Home Algemeen Algemeen 16 September 2014: mistongevallen op de A58

16 September 2014: mistongevallen op de A58

1252
0

Zeer dichte mist, drie grote kettingbotsingen, honderdvijftig auto’s betrokken en honderden auto’s die stil staan. In korte tijd een grote chaos op de belangrijkste verkeersader in Zeeland: de A58. De schrik, ontreddering en verslagenheid zijn groot.

De datum 16 september staat sindsdien bij veel mensen in het geheugen gegrift. Die dag vindt het onwaarschijnlijke plaats: tussen Middelburg en Goes ontstaan drie grote kettingbotsingen als gevolg van zeer dichte mist. De hulpdiensten rukken meteen massaal uit en zijn samen met gemeenten, Rijkswaterstaat en tal van betrokken Zeeuwen de hele dag in touw om hulp te verlenen en de gevolgen van de ongevallen zoveel mogelijk te beperken. Helaas zijn er twee doden te betreuren en meerdere gewonden, van wie enkele ernstig.

Enkele maanden na de ongevallen keken verschillende medewerkers van de hulpdiensten terug, deze verhalen zijn te vinden op de website van de veiligheidsregio Zeeland, we hebben er één van die verhalen uitgehaald, het verhaal van Johan den Haan, ambulanceverpleegkundige bij het Witte Kruis.

De mist, die chaos, dat gegil

Verpleegkundige Johan den Haan drukt zijn neus nog dichter op de voorruit. Naast hem zit chauffeur John Geleijnse over het stuur van de ambulance gebogen. Op deze ochtend kunnen ze op de snelweg nog geen zeventig rijden. De file doemt ineens op. In de berm staan mensen te gebaren.

Eigenlijk had Johan die dag geen vroege dienst. Hij heeft geruild met een collega en is op de fiets naar het werk gegaan. Wit van de mist kwam hij om half acht op zijn vaste post aan de Stromenweg in Middelburg aan. Drie ambulanceteams zitten aan de koffie als om acht uur de pieper gaat. Met spoed naar de A58. ‘Het schijnt daar een enorme chaos te zijn’, zegt de centralist. ‘Twintig tot honderd auto’s op elkaar.’

Onderweg overlegt Johan met zijn collega. Hij gaat straks het veld in om de slachtoffers te triëren. John blijft bij de auto om de volgende ambulances aan te sturen. De rit verloopt moeizaam en hij is blij als de ervaren chauffeur de ambulance veilig de vluchtstrook op stuurt. Hectometerpaaltje 157.0, het tegenoverliggende tankstation is onzichtbaar. Johan realiseert zich dat de plek waar ze naar toe moesten twee kilometer verderop ligt. Waar sta ik in?, denkt hij. Wat is er in die twee kilometer gebeurd?

Als er achter ons maar geen klappen komen, denkt hij terwijl hij uitstapt. Ze zetten allebei een helm op en trekken een groen hesje aan. John zorgt ervoor dat de groene knipperlichten aan gaan. Zo zijn ze herkenbaar als eerste ambulance in het gebied. Johan doet zijn handschoenen aan en is klaar om op verkenning te gaan. Kijken waar de ernstigste slachtoffers zijn wie er als eerste hulp nodig hebben. En vooral: hoeveel slachtoffers er zijn.

Voor het eerst in zijn leven stapt Johan een groot ongeluk in. Het lijkt op een horrorfilm. Vaag ziet hij autowrakken en hij ruikt benzine. Gegil en gekreun van alle kanten. Hij begint te lopen. Hij moet gegevens verzamelen. Die heeft zijn chauffeur nodig om andere ambulances aan te sturen. Mensen klampen hem direct aan. Anderen staren stilletjes voor zich uit. Een paar mannen lopen druk om de auto’s heen. Naast hem doemen vanuit het niets vrachtwagens op. Aan het voorschrift om bij mogelijk lekken van gevaarlijke stoffen op 100 meter afstand te blijven, heeft hij op dat moment niets. Hij staat er al.

‘Rechts is een auto met kinderen’, wordt er geroepen. Lara (11) en Babs (8) zaten samen met hun moeder in de auto die werd aangereden. Lara is buiten bewustzijn. Haar jongere zusje zit bekneld en schreeuwt het uit. Hij beoordeelt de slachtoffers en vraagt om een ambulance te sturen. Voelt een drempel om verder te gaan, maar hij weet dat verderop misschien mensen zijn die zijn hulp harder nodig hebben.

Het dilemma wordt opgelost als een man hem bij de meisjes wegtrekt. ‘Je moet nú meekomen!’ Terwijl de man hem meesleept, probeert hij te zien of er onderweg nog meer slachtoffers zijn. Het is gevaarlijk je door omstanders te laten leiden. Je mag er niet van uitgaan dat zij overzicht hebben.

Op de grond ligt een motorrijder. Omstanders willen gaan reanimeren. Hij neemt de helm af, onderneemt een reddingspoging en zet de omstanders aan het werk. Dertig seconden per slachtoffer staat hiervoor. Er ligt een man onder een auto. Johan helpt om de auto op z’n kant te gooien. Ook hier zijn omstanders die kunnen reanimeren totdat er ambulancepersoneel bij komt. Hij vertrekt met het gevoel dat deze twee slachtoffers het waarschijnlijk niet gaan redden.

Zijn portofoon hapert. Hij stuurt omstanders naar zijn collega bij de ambulance. Ze zijn gewillig, blij iets te kunnen doen. Hem scheelt het tijd. Hij komt boze mensen tegen die hij moet uitleggen dat hij alleen nog maar slachtoffers in kaart brengt. Honderden meters legt hij op die manier af. Op het laatste stuk schieten brandweerlieden hem te hulp. Ze hebben van iemand uit de file een auto ‘geleend’ en melden dat er op het laatste stuk alleen lichter gewonden zijn.

Ineens gaat het heel snel: binnen een halfuur zijn alle slachtoffers weg. Johan gaat bij de meisjes kijken. Daar zijn ze nog echt bezig. Daarna bekommert zich om mensen die zich melden omdat ze achteraf toch wat last hebben. Het zijn er veel. En de stille mensen spreekt hij aan: ‘Gaat het wel?’

Rond halftwee vangen zijn collega’s hem op. Mensen met late dienst zijn eerder gekomen, collega’s die eigenlijk vrij waren zijn erbij gekomen. Ze zijn in een busje gestapt om de anderen af te lossen. Ze staan met zijn allen op de A58. De mist is opgetrokken, het is zonnig.

Terug in Middelburg blazen ze met z’n allen stoom af. Zijn collega zegt: ‘Jij hebt alle ellende gezien, de meeste van ons zijn daar een beetje van gespaard gebleven.’ Johan de Haan schudt zijn hoofd: ‘Ik heb al die slachtoffers maar vrij oppervlakkig gezien. De collega die bij die meiden is geweest, is heel intensief bezig geweest. Bij de dodelijke slachtoffers waren ook ‘leken’. Die hebben er heel wat meer last van dan wij.’

Later zal hij zijn collega’s aan de hand van luchtfoto’s ‘meenemen’ door het ongeval. Zijn looproute, waar de meisjes waren, en waar de dodelijke slachtoffers. Op zoek naar leerpunten, naar dingen die beter kunnen. Luchtfoto’s gemaakt door de politiehelikopter die zó laag vloog dat ze elkaar op de rampplek niet meer konden verstaan.

Thuis knuffelt hij eerst zijn kinderen, 4 en 7 jaar oud. ‘Die zijn op dat moment heel belangrijk, koester wat je hebt.’ ’s Avonds kijkt hij alle journaals. Hij wil weten waar hij middenin heeft gestaan.

Een paar dagen later verbaast het hem hoe rustig hij klonk. Dat heeft hij van nature: hoe gekker het wordt, hoe rustiger hij zich voelt. Een soort mechanisme. Geen moment heeft hij spijt dat hij zijn dienst had geruild. ‘Het was allemaal heel heftig, maar ik weet nu dat ik zoiets groots aankan.’

Lees hier alle verhalen van de hulpverleners op 16 september 2014.

bronnen: Tekstschrijver: Selma Osman, fotograaf Chris Platteeuw