Home Algemeen Algemeen 170.000 burgerhulpverleners kunnen nooit de belofte waarmaken!

170.000 burgerhulpverleners kunnen nooit de belofte waarmaken!

1409
2

Nederland is hard op weg om één grote 6-minuten zone te worden. Volgens de Hartstichting zijn er

minimaal 170.000 burgerhulpverleners nodig om overal in Nederland op tijd te kunnen starten met reanimeren. Alleen zó zijn er overal in Nederland extra levens te redden.

Een mooie belofte, maar… is dat wel zo?  Kunnen we dat écht waarmaken met z’n allen? Ik denk het niet!

Overal op tijd starten met reanimeren?

De Hartstichting is een aantal jaar geleden gestart met de campagne voor de 6-minuten zones en de werving van burgerhulpverleners. Een campagne die voortduurt en énorm veel heeft opgeleverd! We kunnen gerust stellen dat de inspanningen van de Hartstichting een enorme bijdrage hebben geleverd aan de beschikbaarheid van burgerhulpverleners in Nederland.

Nederland zou op dit moment maar liefst zo’n 156.000 burgerhulpverleners rijk zijn. In november vorig jaar schreef de Hartstichting:

“Nog een kleine 20.000 geregistreerde burgerhulpverleners zijn nodig om overal in Nederland op tijd te kunnen starten met reanimeren.”

(bron: www.hartstichting.nl/persberichten/een-stapje-dichterbij-de-6-minutenzone.” | d.d. 29-11-2016)

Sindsdien zijn er dus zo’n kleine 6000 bijgekomen.

“Om het systeem overal goed te laten werken zijn er nog eens 14.000 mensen nodig. Alleen zo zijn er overal in Nederland extra levens te redden.”

(bron: https://www.hartstichting.nl/6-minutenzone | d.d. 9 maart 2017)

Schijnzekerheid

Een mooi aantal, laat daar geen misverstand over bestaan. Tegelijkertijd, de belofte in november dat 20.000 burgerhulpverleners erbij genoeg zou zijn om ‘overal in Nederland op tijd te kunnen starten met reanimeren‘ is er één die straks door 170.000 gemotiveerde burgerhulpverleners nooit en te nimmer waargemaakt kan worden.

Hetzelfde geldt voor de stelling: “Alleen zo zijn er overal in Nederland extra levens te redden.”.

We moeten er dan ook voor waken dat we ons blind gaan staren op het huidige én na te streven aantal burgerhulpverleners. Nederland is echt niet ‘overal’ gedekt als 1% van van de inwoners burgerhulpverlener is.

We stevenen af op een schijnzekerheid van ‘voldoende’ burgerhulpverleners als dat magische getal van 170.000 op enig moment is bereikt.

3 redenen waarom de belofte niet waargemaakt kan worden.

Er zijn drie redenen waarom we de belofte om óveral op tijd te kunnen starten met de reanimatie niet waar kunnen maken.

Ten eerste denk ik dat we het vertrekpunt niet klopt. Ik vermoed namelijk dat we ons nú al ten onrechte rijk aan het rekenen zijn. Klopt het huidige aantal geregistreerde burgerhulpverleners wel?

Ten tweede zegt het aantal burgerhulpverleners níets over de spreiding en dekking ervan in een gebied. Waar zitten die huidige burgerhulpverleners allemaal?

Ten derde zijn er nog steeds gemeenten die niet meedoen met burgeralarmering, terwijl dit type firstresponder(*) juist een meerwaarde heeft in veel buitengebieden en meer landelijk gelegen gemeenten. Waar wacht men nog op?

Reden 1 – Dubbele inschrijvingen bij HartslagNu en HartveiligWonen?

In Nederland zijn twee reanimatieoproepsystemen actief: HartveiligWonen en HartslagNu. Welk systeem in een bepaald gebied gebruikt wordt, is afhankelijk van de keuze van de meldkamer/RAV in dat gebied.

Lang niet iedere burgerhulpverlener staat ingeschreven bij slechts 1 van deze systemen. Zo sta ik zelf bijvoorbeeld ook ingeschreven bij beide systemen. Word ik dan in de landelijke telling van het aantal geregistreerde burgerhulpverleners 2x geteld? Zo ja, voor hoeveel burgerhulpverleners geldt dit nog meer?

Ingeschreven staan bij beide systemen kan overigens verschillende redenen hebben:

  • Iemand woont in een grensgebied tussen twee meldkamerregio’s. In de eigen gemeente wordt via HartslagNu gealarmeerd, maar 1000 meter verder in de buurgemeente wordt via HartveiligWonen gealameerd. Om in beide gemeenten binnen de straal van alarmering opgeroepen te kunnen worden, schrijven burgers zich in bij zowel HartslagNu als HartveiligWonen.
  • Er zijn burgers die zich graag willen inzetten, maar geen flauw idee hebben bij welk systeem zij zich moeten aanmelden. Zij schrijven zich gemakshalve in bij beide systemen.
  • Iemand woont in een gebied waar via HartslagNu gealarmeerd wordt, maar werkt in een in regio waar HartveiligWonen alarmeert. Hij schrijft zich in bij beide systemen.

De vraag is dus: worden bij de telling van het huidige aantal burgerhulpverleners in Nederland de gegevens uit beide oproepsystemen ontdubbeld. Hoe komen we tot het correcte aantal uniek geregistreerde, oproepbare burgerhulpverleners? Komen we écht al een beetje in de buurt van 170.000 burgerhulpverleners? Of ligt het huidige aantal unieke burgerhulpverleners in werkelijkheid lager en zijn we er nog lang niet?

En…. nu ik het er toch over heb: zolang er nog steeds twee reanimatieoproepsysteem in Nederland actief zijn, kan er in Nederland überhaupt nooit (!) sprake zijn van één grote 6-minuten zone.

Reden 2 – In veel gebieden spelen we kluitjesvoetbal.

De tweede reden waarom 170.000 burgerhulpverleners schijnzekerheid geven, is dat dit aantal niets, maar dan ook helemaal niets zegt over de spreiding van deze burgers over de landkaart. Het zegt niets over de dekking in een bepaald gebied om overal snel ter plaatse te kunnen zijn.

Sterker nog, in veel gebieden spelen we kluitjesvoetbal. De realiteit is namelijk dat veel burgerhulpverleners zich doorgaans in dichterbevolkte woonkernen en -wijken bevinden. Aanmerkelijk minder burgerhulpverleners bevinden zich in de landelijke buitengebieden. Gebieden waar júist het probleem zit met de aanrijtijden van ambulances en andere firstresponders, zoals brandweer en politie.

De kans dat bij een reanimatiemelding in een woonwijk of woonkern van een dorp een heel leger burgerhulpverleners op de stoep staat uitgelijnd om hulp te verlenen, is groot. In sommige plaatsen is dit zelfs ook echt ‘to much’ en moeten mensen zelfs weggestuurd worden. Een bijeffect is dat dit dan weer nadelig kan werken op de motivatie van vrijwilligers.

Bij een reanimatiemelding in een dunbevolkt gebied, zoals bijvoorbeeld polders, bosrijke gebieden of de Waddeneilanden, heeft een slachtoffer met een circulatiestilstand misschien helemaal geen schijn van kans en komt er in het slechtste geval niemand (binnen 6 minuten) opdraven.

De dichtstbijzijnde burgerhulpverleners wonen met een beetje pech nét buiten de straal waarbinnen door het oproepsysteem gealarmeerd wordt. De inzette noodhulpeenheid van de politie moet misschien van nóg verder komen en ook lang niet overal rijdt de brandweer vanzelfsprekend mee.

Reden 3 – Gemeenten zijn laks.

Nog lang niet in alle gemeenten wordt (effectief) gealarmeerd. Af en toe zie ik op social media berichten voorbij komen dat er weer een gemeente is aangesloten bij HartslagNu of HartveiligWonen. Dat is natuurlijk fantastisch. Tegelijkertijd, het feit dat deze berichten nog steeds voorbij komen, zegt al genoeg.

Als ik bij het lezen van zo’n bericht inzoom op het gebied, betreft het heel vaak een wat meer landelijk gelegen regio of gemeente. Regio’s en gemeenten waar juist sprake is van, in meer of mindere mate, uitgestrekte gebieden. Gemeenten waar bijvoorbeeld de politie, net als de ambulances, een langere aanrijdtijd heeft.

Wat ook opvalt, is dat het vaak een lokale AED stichting, EHBO vereniging of een groep buurtbewoners is die het initiatief heeft genomen. Zij trekken de kar en moeten soms eindeloos lobby-en voor steun en subsidie om de alarmering en de promotie hiervan in een gemeente van de grond te krijgen.

Waarom moet het zó lang duren voordat álle gemeenten in Nederland aangesloten zijn op een reanimatieoproepsysteem en de inzet van en samenwerking tussen alle typen firstresponders in een regio slim en doeltreffend op elkaar is afgestemd? Laksheid?

Landelijk én lokaal slim organiseren van de hulpverlening bij reanimaties is de sleutel tot succes!

Het streven naar minimaal 170.000 burgerhulpverleners is absoluut mooi. Nogmaals, laat daar geen misverstand over bestaan. Tegelijkertijd creëert de boodschap dat 1% van de bevolking nodig is om óveral in Nederland op tijd te kunnen starten met reanimatie een schijnzekerheid. Een schijnzekerheid die we met elkaar móeten voorkomen.

Hoe? In ieder geval door er met elkaar voor te zorgen dat we:

  • zo snel mogelijk toewerken naar 1 landelijk reanimatieoproepsysteem en gebiedsgrenzen verdwijnen;
  • een exact beeld hebben van het werkelijke aantal, uniek geregistreerde burgerhulpverleners die geregistreerd én oproepbaar zijn;
  • weten wáár deze burgerhulpverleners zich in een gebied bevinden en wáár de ‘blind spots’ in een gebied zitten;
  • gemeenten waar de alarmering en inzet van álle mogelijke typen firstresponders nog niet is gerealiseerd én (!) lokaal geoptimaliseerd, aansporen om dit ‘as we speak’ te regelen.

De belofte wél waarmaken!

Landelijk én vooral lokaal slim organiseren en optimaliseren van de inzet van álle typen firstresponders is absolute noodzaak. Alleen dán komen we in de buurt van de belofte om óveral binnen 6 minuten de reanimatie op te kunnen starten en een AED aan te sluiten. Alleen dán kan het lukken om de belofte met elkaar wél waar te maken. Wie doet er mee?

———

*) Firstresponders zijn:

  • burgerhupverleners, inschreven bij de landelijke reanimatieoproepsystemen
  • politie
  • brandweer
  • KNRM / reddingsbrigade

(bron: Kwaliteitskader Firstresponders (AZN))

2 REACTIES

  1. Eén kwaliteitskader en één organisatie op het gebied van Burgerhulpverlening zou wenselijk zijn. Er zijn diverse extra modules te bedenken via een dergelijk platform, ook (ver) buiten de acute gezondheidszorg. Volgens mij is er een aantal jaren geleden wel degelijk een serieuze poging gedaan beide grote systemen samen te smeden tot één. Echter marktmotieven (beide systemen zijn eigendom van de twee nagenoeg grootste ambulance organisaties van Nederland) en de daarmee samenhangende waarde voor (toch nog) toekomstige tenders (en anders gewoon de huidige innovatieve slagkracht) zullen altijd bepalend blijven in het vraagstuk waarom we beide systemen niet integreren tot één landelijk systeem. Los van de administratieve en planologische onvolkomenheden die wellicht terecht zijn aangestipt door de auteur in deze.

  2. Reactie op het door Scott Kleijn geschreven artikel “170.000 burgerhulpverleners kunnen nooit de belofte waarmaken!:
    Het is maar de vraag of met de huidige vorm van EHBO en reanimatie onderwijs, (vooral) de bereidheid van de burger(hulpverleners) en de huidige infrastructuur van meldkamers en oproepsystemen die 6-minuten zone dekkend kunnen krijgen. Vele reanimatie en EHBO organisaties, meldkamers en vooral overheden zijn allemaal met hun eigen belangen en afgekaderde doelen, visies en werkwijze bezig. Zij werken elkaar dus tegen door “hokjes” mentaliteit en dito organisatievormen. Dat leidt tot (grote) frustatie bij burgerhulpverleners en vrijwilligers organisaties.
    Daarnaast ben ik van mening dat de definitie van First Responders is misplaatst in de huidige setting van reanimatie in afwachting van ambulancezorgverleners. Met het hanteren van de term First Responder schept men een grote mate van onduidelijk. Als men zou spreken over niet-medisch en medische (burger)hulpverleners zou er meteen duidelijkheid zijn. Daarnaast zijn er tal van opleidingsverschillen in kwaliteit en niveau van First Responders. De een heeft alleen 2 uur durende reanimatiecursus gedaan, de andere is weer als uitgebreid gevorderd EHBO-er gecertificeerd. De definities zoals die zijn geformuleerd in het Kwaliteitskader Firstresponders en andere documenten zijn dus overduidelijk aan herziening toe.

Comments are closed.