Home Algemeen Algemeen Brancherichtlijn, dringende taak en A1, A2 en B urgentie

Brancherichtlijn, dringende taak en A1, A2 en B urgentie

6269
0

De Brancherichtlijn is van toepassing op bestuurders van motorvoertuigen binnen de spoedeisende medische hulpverlening die zowel optische als geluidssignalen voeren. Motorvoertuigen die geen of slechts een van beide signalen voeren, zijn geen voorrangsvoertuigen en hebben dus ook niet de daarbij behorende bevoegdheden.

Met deze omschrijving van het toepassingsbereik van de richtlijn wordt aangeduid welke bestuurders van motorvoertuigen ten dienste van de Regionale Ambulance Voorziening (RAV) bevoegd zijn om de optische en geluidssignalen te gebruiken, dan wel van andere hulpverleningsdiensten die zich in opdracht van de MKA, als bedoeld in de Wet Ambulancevervoer, met het verlenen van eerstelijns spoedeisende medische hulpverlening, voor zover deze voldoen aan de wettelijk vereiste kenmerken van een voorrangsvoertuig. Hiermee is de Brancherichtlijn naast de voertuigen van de RAV ook van toepassing op die van de GHOR, huisartsen, etc.

Deze algemene omschrijving van het begrip ‘dringende taak’ is voor de spoedeisende medische hulpverlening nader uitgewerkt.

  • De toestand van de patiënt is levensbedreigend, ABC instabiel.
  • Er is een ernstig vermoeden van een levensbedreigende toestand van de patiënt, ABC instabiel.
  • Er moet worden voorkomen dat de patiënt terechtkomt in een levensbedreigende toestand, ABC instabiel.
  • Ter voorkomen van (ernstige) invaliditeit of ernstige gezondheidsschade.
  • Ter voorkoming van een ernstige verstoring van de openbare orde en veiligheid.

A1-urgentie (A1-rit)
Een spoedeisende rit in opdracht van de centralist in geval van acute bedreiging van de vitale functies van de patiënt of in het geval dat dit gevaar pas na beoordeling door het ambulanceteam ter plaatse kan worden uitgesloten. De rit wordt zo snel mogelijk uitgegeven en het ambulanceteam dient zo snel mogelijk ter plaatse te zijn. De ambulance maakt altijd gebruik van optische en geluidssignalen.

A2-urgentie (A2-rit)
Een rit in opdracht van de centralist naar aanleiding van een zorgvraag waaruit blijkt dat er geen sprake is van direct levensgevaar, maar waarbij er wel sprake kan zijn van (ernstige) gezondheidsschade en de ambulance wel zo snel mogelijk ter plaatse dient te zijn.

A2-rit met gebruik van optische en geluidssignalen
Een A2-rit waarbij gebruik wordt gemaakt van optische en geluidssignalen en waarbij de status vertrek is gegeven door het ambulanceteam. Dit gebruik van de optische en geluidssignalen is gemeld aan de centralist en wordt door hem/haar geregistreerd.

B-urgentie (B-rit)
Een rit in opdracht van de centralist van de MKA naar aanleiding van een zorgvraag zonder A1- of A2-urgentie, waarbij een tijdstip of tijdsinterval is afgesproken voor het halen of brengen.

De A1- en A2-zorgindicaties worden gerekend tot ‘dringende taak’.

Alleen ambulancevoertuigen die toestemming hebben om met optische en geluidssignalen te rijden, mogen zich als voorrangsvoertuig door het verkeer begeven. Tevens hebben zij vrijstelling van alle bepalingen uit het RVV 1990. Vanzelfsprekend dient de veiligheid van het verkeer daarbij zoveel mogelijk te worden gewaarborgd. In de ‘Rijtechnische Richtlijnen Ambulancezorg’ is beschreven welke vrijstellingen gelden bij A2-urgentie zonder optische en geluidssignalen en bij B-vervoer.

Wanneer besloten wordt om optische en geluidssignalen te voeren, worden deze signalen vanaf dat moment in principe de gehele rit gevoerd.

  • Wanneer een ambulancevoertuig tijdens de deelname aan het verkeer gebruik gaat maken van de optische en geluidssignalen, gebeurt het inschakelen op een zodanige wijze dat dit geen schrikreacties oproept bij de bestuurders van voertuigen die zich in de nabijheid van het ambulancevoertuig bevinden.
  • Bij het naderen van kruisingen of splitsingen van wegen gebeurt het inschakelen ruim voor de kruising of splitsing.
  • Indien een ambulancevoertuig tijdens deelname aan het verkeer wil stoppen met het voeren van de bovengenoemde signalen, dient dit op een zodanige wijze te gebeuren dat hierdoor geen onduidelijkheid voor het overige verkeer wordt geschapen (dus niet vlak voor of na een kruising bijvoorbeeld).

De hele brancherichtlijn is hier na te lezen