Home Algemeen Algemeen Arbeids- en rusttijden in de Ambulancezorg

Arbeids- en rusttijden in de Ambulancezorg

3624
0

Als ambulanceblog hebben we ervoor gekozen om geen CAO gerelateerde zaken te publiceren.

Wel kunnen we de arbeidstijdenwet toelichten om een aantal zaken helder te krijgen. De intenties van de reeds gemaakte afspraken en de verantwoordelijkheden daarin.

We hebben Leo Bonefaas, gepensioneerd Senior Inspecteur Arbeidsinspectie en gespecialiseerd in Arbeidstijdenwet, gevraagd om een aantal zaken verder toe te lichten.

 

Flexibele- en gezonde arbeidstijden zijn belangrijk, ook in de ambulancezorg. Het is een intentie die niet alleen in de CAO Ambulancezorg (hierna de CAO) is neergelegd, maar ook de Arbeidstijdenwet (hierna de ATW) heeft dat als uitgangspunt. De praktijk blijkt echter vaak weerbarstig en zo’n mooie intentie bezwijkt weleens onder druk van de omstandigheden.

Je kunt je dan als medewerker onder druk gezet voelen, bijvoorbeeld als je moet meewerken aan een vakantieplanning waar al ATW-overschrijdingen inzitten of als je gevraagd wordt om gepland of ongepland over te werken. De verplichtingen die je voelt om de organisatie of je collega’s te helpen kunnen dan leiden tot spanningen ten opzichte van privé- of andere verplichtingen die je hebt.

Met dit artikel beoog ik informatie te verstrekken over de geldende ATW- en CAO-regels zodat deze je kunnen helpen de voor jou juiste beslissingen te nemen. Bij die beslissingen spelen vaak ook de financiële aspecten een rol. Omdat de ATW daar zich niet mee bemoeit zal ik in dit artikel daar ook niet over schrijven.

ATW en CAO
De ATW stelt uiterste grenzen aan de arbeids- en rusttijden. Een CAO- of een afspraak met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging (hierna OR) kan daar nadere invulling aan geven maar mogen nooit de wettelijke grens overschrijden. Een dergelijke afspraak zou nietig zijn.

Werkdruk kan een probleem zijn en als eerste maatregel voor het terugdringen daarvan is het belangrijk dat de normen van ATW niet worden overschreden. Een goede roosterplanning kan overschrijdingen voorkomen.

De ambulancezorg, als een continue werkende sector kent, afhankelijk van de regio, verschillende soorten roosters die 24 uur per etmaal en de 7 dagen van de week doorlopen. Ook maakt uit binnen welke functiegroep gewerkt wordt: de verpleegkundigen en chauffeurs zullen een van centralisten afwijkend rooster hebben.

Zo zijn er regio’s waar voornamelijk met parate diensten gewerkt wordt zodat de ATW-normen voor de nachtdiensten van groot belang zijn, maar veelal worden de nachtelijke en weekenduren afgedekt met aanwezigheidsdiensten en ook komen bereikbaarheidsdiensten voor. Op mijn blog is daarover veel informatie te vinden en kortheidshalve verwijs ik graag naar de artikelen die daarop staan. Specifiek voor de ambulancezorg zijn interessant:

  • Toelichting op de normen voor nachtdiensten in de Arbeidstijdenwet;
  • Wat is consignatie;
  • Wat regelt de Arbeidstijdenwet over aanwezigheidsdiensten;
  • Bereikbaarheidsdienst.

In de CAO is aangegeven: “ten aanzien van de arbeids- en rusttijden gelden de normen uit de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit”. Je zou dus aan kunnen nemen dat, wanneer je een norm uit de ATW toepast, deze tevens voldoet aan de CAO. Dat blijkt dus niet altijd zo te zijn, de CAO geeft op enkele items verbijzonderingen:

  • De ATW bepaald dat het arbeids- en rusttijdenpatroon tijdig bekend gemaakt moet worden. Tijdig is in de CAO nader ingevuld door aan de begrippen basisdienstrooster en dienstrooster termijnen te verbinden.

Op basis van het basisdienstrooster (instemming OR) wordt, tenminste 28 dagen voor de aanvang van de dienst, het dienstrooster (door werkgever) vastgesteld. In het dienstrooster zijn werk- en rusttijden definitief vastgelegd, behalve die van de reservediensten.

De tijden van de reservediensten worden minimaal 4 kalenderdagen voor aanvang bekend gemaakt.

Het dienstrooster kan in overleg met de werknemer worden aangepast.

  • Gemiddelde arbeidsduur bij een rooster zonder aanwezigheidsdiensten is volgens de ATW 48 uur berekend over 16 weken. Zodra in 16 weken 16 of meer keer in nachtdienst of nachtelijke consignatie gewerkt wordt is het gemiddelde beperkt tot 40 uur per week. De CAO hanteert een krappere norm; bij voltijd dienstverband mag, over de duur van het basisdienstrooster, gemiddeld 36 uur per week gewerkt mag worden. Na een regeling met de ondernemingsraad kan dit 40 uur per week worden.

Wordt wèl in aanwezigheidsdiensten gewerkt dan mag volgens de ATW maximaal gemiddeld 48 uur worden gewerkt berekend over 26 weken en bij een maatwerkregeling is dat 60 uur maximaal. De CAO bepaald hier dat bij een voltijd dienstverband over de duur van het basisdienstrooster gemiddeld minimaal 36 en maximaal 48 uur per week gewerkt mag worden. Na een regeling met de ondernemingsraad kan een maatwerkovereenkomst worden afgesproken met de werknemer waarin dan tot maximaal 60 uur per week gemiddeld gewerkt kan worden.

Als overwerk beschouwt de CAO de uren waarop buiten het basisdienstrooster of dienstrooster als meer dan de voltijd arbeidsduur wordt gewerkt. De ATW kent de term “overwerk” niet, er zijn gewoon maxima aan de arbeidstijd per dienst, week, enz.

  • Voor de arbeidstijd in een aanwezigheidsdienst geeft het Arbeidstijdenbesluit (hierna ATB) geen normen. In de diensttijd van maximaal 24 uren mag “bedongen arbeid” en arbeid en “bedongen arbeid op oproep” worden gedaan, hoeveel staat er niet bij. Door Arbeidsinspectie wordt wel geadviseerd om een dienst van 24 uur met niet meer dan 60% aan arbeid te belasten. Loopt een dienst vol met arbeid dan is, in verband met de belastbaarheid van de medewerkers , het beter om over te gaan tot parate diensten.

De CAO hangt hier wel een concrete norm aan namelijk maximaal 5 uur in een aanwezigheidsdienst van 12 uur en 13 uur in een dienst van 24 uur.

  • Pauzetijden: de ATW geeft niet aan wanneer precies de pauzes genomen moeten worden. De CAO zegt daarover dat de pauze genomen moet worden in de periode tussen 2 uur na aanvang en 2 uur voor het einde van de arbeid.

Voor het rijdend ambulancepersoneel is de pauze, in termen van de ATW, een geconsigneerde pauze.

  • De melding van nevenwerkzaamheden door de werknemer aan de werkgever is in de ATW redelijk simpel opgenomen. In de CAO zijn de rechten en plichten van werknemer en werkgever uitgebreid geformuleerd, kennelijk om te voorkomen dat belangen van de ene of de andere partij in de knel komt.
  • Cao-partijen zijn overeengekomen dat § 5.19 (Verpleging en verzorging) en § 5.27 (Ambulancezorg) van het Arbeidstijdenbesluit door de werkgever mogen worden toegepast. Dat kan natuurlijk nooit gelijktijdig zijn naar mijn mening. Het ATB geeft definities wat dat betreft en afhankelijk van de feitelijke werkzaamheden kan de ene of de andere paragraaf worden toegepast. Voorbeeld: voor de chauffeur zal geen gebruik gemaakt kunnen worden van de regels van § 5.19 (Verpleging en verzorging).

Roosterproblemen
Het basisdienstrooster zal zo moeten zijn ingericht dat niet op de “randen van de ATW” geroosterd is. Hiermee bedoel ik dat zodanig op de uiterste normen van de wet wordt geroosterd dat er geen ruimte meer is om een voorkomend probleem op te lossen. Voorbeelden zijn het inroosteren van:

  • de rusttijd bekorting van éénmaal in 7 etmalen korter dan 11 uur maar tenminste 8 uur;
  • 3 aanwezigheidsdiensten binnen 7 etmalen;
  • een reservedienst na enkele nachtdiensten.

Ook aan het onderling ruilen van diensten kleven risico’s voor het overschrijden van de ATW. De verantwoordelijkheid daarvoor mag, naar mijn mening, niet alleen bij de werknemer zelf liggen maar de planningsmedewerker zal erbij betrokken moeten worden om te bezien of er geen overtredingen ontstaan.

Nu denk ik dat er geen ambulancediensten meer zijn die zonder een geautomatiseerd roostersysteem werken en er zijn er natuurlijk ook die het zelfroosteren omarmt hebben, wat de tevredenheid van medewerkers ten goed kan komen. Die systemen checken ook wel op naleving van CAO en ATW/ATB normen, maar op het laatste moment inbreken op een goedgekeurd rooster is vragen om problemen. Medewerkers, planning en leidinggevenden moeten er natuurlijk opletten of nog aan de regels wordt voldaan als diensten worden geruild.

Zelfstandigen
Ook in de ambulancezorg zijn er velen die voor het zelfstandig ondernemen hebben gekozen. Meer vrijheid in het indelen van werk- en privé- tijden, de afwisseling van opdrachtgevers en minder bureaucratie bewegen mensen daartoe. Er zijn zowel ambulance-verpleegkundigen als -chauffeurs die, meestal via een detacheringsbureau, voor losse diensten of voor langduriger opdrachten zijn in te huren. De CAO beperkt weliswaar de inhuur van uitzendkrachten tot 10% van de formatie maar wellicht ziet de organisatie ze niet als uitzendkrachten?

De vraag kan zijn of die zzp-ers voor dat werk onder de ATW vallen. Naar mijn mening wel omdat alle elementen van gezag (zie “Begrippen werkgever en werknemer in de ATW”) aanwezig zijn, maar daar zal niet iedereen het mee eens zijn.

Het blijven echter in alle gevallen mensen waarvan een ambulancedienst zou moeten willen dat ook zij de minimale rusttijden en de maximale arbeidstijden van de ATW hanteren. Wanneer dat niet wordt gedaan komen immers veiligheid, gezondheid en welzijn in gevaar. Niet alleen voor henzelf overigens, maar ook voor de mensen waarmee wordt samengewerkt en wellicht zelfs voor de mensen die met de ambulance vervoerd worden.

In mijn praktijk zag ik wel inleenkrachten in het tijdregistratiesysteem maar meestal anoniem als een nummer. Niet controleerbaar dus en dat is een gemiste kans voor een inhurende ambulancedienst die er zeker van zou moeten kunnen zijn dat beschikt kan worden over een uitgeruste inleenkracht.

Het risico van inhuren van zelfstandigen zou zeker als een aandachtspunt in de risico-inventarisatie en -evaluatie moeten worden meegenomen.

Nevenwerkzaamheden
In de CAO is opgenomen dat de consequenties, voortvloeiend uit de nevenwerkzaamheden voor rekening en risico van de werknemer zijn. Natuurlijk heeft de werknemer ook zelf een zekere verantwoordelijk voor het niet overschrijden van de normen van arbeidstijd- en rusttijdbepalingen. Volgens de ATW moet hij zijn nevenwerkzaamheden melden bij de betrokken werkgevers zodat die kunnen zorgen voor naleving van de regels.

De Arbeidsinspectie kan, bij constateren van overtredingen, beide werkgevers een boeterapport aanzeggen. Slechts als een werkgever zich kan disculperen, door aan te tonen aan het boetebureau of uiteindelijk de rechter dat alles eraan is gedaan om de werknemer te houden aan zijn verplichtingen, kan afgezien worden van een boete oplegging. Een boete geven aan een werknemer is niet mogelijk, tenzij deze werkzaamheden doet die vallen onder het Arbeidstijdenbesluit-vervoer, zoals onlangs bij de zzp-ende taxichauffeur, zie dit artikel in de Telegraaf.

Ook aan nevenwerkzaamheden zitten risico’s voor veiligheid, gezondheid en welzijn voor werknemer zelf, zijn collega’s en voor de mensen die vervoerd worden.

Arbeids- en rusttijden in de Ambulancezorg
3.9 (77.14%) 7 beoordeling(en)