Home Algemeen Algemeen Burgerhulpverleners…, zit er een steekje bij ze los?

Burgerhulpverleners…, zit er een steekje bij ze los?

24798
16

In ons werk als ambulanceprofessional komen wij dagelijks in situaties waarin het leed van anderen op de voorgrond staat. Klein of groot leed, aandoenlijk of aangrijpend. Geen dag is hetzelfde, geen casus gelijk. Wij kiezen er bewust voor om op pad te gaan om anderen te helpen en ons daarbij bewust bloot te stellen aan allerlei onverwachte en onvoorspelbare omstandigheden. Er verschijnen beelden op ons netvlies die soms spontaan nog eens terugkomen en we worden geraakt door emoties van anderen of onszelf. En als een casus ons raakt, hard of zacht, is daar altijd die BOT medewerker die ons terzijde staat.

Wij hebben er bewust voor gekozen om elke week een beperkt aantal dagen tijdens een vooraf afgebakende periode van bijvoorbeeld 8 of 12 uur geconfronteerd te worden met het leed van anderen. Wij stellen ons hier mentaal op in, zodra wij ons uniform aantrekken. Buiten deze werktijd veelal niet. Dan nemen we afstand, rusten uit, doen leuke dingen, huishoudelijke taken, et cetera.

Wat bezielt dan die huisvrouw, bankdirecteur, onderwijzer, winkelier, schoonmaker, gepensioneerde notaris, hovenier, ICT-er, automonteur en ál die andere (inmiddels 130.000!) vrijwilligers? Naast een baan en gezinsleven zetten zij zich in als burgerhulpverlener bij reanimaties. Waarom kiezen zij ervoor om 7 dagen per week, 24 uur per dag, op de meest onvoorspelbare en ongelegen momenten geconfronteerd te kunnen worden met het leed van anderen. Leed direct op de grens van leven en dood en bijna nooit onder de meest ideale en hygiënische omstandigheden. Zij zijn er niet op ingesteld, het komt altijd onverwacht!

Het ene moment staan zij met hun handen het fornuis schoon te maken, een boom te snoeien, een accu te vervangen of een luier te verschonen; het andere moment staan ze met diezelfde handen op de ontblote borstkas van een veelal onbekende burger te drukken. Ze voelen een knak onder hun handpalm en breken een rib van het slachtoffer. Het ene moment geven ze hun zoontje van 4 een zoen op de mond; het andere moment blazen ze met diezelfde mond net iets teveel lucht in de longen en de maag van een wildvreemde en worden ze geconfronteerd met wat lijkt op de restanten van een half verteerde lunch.

Daarentegen, de voldoening is enorm groot bij de burgerhulpverleners als het slachtoffer met ritme en output wordt overgebracht naar het ziekenhuis. Dat is immers voor burgerhulpverleners het maximaal haalbare met hun inbreng tijdens een reanimatie. Andersom, de teleurstelling en de twijfel zijn net zo groot of zelfs groter als het niet lukt. Ze balen. De reanimatie wordt in hun bijzijn gestaakt en dan komen de vragen: “Heb ik het wel goed gedaan? Had ik toch de auto moeten pakken i.p.v. de fiets? Had hij/zij het dan misschien wel gered?”

Wát is het dan toch dat burgerhulpverleners drijft? Waarom doen zij zichzelf dit allemaal aan? Zit er soms een steekje bij ze los?

Ik denk het niet, integendeel. Ze worden namelijk van binnenuit gedreven (intrinsiek, emotie) of van buitenaf gestimuleerd (extrinsiek, ratio) om zich in te zetten. Maar waarom? Dat kan drie redenen hebben:

  1. het geeft ze goed gevoel of
  2. ze vinden dat het moet of
  3. ze krijgen er iets voor terug.

Drie verschillende motivatieframes[1] liggen hieraan ten grondslag. Ik zet ze voor dit artikel in de context van de burgerhulpverleners:

Hedonistisch frame (intrinsiek)

De vrijwilliger zet zich in, omdat het hem een goed gevoel geeft. Hij kijkt met een goed gevoel terug op zijn inzet bij een reanimatie. Als het proces lekker liep en als er als team werd samengewerkt, heeft deze vrijwilliger zijn doel bereikt. Hij heeft namelijk alles gedaan wat binnen zijn vermogen lag om het slachtoffer te helpen en dat geeft voldoening. Zelfs als het slachtoffer het helaas niet redt.

Vrijwilligers die organisatorische taken op zich nemen voor bijvoorbeeld hun lokale AED stichting of vereniging, vinden hun motivatie ook vaak terug in het hedonistisch perspectief. Zij creëren voor hun lokale gemeenschap de voorwaarden voor de inzet van vrijwilligers, bijvoorbeeld onder de vlag AED stichtingen, dorpsraden en gemeenten. Ze organiseren bijvoorbeeld trainingen, lobbyen voor subsidies, beheren AED’s of ze doen het lokale beheer in de landelijke reanimatie oproepsystemen HartslagNu of HartveiligWonen. Ze beleven er plezier aan om hun talenten in te zetten. Lage opkomsten bij trainingen, ongemak of haperingen in de werking van de alarmeringsystemen, stroperige lokale politiek of afwijzingen van subsidies vormen een risico voor de motivatie van deze vrijwilligers.

Het op de loer liggende risico bij vrijwilligers die zich primair vanuit hedonistisch perspectief inzetten, is dat ze hun vrijwilligerswerk stoppen zodra het niet leuk meer is, ze tegenslagen ervaren en het ze meer energie kost dan het oplevert. Als ambulanceprofessional kunnen wij hier bij de burgerhulpverleners direct op van invloed zijn met ons handelen en gedrag tijdens een reanimatie. Bijvoorbeeld: negatief door ze buiten te sluiten of de BLS bij aankomst over te laten nemen door politie of brandweer. Positief door ze te betrekken, blijk te geven van respect en waardering en ze te coachen. Zelfs als reanimatie niet mocht baten voor het slachtoffer, is het bieden van een luisterend oor om even stoom af te laten blazen vaak voldoende om de motivatie, ondanks de teleurstelling, tóch positief te beïnvloeden.

Normatief frame (intrinsiek)

Deze vrijwilliger zet zich in, omdat hij vindt dat het zijn burgerplicht is en dat het ‘gewoon’ moet. Zijn waarden en overtuigingen om zich in te zetten voor de samenleving of burgers in nood zetten hem direct aan tot handelen. Ik hoor deze motivatiegrond heel vaak terug bij vrijwilligers. “Dat hoor je als burger gewoon te doen!”

Tegelijkertijd, niet iedereen die vanuit deze gedachte een reanimatiecursus heeft gevolgd, meldt zich aan bij één van de landelijke oproepsystemen. Er zijn veel burgers die vinden dat ze moeten (plicht) kunnen helpen, zodra het op hun pad komt. In-en-om het huis, tijdens het shoppen, op het werk of bij de vereniging. De confrontatie bewust opzoeken door gealarmeerd te kunnen worden daarentegen, is voor deze burgers vaak net een brug te ver.

Burgers die wél bij een oproepsysteem zijn aangemeld, kiezen er met hun aanmelding bewust voor om frequenter geconfronteerd te worden met reanimaties ongeacht de lokatie en de omstandigheden. Voor hen moet het gewoon. Ze zijn op zo’n moment bereid alles te laten vallen om iemand te helpen.

Instrumenteel frame (extrinsiek)

De vrijwilliger die zich inzet vanuit een instrumentele motivatie doet dit, omdat hij er ook ‘iets’ voor terug krijgt. Bijvoorbeeld het schouderklopje van ons als ambulanceprofessional, als erkenning. Het is voor die vrijwilliger dé beloning voor zijn inzet. Hij kan zijn motivatie verliezen als hij de ‘beloning’ niet krijgt. Anderen doen het voor de kick om onderdeel geweest te zijn van het hulpverleningsproces. Weer andere vrijwilligers volgen, bijvoorbeeld, een opleiding in de zorg en hebben juist baat bij het opdoen van praktijkervaring of de explicite vermelding van hun ervaring als burgerhulpverlener op hun CV. Zij hebben het bijvoorbeeld nodig voor sollicitaties of het verweven van stageplaatsen.

Het is uiteraard niet zwart-wit. De motivatie van vrijwilligers komt bijna altijd voort uit een combinatie van bovenstaande drie frames, waarbij er veelal één net wat meer dominant is dan de rest.

Voor ons als ambulanceprofessional is het natuurlijk heel verleidelijk om een waarde toe te kennen aan deze verschillende motivatiegronden en er ‘iets’ van te vinden. Dat is logisch. Onze persoonlijke ervaringen en hierdoor opgebouwde overtuigingen triggeren dit. De één vraagt zich af of er een steekje bij ze los zit, heeft een slechte ervaring opgedaan tijdens een inzet of krijgt jeuk bij het idee dat iemand het misschien wel voor de kick doet; de ander vindt het vanzelfsprekend dat burgerhulpverleners zich inzetten vanuit plichtsbesef, heeft bewondering voor de lokale burgerinitiatieven en heeft hier louter goede ervaringen mee.

Ongeacht wat burgerhulpverleners drijft of wat je daar zelf van vindt: feit is dat wij hen in heel veel gebieden keihard nodig hebben om de 6 minuten zones te organiseren én te kunnen dekken. Wij redden dat simpelweg niet. Een snelle start van de reanimatie, uitmuntende borstcompressies en beademingen, correct en discreet gedrag én bovenal een goede samenwerking tussen alle betrokken partijen is het enige dat telt. Dát verhoogt de overlevingskansen van het slachtoffer. Gemotiveerde, goed getrainde burgerhulpverleners maken dan écht het verschil.

[1]  Basisboek vrijwilligersmanagement, 3e druk / Motivatieframes Lindenberg (2001)

Burgerhulpverleners…, zit er een steekje bij ze los?
4.4 (88%) 15 beoordeling(en)

16 REACTIES

  1. @Bettina, Hart4all is mij zeker bekend, ik werk samen met Ruud dus dat is in orde.. Ik zie ook de toegevoegde waarde. Waar wij als BOT de ambulancemedewerkers actief benaderen na een heftige casus, gebeurt zoiets dergelijks niet met de burgerhulpverleners. Het initiatief moet vanuit hun zelf komen. En ondanks dat ik altijd de bandjes netjes uitdeel en ook hoor dat er contacten worden gelegd, krijg ik ook weleens te horen dat hulpverleners toch met de casus in hun hoofd blijven zitten. Met name omdat het in het echt toch anders is als op een pop… Mogelijk zou een oplossing zijn, en ik roep maar wat hoor, dat een instantie als Slachtofferhulp daar iets in kan betekenen om mensen actief te benaderen. Het zou namelijk jammer zijn als mensen afhaken omdat ze de beelden maar niet uit hun hoofd krijgen.
    Groetjes Jeroen

  2. Ik vind het niet meer dan menselijk dat we allemaal op elkaar ”letten”. Ik vind het frustrerender om niet te weten wat ik moet doen als iemand weg valt dan wanneer ik dat wel weet. En als ik het toch weet, waarom zou ik dan niet iemand helpen die ook vrienden, familie, kinderen etc. heeft die om hen geven? Het verlies van iemand, hoe dichtbij of ver weg dan ook, raakt een ieder. Als je dat enigszins zou kunnen voorkomen, of kan proberen te voorkomen door een reanimatie, dan doe ik dat. Andersom hopen we immers ook op snelle hulp. Zeker als het om ons zelf of een dierbare gaat. Daarnaast voelt het als mijn plicht als militair. Eens militair, altijd militair.

    Overigens, de nazorg van Groningen Hartveilig (mijn gebied) vind ik uitmuntend!

  3. Al jaren EHBO en al jaren sta ik op evenementen. Maar de echt grote dingen waren altijd onverwachts. Op momenten dat je het ineens ziet, niks bij je hebt. Dan handel je toch ook al weet je dat je niet veel kan doen. Aanmelden voor een oproep systeem was voor mij geen twijfel. Meteen gedaan zodra dat kon. Heb persoonlijk de verandering meegemaakt van altijd die vervelende ramp toerist naar een gewenning en erkenning van de burger die via oproep komt helpen. Vooral de politie moest hier lang aan wennen. Ben dan ook blij dat het een stuk beter gaat betreffende de omgang met burger hulpverleners. Uiteraard zijn er nog altijd personen die door slechte ervaringen met burger hulpverleners (helaas het gebeurd) toch wat negatiever reageren. Maar gelukkig word dat steeds minder en mijn motivatie om ook om 5.30uur mijn bed uit te gaan als er een sms’je binnen komt is er niet minder om. Al is het maar om de deur open te houden en de brancard in de gaten te houden op straat.

  4. Sommige mensen zijn al jaren, tientallen jaren EHV-er. Nog geen 10 jaar geleden, moesten ze toevallig tegen een situatie aanlopen of in hun directe kring te maken krijgen met een reanimatie, willen ze wat hun geleerd is kunnen toepassen.
    Nu is de techniek er om diezelfde EHV-er op te roepen, als er toevallig 2 straten verderop iemand dringend hulp nodig heeft en dan krijg je de vraag wat mensen bezielt om 7 dagen in de week 24 uur per dag stand-by te staan?!?
    We willen nou eenmaal in Nederland, dat de overlevingskans zo groot mogelijk is.

  5. Nee, voor de kick zal je het zeker niet moeten doen, voor een buitenstaander erg confronterend, respect voor de mensen van buitenaf die dit maar “eventjes” doen en overhebben voor de medemens.

    Ikzelf al bijna 17 jaar werkzaam in de zorg, vaak maak ik verschillende gevallen, zowel spoed als geen spoed mee. En toen ik hier an hoorde,.. tja waarom dan ook niet buiten werktijd mensen helpen?
    Het zit in m’n bloed, het zit in m’n systeem… dus waarom niet…
    Ik zou mezelf niet aan kunnen kijken als ik niet zou helpen terwijl ik dit in dagelijks leven (werk) wel doe..
    Ik gebruik mijn kunsten liever ook buiten werktijd..

    En ja, moet toegeven, zowel op werkvlak als buitenshuis blijft hier en daar een herinnering, soms goed, soms ook niet… blijft dit malen? Tuurlijk, zou niet goede wezen als dat niet zou gebeuren.
    Ik als jarenlange professional twijfelt ook aan zichzelf als het niet goed afloopt, wij kunnen het alleen beter een plekje geven dan menig een.. en dat is niet erg, je leert het vanzelf..

    #LoveMyJob!

  6. Ik heb geen steekje los er heeft nooit wat vast gezeten xd
    Ik doe het om n medemens te redden daarvoor heb je toch voor het beroep als ambulancebroeder gekozen om levens te redden.

  7. Al jaren een bedrijfshulp verlener en inmiddels ee paar reanimatie ervaringen rijker. Een paar jaar terug me aangemeld bij burgerharthulp op aanraden van onze instructeur(een ambulance broeder). Nog geen moment spijt van gehad. Als je weet hoe het moet en je kan iemand daarmee redden, zou het van de zotte zijn als je niet helpt.

  8. Ik ben ook burgerhulpverlener en vind dat niet meer dan normaal.
    Begin februari heb ik de cursus afgerond en me meteen opgegeven.
    Eind februari had ik mijn eerste reanimatie al.
    Deze was gelukkig succesvol en ik kreeg later nog bloemen van het slachtoffer en zijn familie.
    Dat vond ik uiteraard heel lief van ze, maar ik zag het inderdaad als mijn plicht.
    Ik vind, als je kunt helpen moet je dat ook zeker doen.
    Of er een steekje bij mij los zit?
    Nee, ik heb hier bewust voor gekozen.
    Natuurlijk was ik erg onder de indruk van alles wat er bij een reanimatie komt kijken, maar dat weerhoudt mij er niet van het zo weer te doen.

  9. Beste Jeroen, deze nazorg bestaat al namelijk Hart4ALL! In geheel Brabant, Gelderland-Zuid en Gelderland-Midden reiken de medewerkers van de ambulance clickbandjes voorzien van unieke codes uit aan het slachtoffer (om pols of enkel) en de overige vier bandjes zijn voor de burgerhulpverleners bestemd. Als beide partijen inloggen op de website van Hart4ALL en aangeven graag met betrokkenen in contact te willen komen maakt Hart4ALL een match (www.hart4all.nl). 90 % van de hulpverleners maakt hier gebruik van en 25 % wordt een match! Antwoord krijgen op vragen als; Hoe gaat het met het slachtoffer?, Heeft mijn vader nog iets gezegd?, Het kunnen bedanken van je redders helpt alle partijen bij de verwerking van deze indrukwekkende gebeurtenis. Dus ambulanceregio’s sluit je aan bij Hart4ALL zodat ook de burgerhulpverleners in jullie regio de nazorg krijgen waar zij recht op hebben!

  10. Ik ben zo’n burgerhulpverlener.
    Ik doe het omdat hulpverlener als betaalde baan helaas geen optie meer voor mij is.
    En als je houdt van je “vak” dan maar op vrijwillige basis, alleen dan veel minder vaak.

    Hier mijn ervaring met een reanimatie vanuit de burgerhulpverleningskant :

    http://www.xandra.name/?p=26

  11. Aan burgerhulpverleners zit zeer zeker geen steekje los. Deze mensen worden soms tot dit soort acties gedreven door de steeds verder inkrimpende professionele hulpverlening. In delen van Nederland ( Limburg, Zeeland, Achterhoek, en mijn woongebied noord oost Groningen) komt de ambulance al bijna nooit meer binnen 15 minuten ter plaatse. Als het slachtoffer dus minimaal al een kans van overleving wil hebben, dan is het slachtoffer al direct afhankelijk van omstanders die durven te reanimeren en de aanwezigheid van een AED apparaat. Wanneer veel slachtoffers in deze gebieden moeten wachten op de professionele hulpdiensten is het (ben ik bang) in veel gevallen te laat. Dat wij als burgers dit soort handelingen moeten doen is eigenlijk te triest voor woorden. Door alle reorganisaties en bezuinigingen in de ambulancezorg ( en zelfs door ziekenhuizen te sluiten in de regio ) wordt het niet veiliger voor menig burger. Raar echter dat de burgers in dit soort gebieden WEL de volledige zorgpremies moeten ophoesten. Ik neem het niet de mensen kwalijk op de ambulance, maar wel hun leidinggevenden die alles maar goed lijken te vinden, en ik hekel de politiek die dit soort bezuinigingen er door drukt. Grote delen van Nederland raken steeds verder achterop gesteld ten opzichte van de Randstad en Den Haag.
    Moeten er eerst duizenden doden vallen voordat er weer een ambulance binnen 15 minuten ter plaatse kan zijn ? En kunnen we dan ook de verantwoordelijke minister aanklagen ” dood door schuld ” bij de rechtbank ?

  12. @Judith: Nee zeker niet, integendeel. Dit kan in de praktijk helaas gewoon gebeuren. Denk bijv. aan ouderen met broze botten, dan gebeurt het misschien wat sneller dan bij een jonge vent. Lucht inblazen is lastig, zeker als de adrenaline in je kruin zit. Voel je bijv. weerstand omdat de luchtweg niet goed vrij te krijgen is, ga je daardoor misschien harder blazen, etc? Geen situatie is hetzelfde, geen patient is gelijk.

  13. @Tineke: Goed om te lezen dat een compliment goed doet als je met elkaar voor die lastige taak hebt gestaan.

    @Jeroen: je zorg is zeker terecht. HartslagNu en HartveiligWonen hebben beiden een Helpdesk die de ingeschreven hulpverleners de mogelijkheid biedt voor nazorg, cq. het eerste luisterend oor om stoom af te blazen. Zij kunnen vervolgens adviseren om contact op te nemen met organisaties als Sensoor of Slachtofferhulp en uiteraard de eigen huisarts. Óf de vrijwilliger dat dan ook daadwerkelijk doet…..tja, dat blijft een dingetje. Het initiatief moet de burgerhulpverlener te allen tijde zelf nemen.

    Ik denk dat RAV-en hier zeker een belangrijke rol in kunnen spelen, voorzover dat natuurlijk nog niet al gebeurt. Contacten met de lokale AED stichtingen/initiatieven intensiveren en afspraken maken, voorlichting/lezingen geven, samen reanimaties trainen, etc.

    Ben ook wel nieuwsgierig welke mogelijkheden jij ziet voor dit probleem?

    Groet,
    Scott

  14. Een mooi artikel maar ik lees ook een beetje dat je de kwaliteit van de aangeleerde vaardigheden bij de burger hulpverleners niet voldoende vind, ” een rib breken en iets te veel lucht in blazen”.

  15. Afgelopen vrijdag een reanimatie gehad als burgerhulpverlener. Helaas heeft de persoon het niet overleefd vanwege een bloedprop in het lichaam en een zware hartaanval! Dank voor de complimenten van het ambulance personeel en de agenten! Dat doet je op dat moment erg goed!??

  16. Mooi stuk, Scott. Waar ik me als ambulancechauffeur en BOT-medewerker wel zorgen om maak is de nazorg. Ik spreek weleens burgerhulpverleners die regelmatig helpen bij reanimaties en hoor weleens opmerkingen waarvan ik denk “is het wel verstandig dat je steeds weer komt als je er steeds maar aan blijft denken?”. Die vraag stel ik dan ook maar de motivatie is te sterk voor deze vrijwilligers om niet te reageren.
    Hopelijk kunnen we nog eens met z’n allen, professionals en burgerhulpverleners, bedenken hoe we dat probleem kunnen tackelen.

Comments are closed.