Home Algemeen Algemeen Ambulancezorg in buurlanden: België; MUG / PIT

Ambulancezorg in buurlanden: België; MUG / PIT

4954
1

Na een boeiend stuk over de situatie en ‘Telenotarzt’ in Duitsland, kijken we ook eens naar hoe onze zuiderburen de ambulancezorg in hebben gericht. Dat het anders is dan in Nederland is voor velen wel bekend, maar hoe het nu exact in elkaar steekt is vaak minder parate kennis.

Allereerst is er een splitsing tussen het dringend ziekenvervoer en het niet dringend ziekenvervoer. Binnen het dringend ziekenvervoer vinden alle fasen van een inzet (dus aanrijdend incident en transport naar ziekenhuis) plaats met optische- en geluidsignalen (OGS). Voor het uitvoeren van dit ziekenvervoer is een erkenning nodig van de overheid. Deze erkenning stelt eisen waaraan zowel de bemanning als de ambulance zelf moeten voldoen.

Het niet-dringend ziekenvervoer is anders geregeld. Elke burger/instantie die een bijdrage wilt leveren aan de ambulancezorg, mag een wagen inrichten als ambulance en niet-dringend ziekenvervoer uitvoeren. In het Vlaamse deel van België zijn geen eisen gesteld aan het niet-dringend ziekenvervoer, in Wallonië is dat wel het geval.

De bemanning van de ambulance in België bestaat primair uit twee gelijkwaardig opgeleide ‘ambulanciers’. Deze ambulanciers hebben een opleiding ‘Dringende Geneeskundige Hulpverlening’ (DGH) gevolgd welke bestaat uit een theoretische scholing van 120 uur en een praktijkstage van 40 uur. Deze scholing wordt verzorgd door organisaties vanuit de provincie, met opleidingseisen gesteld door de Federale Overheids Dienst (FOD) Volksgezondheid. Ze mogen levensreddende handelingen uitvoeren als automatische defibrillatie, masker-ballon beademing en hartmassage. Voor meer invasieve handelingen als IV vloeistoffen en/of medicatie en Advanced Airway Management moeten zij bijstand vragen van een Mobiele Urgentie Groep (MUG), waarover verderop meer.

In veel regio’s is het ambulancierswezen nog een vrijwilligersbestaan. Ambulanciers krijgen een vrijwilligersvergoeding per gewerkte dienst. Dit heeft er voornamelijk mee te maken dat er relatief lage vergoedingen zijn voor een inzet van een ambulance. De vergoedingen zijn als volgt: Elke ambulancedienst krijgt een toelage voor het uitvoeren van ambulancezorg; de permanente toelage. Verder krijgen ze een toelage per ambulance die de dienst in bezit heeft. De inzettoelages zijn afhankelijk van de gereden kilometers tijdens de inzet. Van de vergoedingen die een dienst krijgt, moeten alle kosten betaald worden (materiaal, onderhoud, vrijwilligersvergoeding, etc.)

  • Permanente toelage: € 15.000 / jaar
  • Toelage per ambulance € 8.000 / jaar
  • Interventietoelage:
    • < 10 km. € 61,64
    • 11-20 km. € 6,14 / km
    • > 21 km € 4,70 / km
    • Inzet AED: € 58,34

Veel ambulancediensten zijn ondergebracht bij de brandweer, maar er zijn ook enkele bedrijven die zich mengen in het aanbieden van zowel dringend- als niet-dringend ziekenvervoer (Vlaamse Kruis, Rode Kruis, Falck, Ambuce, etc.).

Zoals hierboven beschreven; moeten er meer invasieve medisch-technische handelingen verricht worden of is de melding zodanig dat medische expertise gewenst is, wordt de MUG opgeroepen. MUG-diensten zijn ziekenhuisdiensten. Een arts die dienst heeft op de afdeling spoedgevallen wordt in geval van een melding door een verpleegkundige van diezelfde afdeling met OGS naar het incident gereden. De kwalificaties/specialisaties van MUG-artsen zijn: urgentiegeneeskunde (urgentist), acute geneeskunde (acutist), anesthesioloog of traumachirurg. Tevens kunnen arts-assistenten (AIOS) vanaf hun 3e/4e jaar als assistent reeds plaatsnemen als MUG-arts. De MUG-artsen worden veelal per auto vervoerd. Er zijn twee helikopters inzetbaar in België. Een helikopter vanuit Brugge, welke inzetbaar is tussen zonsopgang en zonsondergang. En een helikopter vanuit Bra-Sur-Lienne (Wallonië). Verder zijn er eventueel particuliere helikopterdiensten beschikbaar voor interhospitaal transport van (IC-)patiënten, waarin een MUG-arts van het ontvangende ziekenhuis plaatsneemt.

De verpleegkundige van het MUG-team heeft een Bachelor in de verpleegkunde met daarna een specialisatie (Bachelor na Bachelor) van 1 jaar in de ‘Intensieve en acute zorgen’ (IC- en SEH-verpleegkundige is in België één specialisatie), met minimaal 5 jaar werkervaring op de spoedgevallen of IC.

De samenstelling van interventiemateriaal is vastgelegd voor MUG-diensten. Echter kan een MUG-dienst zijn pakket aan interventiemateriaal uitbreiden naar gelang er een grotere (risico op) blootstelling is aan bepaalde pathologie/incidenten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan toxicologische incidenten, CBRN, etc.

Het grootste deel van België zodanig afgedekt dat er binnen 20 minuten een MUG-arts ter plaatse kan zijn (zie afbeelding 1). Echter, zodra een ambulancedienst of MUG-dienst een inzet heeft, is er geen systeem van ‘Voorwaarde Scheppende’ ritten. Een gebied blijft dus ongedekt, totdat de ambulance of MUG zich weer inzetbaar meldt in dat gebied. Mocht er toch een inzet zijn in het betreffende gebied, wordt een ambulance/MUG uit een ander gebied daarheen gestuurd. Dit heeft als gevolg dat de aanrijdtijden langer kunnen zijn.

 

Figuur 1_Belgie

Afbeelding 1: Dekkingsgraad MUG-diensten. Groene gebieden is gebied waar <20 minuten MUG ter plaatse kan zijn (mits beschikbaar). Bron: http://cartogis.ugent.be/pit/

Het vergoedingensysteem voor MUG-diensten is als volgt: Er is enkel een permanente erkenning van € 228.000 / jaar. Dit is ongeacht hoeveel MUG-teams een ziekenhuis ter beschikking heeft. Daarnaast rekent de MUG-arts zogenaamde artsenprestaties aan (intubatie, thoraxdrainage, etc.).

Een interessante ontwikkeling die plaatsvindt in België is de proef met het zogenaamde Paramedisch Interventie Team. Dit is momenteel – net als de MUG – een dienst vanuit het ziekenhuis. Een ambulancier wordt bij een melding vergezeld door een verpleegkundige van de spoedgevallen van het betreffende ziekenhuis. Deze verpleegkundige is bevoegd om meer medische interventies te verrichten, vergelijkbaar met de ambulanceverpleegkundigen hier in Nederland. De verpleegkundigen werken volgens protocollen die door het ziekenhuis zijn opgesteld. Het idee van deze PIT-teams was vooral om enerzijds de MUG-diensten te ontlasten en tevens de gebieden te gaan dekken waar geen MUG-dienst binnen 20 minuten ter plaatse kan zijn (zie afbeelding 2). Op die manier kan er vele malen sneller zorg ter plaatse zijn op Advanced Life Support-niveau. Vaak hebben deze verpleegkundigen ook ervaring als MUG-verpleegkundige. De permanente toelage voor PIT-teams ligt momenteel op € 120.000 / jaar, ongeacht het aantal PIT-teams dat een ziekenhuis beschikbaar heeft. De proef wordt momenteel geëvalueerd.

Figuur 2_Belgie

Afbeelding 2: inzetgebieden PIT (geel). Bron: http://cartogis.ugent.be/pit/

Vorig artikelWij waren erbij “Leiderschap in Ambulancezorg”
Volgend artikelVacature alert
Stef Bouman
Ik ben een vierdejaars geneeskundestudent. Van kleins af aan heb ik al interesse in de acute zorg. Als jong ventje wilde ik dan ook op de ambulance werken als ik eenmaal groot was. Ondertussen ben ik wat groter en mag ik geneeskunde studeren. Mijn interesse voor de urgentiegeneeskunde is in de afgelopen jaren alleen maar gegroeid, mede door interessante stages en meeloopdagen binnen de ambulancezorg. Vooral de pre-hospitale geneeskunde en de zogenaamde ‘critical care’ genieten mijn interesse. Ik zou me dan ook graag in de toekomst verder willen ontwikkelen binnen deze vakgebieden en bijdragen aan verdere verbetering van de medische zorg in deze vakgebieden middels wetenschappelijk onderzoek.

1 REACTIE

  1. Mooi stuk. Alleen is de PIT wel heel wat beperkter in wat ze mogen doen, valt niet te vergelijken met de vrijheid/zelfstandigheid die ambulanceverpleegkundigen hebben. Eerst MUG/PIT gedaan, nu al enkele jaren op de ambu in Nederland. Ik spreek dus uit ervaring?

Comments are closed.