Home Algemeen Algemeen De “Bachelor Medisch Hulpverlener” een uitdaging voor de ambulancezorg?

De “Bachelor Medisch Hulpverlener” een uitdaging voor de ambulancezorg?

4252
0

Het was december 2012, toen ik door een aantal studenten van de BMH opleiding werd benaderd voor een stageplaats bij de RAV. Ik was op de hoogte van deze nieuwe HBO opleiding die aan twee hogescholen in Nederland werd gegeven. Verschillende RAV-en waren inmiddels als benaderd of zij eventueel stageplaatsen voor deze studenten beschikbaar wilden stellen. Ondanks dat wij door de hogescholen goed waren ingelicht over het curriculum en de inhoud van deze nieuwe opleiding binnen het domein van de zorg, konden wij ons als beroepsgroep nog geen goed beeld vormen op welke wijze de BMH studenten een plaats konden innemen binnen de ambulancezorg. Er waren nog veel onduidelijkheden, zoals: wat kunnen deze studenten en wat mogen ze doen tijdens deze stage, hoe liggen bepaalde (wettelijke) verantwoordelijkheden. Vragen die nu langzaam duidelijk worden.

Ik besloot twee studenten uit te nodigen voor een kennismakingsgesprek. Een van die studenten was Jeroen Takke. Eenmaal op gesprek, werd ik geconfronteerd met een zeer nette, rustige en beleefde student. Hij was keurig op tijd voor zijn afspraak en had zich goed voorbereid op dit gesprek. Jeroen maakte bij mij al direct een goede eerste indruk door zijn wijze van presentatie. In ruim een uur heeft Jeroen mij op vlieghoogte gebracht van deze nieuwe opleiding, zijn gestelde leerdoelen en de wijze waarop hij deze stage bij ons invulling wilden geven, binnen de toen geldende regelgeving. Zijn stage periode zou van april t/m eind juni 2013 zijn. Op basis van zijn gedrevenheid, motivatie en gedegen voorbereiding, heb ik besloten dat hij bij ons welkom was. In de tussenliggende periode konden wij zijn stage binnen de organisatie goed voorbereiden. Wij zagen deze stage bovendien als een “pilot” om te kijken of wij aan het verzoek van de hogeschool gehoor konden geven tot invullen van definitieve stageplaatsen voor deze nieuwe HBO beroepsopleiding. Inmiddels zijn we twee jaar verder en is er mbt deze opleiding veel meer duidelijkheid omtrent hun status en de wet & regelgeving en waar zij eventueel na hun studie een werkplek kunnen vinden. Dit laatste is uiteraard erg afhankelijk van de instellingen, die zich “open” willen stellen voor deze nieuwe beroepsgroep. Om deze nieuwe beroepsgroep te kunnen positioneren is er door het ministerie van VWS een experimenteerartikel (36a Wet BIG BMH) opgesteld. Verschillende brancheorganisaties zullen zich in hiermee gaan bezig houden, om zo te komen tot een goede afstemming en positionering binnen de verschillende werkvelden voor deze nieuwe collega’s.

Jeroen heeft bij ons een goede en leerzame stage periode gehad, waarin hij binnen de gestelde kaders vanuit de hogeschool en de organisatie zijn leerdoelen heeft kunnen behalen. De RAV heeft kennis mogen maken met een zeer gemotiveerde en enthousiaste student, met een zeer positieve leer instelling. Zowel zorgvragers als collega’s waren erg enthousiast en spraken lovende woorden over Jeroen. Jeroen heeft ons laten zien wat zij, als “jonkies” binnen de huidige ambulancezorg mogelijk zouden kunnen betekenen. Zowel studenten, opleidingsinstellingen alsmede RAV-en zijn zich er terdege van bewust dat zij nog lang niet die ervaring hebben als een ervaren ambulanceverpleegkundige. Maar ik ben ervan overtuigd dat een goed “Trainee” traject hieraan in een positieve zin in kan bijdrage. Daarom hoop ik dat RAV-en zich positief willen inzetten tot een heldere positionering van deze nieuwe beroepsgroep. De trein rijdt, zorg als RAV dat je op deze trein springt en de juiste koers bepaalt.

Een andere BMH student is Fatiha Chahma, zij loopt op dit moment bij onze organisatie haar laatste stage in haar opleiding. Voor haar is op basis van haar verpleegkundige vooropleiding een uitzondering gemaakt. Fatiha wil graag haar ervaring bij de ambulancezorg met jullie delen, zodat collega’s kunnen zien op welke wijze een invulling kan worden gegeven in het begeleiden van een BMH student in haar laatste opleidingsfase.

———- Stage ervaring Fatiha Chahma ———-

Graag stel ik me aan u voor.
Ik ben Fatiha Chahma 24 jaar, reeds afgestudeerd verpleegkundige en momenteel studeer ik Medische Hulpverlening (MHV) aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.
In 2011 ben ik na MBO-verpleegkunde te hebben gestudeerd, gestart met de opleiding Bachelor Medische Hulpverlening. Inmiddels zit ik in mijn vierde leerjaar en heb ik mijn propedeuse behaald, kwaliteitsonderzoek gedaan, oriënterende stages gelopen en een minor afgerond. Momenteel draai ik de pilot stage BMH bij de Regionale ambulance voorziening (RAV) binnen de Veiligheids Regio Gelderland-Midden (VGGM), te Arnhem.
Deze stage is gedurende 1 jaar en is een afsluitende stage. Binnen deze stage behandel ik laag-midden- en hoog complexe patiënten waarbij de voorbehouden handelingen ook worden uitgevoerd. Wat me aanspreekt is de combinatie medische kennis en zorg voor de patiënten, de diversiteit in casuïstiek en het uitvoeren van verpleegtechnische handelingen.

Binnen de opleiding BMH is er helaas een tekort aan stages. Het zou dus kunnen dat ik vertraging op zou lopen. Op eigen initiatief heb ik meerdere pogingen gedaan om een stageplaats te vinden. Één van die pogingen was binnen de ambulance dienst VGGM waar ik mijn kwaliteitsonderzoek had lopen. De vraag of ik daar stage mocht lopen was in eerste instantie niet mogelijk, gezien de bezetting en het tekort aan werkbegeleiders.
Gelukkig is de stage toch tot stand gekomen en ben ik in februari 2015 gestart met de pilot. De eerste maand van de stage had een oriënterend karakter. Ik kreeg twee werkbegeleiders toegewezen, daarnaast ben ik een aantal diensten aan andere ambulanceverpleegkundigen gekoppeld. Ik kon goed merken dat het ambulancepersoneel gewend was aan stagiaires, er is een open sfeer en als stagiaire werd ik betrokken in het team, dat was heel prettig.
Het ambulancepersoneel was geïnteresseerd in de opleiding BMH en bijna allemaal vroegen ze; ‘’Wat ga je hierna doen?’’. Ook waren ze geïnteresseerd in mijn voortraject. Velen waren van mening dat ik als reeds gediplomeerd verpleegkundige voordeel had binnen de ambulancestage. Ik ben het hier deels mee eens. De pilot stage had ik hoogstwaarschijnlijk niet mogen lopen als ik geen verpleegkundig achtergrond had. Daarbij ben ik als verpleegkundige BIG geregistreerd en mag ik verpleegtechnische handelingen uitvoeren, deze handelingen mocht ik ook voorzetten tijdens de pilot stage. Er was ook de mogelijkheid om vaardigheden te beoefenen tijdens leegloopuren. Zoals bijvoorbeeld het hanteren van de botboor of het werken met de Autopulse.

Ondanks mijn verpleegkundige achtergrond denk ik dat 70% van mijn kennis en kunde die ik heb mogen laten zien tijdens mijn pilotstage voortkomt uit de BMH opleiding en niet uit mijn verpleegkundige opleiding.. Binnen de MHV opleiding wordt hier veel aandacht aan de ABDCE methodiek en is dit de rode draad.
Het eerste half jaar van de stage heb ik laag- en midden complexe patiënten behandeld. Het 2e half jaar kwamen hier de complexe patiënten bij. Er is altijd een ambulanceverpleegkundige aanwezig die me begeleidt. In het begin van de stage kwam er veel op me af. Het is niet alleen de patiënt die behandeld dient te worden, maar er is ook nog familie die ingelicht of gerustgesteld moet worden. Als de patiënt vervoerd wordt, moet er een vooraankondiging worden gedaan aan de desbetreffende spoed eisende hulp en er dient gecommuniceerd te worden met de meldkamer, kortom meerdere taken die je in korte tijd moet uitvoeren.
In het begin van de stage had ik alleen oog voor de patiënt, ik deed mijn primary survey en de secondary survey. In mijn hoofd was ik nog te druk om alle andere relevante factoren in me op te nemen. Maar naarmate de stage verstreek kreeg ik meer rust in mijn hoofd en daarmee ook meer overzicht. Zo kon ik langzaam meerdere werkzaamheden erbij nemen, totdat ik de laag- en midden complexe ritten zelfstandig kon begeleiden.

Het competentieprofiel dat de opleiding heeft gesteld is haalbaar binnen de ambulancestage. Op basis van het competentieprofiel heb ik leerdoelen gemaakt en mezelf hierop laten beoordelen. Binnen de ambulancezorg kan er naar iedere rit worden geëvalueerd. Dit is erg fijn omdat je dan meteen weet waar je staat en je kan eventuele verbeterpunten direct inzetten. Ik heb het eerste halfjaar van mijn stage positief afgesloten. Het is erg snel gegaan en ik ben blij dat ik nog een half jaar de tijd heb om de puntjes op de i te zetten.
Ik had het gevoel dat ik eindelijk het geleerde toe mocht passen in de praktijk en dat ik de kans krijg om te laten zien wat ik kan. Ik ben benieuwd waar mijn niveau zal zitten aan het einde van de stage en of het vergelijkbaar is met de huidige ambulanceverpleegkundige in opleiding. Ik kan in ieder geval voortborduren met de ervaring die ik heb opgedaan binnen de ambulancezorg en weet nu zeker dat het bij me past en dat het mijn droombaan is!
Daarbij wil ik kwijt dat motivatie en houding van de student een grote rol speelt.
Het is niet bekend wat mijn plek wordt na de pilot, maar ik heb het gevoel gehad dat zij het beste uit me hebben gehaald en dat ik serieus ben genomen, net als de reguliere ambulanceverpleegkundige in opleiding, waarvoor veel dank.

Met vriendelijke groet,
Fatiha Chahma
Student Bachelor Medische Hulpverlening