Home Algemeen Algemeen Acute zorg en forensisch verpleegkunde

Acute zorg en forensisch verpleegkunde

6683
0

Wat is eigenlijk forensische verpleegkunde? Geen CSI, zoals de televisieserie en ik ben als ambulance verpleegkundige zeker geen opsporingsbeambte voor politie of justitie.
Maar wat is het wel?

Forensisch betekent “gerechtelijk”
Forensisch-medisch onderzoek kan nodig zijn in het kader van waarheidsvinding. Hierbij worden feiten verzameld die in het kader van een strafrechtelijk onderzoek als bewijsmateriaal kunnen dienen voor justitie. Een forensisch verpleegkundige kan een belangrijke schakel vormen tussen behandeling enerzijds en opsporing anderzijds. Natuurlijk zal het belang van de patiënt altijd het uitgangspunt blijven.
Omdat de forensisch verpleegkundige handelt op het snijvlak tussen behandeling en opsporing is het van essentieel belang dat hij/zij kennis heeft van wet- en regelgeving. Belangrijke items die in de opleiding verder aan bod komen zijn: Forensisch medisch-onderzoek, Arrestantenzorg, Huislijk geweld (ouder-, en kindermishandeling) en Zeden.
Acute zorg en forensisch onderzoek zijn twee verschillende werelden. Toch hebben ze vaak met elkaar te maken. Samenwerking tussen politie en ambulanceverpleegkundigen is eerder regel dan uitzondering.
De centrale vraag in dit artikel is: “Hoe kan men handelen in een acute medische situatie waarbij er mogelijk sprake is van een strafbaar feit, zonder dat deze beide werelden met elkaar botsen? “
De patiënt heeft recht op kwalitatief hoogwaardige zorg, waarbij het recht niet uit het oog verloren mag worden. Immers; opsporing dient ook in het belang van de patiënt.
Bewustwording van de bovenstaande kaders maakt al veel verschil.
In 2014 ben ik de forensische wereld ingestapt door de 1,5 jaar durende opleiding Forensische Verpleegkunde te volgen bij FPKM (Forensische Polikliniek Kindermishandeling in Utrecht) die in samenwerking met de GGD Amsterdam in januari 2013 van start ging met deze unieke opleiding.
En wat een eyeopeners! Ik besefte mij dat wij, vanuit de ambulancezorg, al heel veel raakvlakken hebben met de forensisch zorg!
Binnen de ambulancezorg zijn wij direct of indirect betrokken bij patiënten die slachtoffer of dader kunnen zijn van geweldsmisdrijven. Bijvoorbeeld na schiet- of steekverwondingen, bij letsels veroorzaakt door mishandeling, een lijkvinding waarbij de doodsoorzaak nog niet is vastgesteld, maar ook in geval van seksueel misbruik.
Er is grote winst te behalen in het signaleren en documenteren van letsels. Belangrijk is hierin de objectiviteit. Of wel: beschrijf wat je ziet, niet wat je denkt te zien.
Uit ervaring weet ik dat wij geregeld signalen van mishandeling over het hoofd zien. We zijn immers hulpverleners en gaan uit van het verhaal van de patiënt, zonder ons af te vragen of dit verhaal wel klopt met het letsel wat we zien. Dit uitgangspunt in de acute hulpverlening, moet immers leiden tot een werkhypothese. Vaak hebben we wel een ‘niet pluis gevoel’, maar kunnen we dit gevoel niet duiden. Kennis mist hierbij, in mijn visie. Door met een andere (forensische) bril te kijken heb ik geleerd dat niet alles is wat het lijkt.

Tijdens de opleiding leer je anders kijken en objectief de letsels te beschrijven, zonder aannames te doen.
Wanneer zijn letsels eigenlijk verdacht voor een niet-accidentele oorzaak en hoe herken je dergelijk letsel? Hoe schrijf je dit objectief op? Daar wordt binnen de opleiding forensische verpleegkunde diep op ingegaan.
Herkent u het volgende voorbeeld? U komt ter plaatse bij een patiënt die zegt dat hij geslagen is bij een caféruzie. In de omgeving liggen veel glasscherven. Een getuige vertelt dat de dader ook een mes bij zich had. U ziet bij uw patiënt veel blauwe plekken en een wond die verdacht veel lijkt op een steekwond. U schrijft op: “patiënt heeft een steekverwonding”. Maar als deze wond nu veroorzaakt zou zijn door de glasscherven, zou onterecht een verdachte kunnen worden opgepakt als dader van een steekpartij. Dit maakt voor de benodigde medische zorg niets uit, maar is wel belangrijk voor de verdachte. Het is dan ook van belang dat de forensisch verpleegkundige buiten slachtoffer- en daderschap blijft. Dat is een taak voor de politie.
Maar wat dan wel te doen? Een objectieve letselbeschrijving maken van letsels zonder daar een interpretatie aan te geven. Niet meer schrijven in termen als ‘steekverwonding door een mes’ of ‘multiple hematomen door vechtpartij’. Het duiden en interpreteren van de ontstaanswijze van letsels, de relatie leggen met een oorzaak of met een mogelijk voorwerp is een taak van de forensisch arts, een taak die dus niet in de behandelsector thuishoort!

Momenteel werken alle ambulancediensten met de meldcode Huiselijk geweld/kindermishandeling. De eerste stap van deze meldcode is het verzamelen van signalen, maar dan moet je wel weten wat de signalen zijn. Gelukkig is daar veel scholing voor. Maar wat te doen in stap 2? Wat als er in onze differentiaal diagnose ‘kindermishandeling’ bovenaan komt te staan? Veel van onze collega’s vinden dit moeilijk, want niemand wil ouders onterecht beschuldigen. En is het ziekenhuis wel de juiste plek voor een kind dat eigenlijk geen behandeling nodig heeft? Welke expertise is er nodig op welk moment en hoe kunnen wij er een rol in spelen in het belang van het kwetsbare kind?
Welke vragen kun je aan het kind stellen, zonder dat je suggestief bent? Terwijl je als ambulance verpleegkundige toch graag informatie wilt hebben over wat er gebeurd is. De vraag ‘Doet het pijn?’ is in feite al suggestief.
En wanneer in bovenstaande voorbeelden een strafrechtelijk onderzoek volgt en je verzocht wordt om te getuigen bij de politie of in de rechtbank? Wat is je positie als hulpverlener binnen de WGBO en combinatie met een getuigenverklaring? Wat betekenen de termen ‘verschoningsrecht’ en ‘conflict van plichten’ concreet? En wat is dan ‘subsidiariteit’ en ’proportionaliteit’? Dit zijn zaken die bij veel verpleegkundigen geen prioriteit hebben, maar die wel van belang zijn voor de patiënt en de verpleegkundige.
Ambulance verpleegkundigen zijn een kleine schakel in de totale hulpverlening, maar kunnen ook een schakel zijn binnen de forensische opsporing, zonder dat we dat willen of vooraf kunnen weten.
Nog een voorbeeld: U komt ter plaatse bij een melding ‘onwel wording’, die een reanimatie blijkt te zijn. Het gaat om een man rond de 40 jaar die geen medische voorgeschiedenis heeft. Er zijn wat andere volwassenen in de woning, die geen idee hebben wat er gebeurde. ‘’Hij viel ineens om”. De huisarts komt ter plaatse en constateert een natuurlijk overlijden; ‘hartfalen’.
Is het niet vreemd dat een relatief jonge man zonder klachten plotseling spontaan overlijdt? Hoe weet de huisarts zeker dat dit een natuurlijk overlijden betreft? Hoe kan de huisarts aan de buitenkant van het lichaam zien dat er sprake is van ‘hartfalen’? Heeft de huisarts bij zijn schouw de patiënt ontkleed? Zou het niet beter zijn dat er een obductie gedaan wordt om de werkelijke oorzaak van het overlijden te achterhalen?
Wat zou hierin mijn rol als forensisch verpleegkundige kunnen zijn? En stel dat de huisarts geen natuurlijke dood had kunnen afgeven. Dan zou de woning als een plaats delict (PD) gekenmerkt moeten worden. Wat heb ik dan tijdens de reanimatie aan sporen verstoord? De politie heeft dan sowieso veel werk om duidelijk te krijgen welke sporen van ons zijn en wat bruikbaar is voor een opsporingsonderzoek.
Binnen de module ‘Forensisch-medisch onderzoek’ wordt op bovenstaande materie uitgebreid ingegaan en leer je te letten op verschijnselen en afwijkingen die al dan niet kunnen duiden op een natuurlijke dood.

Door de 5 verplichte stagedagen krijg je de mogelijkheid om bij andere ketenpartners in de keuken te kijken en deze kennis te combineren met de theorie van de opleiding. Zo zag ik tijdens mijn stage hoe de rechercheur forensische opsporing DNA veilig stelt in kleding. Duidelijk was voor mij dat hier veel winst te behalen is. Door de afgeknipte kleding van de patiënt in papieren zakken te doen, in plaats van in plastic zakken, blijft het DNA bruikbaar. Voor de patiënt kan dit erg belangrijk zijn!
Ik heb via mijn stage contacten kunnen leggen bij onder andere het Openbaar Ministerie, Forensische Opsporing, Verkeer Ongevallen Afdeling, Nederlands Forensisch Instituut, Centrum Jeugd en Gezin, Veilig Thuis, met de forensisch arts van de GGD en daarbij ook mee kunnen kijken binnen de arrestantenzorg.
Vanzelfsprekend gaat acute hulpverlening te allen tijde voor op forensische werk. Maar na het volgen van de opleiding Forensische Verpleegkunde weet ik dat het niet ten koste van elkaar hoeft te gaan.

Op dit moment zijn er drie groepen van de opleiding afgestudeerd. De 7e uitvoering zal in februari 2016 van start gaan. Ik ben er van overtuigd dat de deskundigheid van de forensisch verpleegkundige toegepast kan worden binnen het eigen vakgebied. Met de extra kennis en kunde op forensisch gebied kunnen verpleegkundigen een brug slaan tussen de medische behandeling en het forensisch onderzoek.

Met dank aan ThinLineBracelets.nl voor de foto, als blijk van verbondenheid.

Vorig artikelCampagne en campagne
Volgend artikelSysteemoefening Grootschalige Geneeskundige Bijstand
Gerda Boonstra
Met veel plezier schrijf ik op persoonlijke titel blogs. De verhalen kunnen gebaseerd zijn op waargebeurde verhalen, maar zullen in verband met het beroepsgeheim fictief zijn weergegeven. Ik schrijf verhalen met als doel collega's uit het vak te informeren en kennis te nemen van mijn ervaringen. In het dagelijks leven werk ik met veel passie en plezier bij Ambulancezorg Groningen. In 2000 ben ik begonnen in de acute hulpverlening als ambulanceverpleegkundige en ben inmiddels ook inzetbaar als OvDG. In 2015 heb ik daarnaast de forensisch verpleegkundige opleiding met succes afgerond, wat een leuke en nuttige verruiming was binnen mijn vak. Met mijn blogs laat ik jullie ook meekijken door mijn/een forensische bril in de acute hulpverlening.