werd daarbij óók nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de beperkte dekking van burgerhulpverlening in met name de grote steden. Op social media verschenen als gevolg hiervan vrij snel reacties op deze berichten waarbij verbazing wordt geuit over het feit dat in een aantal grote steden burgerhulpverleners niet of nog niet worden gealarmeerd.

Ik snap die verbazing heel goed. Immers, de noodzaak voor een snelle start van de reanimatie vooruitlopend op de komst van de ambulances is cruciaal. Daar is bijna iedereen inmiddels goed van doordrongen. Het begrip “6-minuten zones” staat in Nederland, dankzij de Hartstichting prominent op de kaart. En toch, reanimatie is en blijft een beladen onderwerp. Het gaat immers om mensenlevens en zorgt, begrijpelijk, voor emotie in de reacties op het bericht dat in enkele grote steden burgerhulpverleners nog niet gealarmeerd worden: verbazing, onbegrip, teleurstelling,… De vraag is alleen: moeten altijd burgerhulpverleners gealarmeerd worden om binnen 6 minuten te kunnen starten met de reanimatie?

Tijd voor een nuancering, omdat de aandacht in de media zich nu lijkt te focussen op maar één doel: het overal in Nederland kunnen alarmeren van burgerhulpverleners bij reanimaties. Naar mijn mening, een té beperkte invalshoek voor dit belangrijke onderwerp.

 

Wat is het bovenliggende doel?

De Hartstichting formuleert het op haar website als volgt[1]: “De Hartstichting heeft het doel om uiteindelijk iedereen in Nederland binnen 6 minuten te kunnen helpen bij een hartstilstand.”

Het doel is dus NIET om zoveel mogelijk burgerhulpverleners te alarmeren. Juist dáár wringt volgens mij nu de schoen een beetje. Uit de berichten van de afgelopen week ontstaat nu min of meer het beeld en/of de verwachting dat in een aantal grote steden slachtoffers een verminderde kans op overleving zouden hebben. Dit alleen maar door het feit dat er in die steden geen burgerhulpverleners worden gealarmeerd.

Deze beeldvorming is mijns inziens onterecht, omdat voorbij gegaan wordt aan het feit dat ook in grote steden net zo goed binnen 6 minuten gestart wordt met de reanimatie. Weliswaar niet (alleen) door burgerhulpverleners, maar door de brandweer en de politie. Zij worden direct door de Meldkamer Ambulancezorg gealarmeerd in geval van een reanimatie en zijn zeer snel ter plaatse. Zij zijn, net als burgerhulpverleners, de first responders

 

First responders

Vanuit AZN is een kwaliteitskader[2] opgesteld waarin beschreven staat hoe binnen de ambulancezorg wordt omgegaan met de inzet van deze first responders. First responders zijn:

  • gekwalificeerde hulpverleners van bijvoorbeeld politie en brandweerorganisaties;
  • hulpverleners van KNRM en reddingsbrigade;
  • burgerhulpverleners die zijn aangesloten reanimatieoproepnetwerken (HartslagNu en HartveiligWonen).

De Regionale Ambulance Voorziening (RAV) is verantwoordelijk voor de keuze, het beleid en de afspraken omtrent de inzet van first responders. De Meldkamer Ambulancezorg beslist of een first responder al dan niet wordt gealarmeerd bij melding van een vermoedelijke reanimatie.

Het doel om binnen 6 minuten een slachtoffer met een hartstilstand, waar ook in Nederland te kunnen helpen, vraagt dus een weloverwogen antwoord op de vraag in welk gebied, welk type first responder (of combinatie) door de meldkamer gealarmeerd moet worden om veilig en zo snel mogelijk ter plaatse te kunnen gaan om binnen de 6 minuten te kunnen starten met de reanimatie.

Ter illustratie: in de dichtbevolkte, verkeersintensieve stedelijke gebieden brengt de inzet van burgerhulpverleners extra (verkeers-) risico’s met zich mee. Afstanden zijn hemelsbreed klein, maar om snel en veilig van A naar B te komen kan een enorme uitdaging op zichzelf zijn. Met de adrenaline gierend door je lijf in de auto, op de scooter of fiets stappen en door een drukke (binnen)stad gaan rijden om ter plaatste te gaan, is niet alleen risicovol voor de burgerhulpverlener zelf, maar ook (of vooral) voor andere verkeersdeelnemers. Als ambulancechauffeur word ik ook regelmatig geconfronteerd met de risico’s in de (binnen)stad als ik met “toeters en bellen” rijd; ook over relatief korte afstanden. Laat staan de burgerhulpverlener die met behoorlijke spanning in zijn lijf onderweg is naar een reanimatie en zich vast rijdt in de drukte of zich al slalommend op een scooter of fiets door het verkeer perst met maar 1 doel voor ogen. Staan we wel voldoende stil bij de risico’s die dit met zich meebrengt?

De inzet van brandweer en politie als first responder bij reanimaties in dichtbevolkte, stedelijke gebieden is ronduit effectief. Zij zijn met voorrangsvoertuig snel ter plaatse en kunnen daardoor in de meeste gevallen binnen 6 minuten de reanimatie opstarten en de AED aansluiten. In de landelijke gebieden, dorpen en polders is dit vaak juist andersom. Daar zijn de aanrijdtijden van de politie, brandweer en ambulances meestal langer dan 6 minuten. Hier hebben juist de gealarmeerde burgerhulpverleners weer een énorme toegevoegde waarde. Bovendien is de lokale infrastructuur minder complex en speelt een andere verkeersdynamiek waardoor burgers dus ook heel snel en veilige ter plaatse kunnen zijn.

Ik ben een groot voorstander van de inzet van burgerhulpverleners bij reanimaties. Tegelijkertijd vind ik wel dat, kijkend naar het bovenliggende doel, altijd lokaal de meest verstandige en effectieve oplossing gekozen moet worden bij de alarmering van first responders. Hierbij rekening houdend met de lokale omstandigheden, snelheid én veiligheid.

Dit kan bijvoorbeeld in de grote steden dus ook prima georganiseerd worden op het niveau van stadsdelen, wijken of postcodegebieden. Zelfs op het niveau van bijvoorbeeld flatgebouwen of appartementencomplexen, waar het voor hulpdiensten soms lastig is om binnen te komen. Gealarmeerde burgerhulpverleners kunnen daar zeker het verschil maken.

Mijn overpeinzing bij de recente mediaberichten: laten we er vooral voor waken dat de alarmering en inzet van burgerhulpverleners geen doel op zich wordt, ook niet voor de grote steden.

Alarmeer burgerhulpverleners te allen tijde op zoveel mogelijk locaties en altijd waar het snel en veilig kán, maar durf ook te differentiëren met de inzet van de verschillende typen first responders in díe gebieden waar het móet. Zelfs als dat in sommige gebieden, steden, stadsdelen, wijken of postcodegebieden betekent dat burgerhulpverleners weloverwogen niet zullen worden gealarmeerd. Zolang we het alles overstijgende doel altijd maar op ons netvlies houden: iedereen in Nederland binnen 6 minuten kunnen helpen bij een hartstilstand. Daar doen we het voor!

 

[1] www.hartstichting.nl

[2] https://www.ambulancezorg.nl/download/downloads/3023/kwaliteitskader-first-responder-1-0-def.pdf