Home Algemeen Ambulancezorg en opschaling bij incidenten op het spoor

Ambulancezorg en opschaling bij incidenten op het spoor

2876
0

ProRail is verantwoordelijk voor het spoorwegnet van Nederland. Samen met vervoerders zetten wij ons 24/7 in om reizigers en goederen veilig en op tijd op hun bestemming te laten komen.

Meldingen over de circa zesduizend ongevallen per jaar komen als eerste binnen bij de alarmcentrale van ProRail in het Operationeel Controle Centrum Rail (OCCR) in Utrecht. Daar kijken ze of het gaat om een klein incident – een kleine aanrijding bijvoorbeeld – of om een ernstiger ongeval.

Het OCCR handelt grote incidenten af. Bij grote ongevallen gaat iemand van ProRail er direct naartoe (OVD-R). Die neemt – samen met het OCCR – de algemene leiding op zich.

Veiligheid staat voorop, dus als eerste worden maatregelen genomen om de veiligheid van reizigers, omgeving en medewerkers te waarborgen. Het OCCR informeert politie, brandweer en ambulance. De algemeen leider van ProRail zorgt dat zij hun werk zo goed mogelijk kunnen doen.

OCCR OVD-R

Wie komen we naast politie en brandweer nog tegen bij ongevallen op het spoor

De algemeen leider of Officier van Dienst Rail is herkenbaar aan het groene vest of schouderstuk met opdruk algemeen leider,

OvD Rail en is verantwoordelijk voor:

  • De operationele leiding en coordinatie bij de afhandeling;
  • Afstemming met overheidshulpdiensten;
  • Borgen van een veilige afhandeling;
  • Afgeven betrouwbare prognosetijden en sturen op de afhandeling binnen die prognosetijden;
  • Escalatie naar Regisseur Incidentenregie (operationeel), of via de Regisseur IR naar de regionale wachtdienst Verkeersleiding (voorzitter regionaal beleidsteam incidentmanagement, beleidsmatig)

Ongevallenbestrijders ,ongevallenbestrijders zijn de operationele uitrukfunctionarissen met voorrangsvoertuigen. Zij zijn verantwoordelijk voor:

  • Hersporen en vrijbaan maken;
  • Assistentie verlenen bij redding en bestrijding aan overheidshulpdiensten;
  • Assistentie verlenen bij evacuatie reizigers uit gestrande treinen.

 

GRIP en treinincidentscenario’s

Opschaling met OVR-R komt eigenlijk voor vanaf GRIP 0, bij incidenten aan of op het spoor is er altijd een algemeen leider beschikbaar vanuit Prorail

Spoor-GRIP

Voor de calamiteitenafhandeling in het railverkeerssysteem zijn twintig treinincidentscenario’s (TIS) ontwikkeld. Deze scenario’s onderscheiden vijf typen calamiteiten die ieder onderverdeeld zijn in vier gradaties van ernst.

TIS 1: Verstoring treindienst en ontsporing zonder slachtoffers;
TIS 2: Brand;
TIS 3: Ontsporing, botsing;
TIS 4: Gevaarlijke stoffen;
TIS 5: Verdacht object/gedrag, bom.

Veiligheid en aanrijdveiligheid

Personen mogen niet zomaar het spoor betreden. Iedereen moet een instructie krijgen en een bewijs van toegang kunnen tonen, waarop ook de gedragsregels voor toegang tot het spoor staan vermeldt.
Tijdens het afhandelen van calamiteiten zijn er andere maatregelen nodig en is ProRail verantwoordelijk voor het garanderen van een veilige werkplek voor hulpverleners.
Bij de melding van een treinincident neemt de treindienstleider veiligheidsmaatregelen:

  • Hij neemt maatregelen om uitbreiding te voorkomen, waaronder afhankelijk van het incident o.a. het buiten gebruik nemen van het incidentspoor of meerdere sporen (stilleggen van het trein- of rangeerverkeer);
  • Bij incidenten met gevaarlijke stoffen wordt naast bovenstaande:
  • Het trein- en rangeerverkeer in het betreffende gebied gestaakt,
  • Het gebied buiten gebruik genomen,
  • En laat de treindienstleider de wisselverwarming doven;
  • Hij plaatst een alarmoproep via GSM-Rail (o.a. naar alle machinisten).

De treindienstleider stemt deze maatregelen af met de Algemeen leider en deze zullen via BackOffice gedeeld worden met de meldkamer hulpdiensten (GMK) en spoorpartijen. Een treindienstleider mag deze veiligheidsmaatregelen pas afschalen na toestemming van de Algemeen leider en een controle via de meldkamer politie LE DLOC of alle hulpdiensten uit het spoor zijn. De Algemeen leider kan pas toestemming geven, indien hij van de hulpdiensten ter plaatse gehoord heeft dat zij het spoor hebben verlaten.
Indien de aard en prognose van de duur van de calamiteit dit toelaat, zal het incidentspoor of meerdere sporen zo snel als mogelijk door een Leider Werkplekbeveiliging in overleg met de treindienstleider buiten dienst genomen worden.
De activiteiten die hulpdiensten voor redding en bestrijding bij de afhandeling van een treinincident verrichten, hebben een grondslag buiten spoorwegwetgeving. Mede daarom wordt bij afhandeling van treinincidenten afgeweken van de normale werkwijze, zoals gebruikelijk uit het Normenkader Veilig Werken8. Het is een taak van ProRail om de hulpdiensten zowel in de preparatie- als in de repressiefase in te lichten over de wijze waarop de veiligheid geborgd wordt. Daarnaast zal aan de hoogst leidinggevende van de hulpdiensten ter plaatse gemeld worden welke bijzonderheden en veiligheidsgrenzen er bij het betreffende treinincident gelden.

bron: Prorail en handboek incident management