Home Algemeen Algemeen Ambulance A1 spoedritten: Wat is de relatie tussen responstijd en gezondheidswinst?

Ambulance A1 spoedritten: Wat is de relatie tussen responstijd en gezondheidswinst?

2219
0

Na een kritisch blog over aanrijtijden en kwaliteit van zorg en het toegezonden stuk over responstijden en gezondheidswinst ben ik me er eens in gaan verdiepen.

Immers je moet niet alleen roepen maar ook weten waar je over spreekt.

Het document dateert uit 2008, ondertussen zijn we 8 jaar verder. Je vraagt je af waarom dit document nooit meer ge-update is.

Desalniettemin is het document qua opmerkingen mijn inziens nog best wel up-to-date. Hieronder zal ik de hoofdpunten van de interviews weergeven.

Iedere discipline kreeg de kans om te reageren. Voor de daadwerkelijk vraag en wijze van registratie binnen het onderzoek verwijs ik jullie naar het document.

Ambulanceverpleegkundigen en ambulancechauffeurs:
Triageren kan beter om onnodige ritten te voorkomen.

Meldkamercentralisten:
Sommige ziektebeelden zijn tijdsafhankelijk echter dit kan een ambulance nooit bewerkstelligen. Dit is de reden om first-responders en burgerhulpverlening te stimuleren. B-vervoer moet worden gedaan door specifieke ambulances met personeel om de zogenaamde ALS auto’s beschikbaar te houden. Tevens zou uitbreiding van medische taken door ambulanceverpleegkundigen kunnen leiden tot minder inzet van MMT’s

MMT:
Toevoegen van ambulanceposten of het herverdelen van de huidige posten zou een oplossing kunnen zijn. Daarnaast stellen ze dat het toevoegen van ambulanceverpleegkundigen, leidt tot minder exposure en daarmee minder kwaliteit. Triage zou protocollair moeten zijn en niet op persoonlijke expertise of lokale cultuur. Tenslotte stelten MMT dat de zogenaamde first responders een absolute meerwaarde hebben en dat het van belang is om inzetten zonder prioriteit te voorkomen maar ook gemiste inzetten met prioriteit.

Huisartsen:
De huisartsen vragen zich af wat de onderbouwing is van de 15 minuten grens. Daarnaast stellen ze dat meer ambulances zorgt voor minder expertise en dus een vorm van schijnveiligheid is. Verder stellen zij dat een huisartsen auto met AED een toevoeging kan zijn.

MMA: 
Nader onderzoek naar relatie tussen ziektebeelden en responstijden is noodzakelijk. Uiteindelijk stellen de MMa’s dat ketenzorg belangrijk is.

Concluderend kunnen we dus zeggen dat de meningen verdeeld zijn.
Maar enkele kernpunten die ik uit deze interviews haal zijn:

  • Een ambulance kan de tijdsafhankelijke inzetten nooit bewerkstelligen.
  • Triageren is een belangrijk onderdeel van inzetten, hetgeen onnodige inzetten oplevert.
  • Herverdeling van posten kan een oplossing zijn.
  • Triage moet geprotocolleerd worden en niet afhankelijk zijn van lokale cultuur.
  • First responders en huisartsen auto’s met een AED kunnen een belangrijke bijdrage leveren in de zorg.
  • Er is geen wetenschappelijke onderbouwing voor de 15 minuten grens, en het uitbreiden van ambulances maakt de expertise (exposure) minder wat minder kwaliteit oplevert.
  • Er is nader onderzoek nodig om te kijken welke ziektebeelden er daadwerkelijk tijdafhankelijk is, en wat de gezondheidswinst in deze gevalle kan zijn.

Waar staan we nu?

Zoals ik al aangaf zijn we ondertussen 8 jaar verder na het verschijnen van dit document. Er zijn gelukkig dingen veranderd. Zo zijn er huisartsenauto’s met een AED aan boord. Snel inzetbaar tijdens reanimatie maar ook beperkt, immers naast defibrilleren (AED) en het geven van 100 % zuurstof middels beademing, is de huisarts ook beperkt door het gebrek aan “handen” en misschien wel expertise.

Daarnaast hebben we een landelijk triage systeem (ProQA of NTS) en ook bij de huisartsenposten is er een triage systeem wat hierop aansluit. Echter dit lijkt ook een probleem op te leveren. De ervaring lijkt te leren dat er meer zogenaamde “eerste hulp, geen vervoer” ritten zijn sinds de invoering van deze systemen. Hetgeen impliceert dat er laag drempel en dus onnodig (achteraf) primair hoog wordt ingezet. Iets wat deels als oorzaak genoemd wordt door het NIVEL in een recente publicatie.

——–CITAAT—————-

De toename kan volgens NIVEL theoretisch worden toegeschreven aan twee mogelijke oorzaken: een werkelijke toename van het aantal hoog-urgente gevallen, of een verandering in de inschatting van de urgentie. Een grote meerderheid van de huisartsen en ambulanceverpleegkundigen uit Zuid-Holland Zuid denkt dat de huisartsenpost te snel klachten beoordeeld als hoog-urgent. Daardoor komt het regelmatig voor dat ambulancepersoneel alleen eerste hulp verleent en de patiënt niet hoeft te vervoeren.

——–EINDE CITAAT————

meer info op: https://www.skipr.nl/actueel/id26529-verpleegkundig-specialist-kan-drukke-ambulance-ontlasten.html

Herverdeling van posten wordt genoemd als mogelijke oplossing, ik zou ervoor willen pleiten om vooral de interregionale samenwerking te bevorderen. Uit ervaring weet ik dat er soms in grensgebieden slecht gebruik wordt gemaakt van de “buurregio’s”

Gelukkig hebben we een redelijk goed dekkend systeem van MMT’s het argument dat ambulanceverpleegkundigen meer medische taken zou kunnen uitvoeren snap ik maar eerlijk gezegd denk ik dat we deze expertise niet hebben laat staan de ervaring. Toevoegen van medische taken geeft ook een grotere verantwoordelijkheid die we vanuit opleidingsniveau en ervaring mijn inziens niet (moeten willen) aankunnen. Hoewel ik mij realiseer dat sommige collega’s andere expertises hebben en ervaringen, helaas is dat niet dragend voor de hele groep.

Tenslotte is het de vraag in hoeverre de 15 minuten grens nu werkelijk wetenschappelijk onderbouwd is. Mijn inziens is er geen enkel bewijs voor dit rare getal. In geval van reanimatie stelt men dat er hersenschade optreedt direct na de circulatiestilstand en dat er irreversibele schade optreedt na 6 minuten. Mijn inzien moet je dan op een goede locatie wonen ten opzichte van de ambulancepost anders ben je het spreekwoordelijke haasje. Maar het is interessant om te onderzoeken welke ziektebeelden er nu daadwerkelijk tijdgebonden zijn en hoe we daar in de pre-hospitale setting mee om kunnen gaan. Als de hoeveelheid ernstige meldingen (A1) gereduceerd wordt, zijn er meer beschikbare eenheden voor echte spoed.

Maar hoe moeten we nu verder?

Het is tijd om na te denken, richtlijnen te creëren en ervoor te zorgen dat onze patiënten maximaal goede en kwalitatieve zorg krijgen. Binnen de grenzen van ons unieke systeem.

Dus wat zijn echte noodsituaties? Moeten we onze triage systemen hierop aanpassen? Is het vanuit de meldkamer wel te differentiëren wanneer dit zo is? zo niet, hoe lossen we dat op?

Welke (vermoedelijke) symptomen passen bij een tijdsgerelateerde indicatie? Hoe gaan we die benoemen en welke twijfels kunnen er ontstaan tijdens een telefonische triage?

Hoe gaat de triage bij de huisartsenposten? is deze afhankelijk van de dienstdoende huisarts? en hoe ervaren zij de drukte en beïnvloedt dat de inzetten van HAP of ambulance?

Indien we First responder op voorhand willen sturen, welke medische scholing moeten zij dan hebben? Zijn er criteria waaraan zij kunnen toetsen om vervolg inzet kracht bij te zetten (SIT criteria)?

Is het niet te hoog gegrepen om intensive care zorg naar de mensen thuis te brengen en de schijnveiligheid te creëren dat iedereen “gered” kan worden?

Wat kunnen de verpleegkundig specialisten en PA’ers hierin betekenen? Hoe kunnen we triage verbeteren?

Welke diagnostische mogelijkheden hebben we en krijgen we in de toekomst?

Nadenken:

Ik denk dat we goed moeten nadenken over hoe we verder moeten. En we moeten vooral nadenken over onze ketenpartners. Want hoe zouden wij wij een triage doen ? Wat denkt een MMT arts als hij geannuleerd wordt? Wat denkt een huisarts als hij een melding krijgt? Wat denkt een ambulanceteam als ze een eerste hulp geen vervoer doen?

Mijn inziens hebben we allemaal een eigen insteek en idee over zorgverlening, maar hebben we allemaal het beste voor met de patiënt, laten we dan elkaar vinden en tot een mooi product komen waar iedereen jaloers op is.